Werkgevers­aansprakelijkheid
id: 3579
code: GUID-CD8B88C8F5764607841EE28C8EAC09B9
name: wp1LevelMenu
friendlyname: Menu van 1 niveau
class: wp1levelmenu

rendertime: 37ms
 
id: 449
code: WPBREADCRUMBS
name: wpBreadCrumbs
friendlyname: Kruimelpad
class: wpkruimelpad shadow

rendertime: 30ms
 
 
id: 3674
code: GUID-CACEFCE36EDF46ED8358334A6F02FD31
name: wpRelatedPER_EXP_BRA
friendlyname: Gerelateerde personen, expertises en branches
class: relatedbox black shadow

rendertime: 32ms
 Nieuwsbrieven
 
id: 630
code: WPBANNER
name: wpBanner
friendlyname: Banner
class: bannerbox

rendertime: 17ms

Werkgeversaansprakelijkheid: twee belangrijke uitspraken van de Hoge Raad

Bij menig activiteit bestaat kans op ongevallen en daaruit voortvloeiende (letsel)schade. Bij activiteiten die worden verricht in het kader van de uitoefening van beroepsmatige werkzaamheden, is dat niet anders. Met enige regelmaat vallen er slachtoffers en het verbaast dan ook niet dat sinds jaar en dag procedures plaatsvinden die betrekking hebben op de vraag of de werkgever ten opzichte van de werknemer aansprakelijk is en diens schade moet vergoeden.

Wat zegt de wet?
Artikel 7:658 BW bepaalt kort en goed dat een werkgever een bijzondere zorgplicht heeft bij het laten verrichten van werkzaamheden en dat hij aansprakelijk is voor de schade als een werknemer tijdens de uitoefening van zijn werkzaamheden schade lijdt, tenzij de werkgever kan aantonen dat hij aan zijn zorgplicht heeft voldaan (dan wel aantoont dat de schade met opzet of bewuste roekeloosheid door de werknemer zelf is veroorzaakt).

Artikel 7:611 BW behelst een meer algemene norm die er op neerkomt dat werkgever verplicht is zich als een goed werkgever te gedragen.

Onderscheid
In een reeks van uitspraken heeft de Hoge Raad zich uitgelaten over de hiervoor genoemde twee grondslagen en getracht duidelijk te maken in welke gevallen de ene of de andere grondslag aan de orde is.

Dat onderscheid is van belang, omdat een werknemer op grond van artikel 7:658 BW aanspraak kan maken op volledige vergoeding van zijn schade, terwijl aansprakelijkheid uit hoofde van goed werkgeverschap (artikel 7:611 BW) in gevallen als deze slechts aan de orde is indien de werkgever heeft verzuimd om een behoorlijke verzekering ten behoeve van de werknemer te sluiten. In dat laatste geval heeft de aansprakelijkheid van de werkgever alleen betrekking op het gemis van een dergelijke verzekeringsuitkering.

Omdat - mede overigens door toedoen van de Hoge Raad zelf - telkens de grenzen van de aansprakelijkheid werden opgezocht en de wetgever zich (tot op heden) niet geroepen voelde om in de wet duidelijkheid te creëren vond de Hoge Raad het van belang om met behulp van twee kwesties (meer) duidelijkheid te geven.

De kwesties
In één geval betrof het een socio-therapeut die in dienst was bij een TBS-instelling en door een TBS-patiënt ernstig was mishandeld. Hij vorderde van zijn werkgever een (forse) schadevergoeding, waarbij hij zijn vordering primair baseerde op artikel 7:658 BW en subsidiair op artikel 7:611 BW. De Hoge Raad oordeelde, kort gezegd, dat de werkgever aansprakelijk was uit hoofde van eerstgenoemd artikel, maar niet uit hoofde van artikel 7:611 BW.

In de tweede kwestie betrof het een postbezorgster die bij het bezorgen van de post te voet uitgleed op of nabij een oprit van een woning over een plak ijs of bevroren sneeuw en daarbij haar linker enkel brak. Betrokkene vorderde een schadevergoeding op basis van dezelfde hiervoor genoemde artikelen. De Hoge Raad oordeelt dat de postbezorgster zich niet kan beroepen op artikel 7:611 BW. Omdat de eerste rechter aansprakelijkheid op grond van artikel 7:658 BW had afgewezen en de postbezorgster tegen die beslissing geen bezwaar had gemaakt, doet de Hoge Raad daar geen uitspraak over.

Duidelijkheid
De Hoge Raad maakt duidelijk dat de uit goed werkgeverschap (artikel 7:611 BW) voortvloeiende verzekeringsverplichting uitsluitend geldt met betrekking tot schade die werknemers lijden in de uitoefening van hun werkzaamheden als deelnemer aan het wegverkeer indien zij (a) als bestuurder van een motorrijtuig betrokken raken bij een verkeersongeval, dan wel indien zij (b) als fietser of als voetganger schade lijden als gevolg van een ongeval waarbij één of meer voertuigen zijn betrokken, of (c) als fietser schade lijden als gevolg van een eenzijdig fietsongeval.

Van een uitbreiding tot ook andere gevallen wil de Hoge Raad niet weten. Dat betekent dat de socio-therapeut en de postbezorgster hun werkgever niet (ook) op grond van artikel 7:611 BW kunnen aanspreken als die werkgever op dat gebied geen behoorlijke verzekering zou hebben gesloten.

Met betrekking tot artikel 7:658 BW maakt de Hoge Raad in de kwestie van de socio-therapeut nog eens duidelijk dat wanneer een werknemer in de uitoefening van zijn werkzaamheden schade lijdt, het aan de werkgever is om te stellen en zo nodig te bewijzen dat, kort gezegd, hij al die maatregelen heeft genomen en al die aanwijzingen heeft gegeven die redelijkerwijs nodig waren om schade te voorkomen. Daaraan wordt toegevoegd dat niet snel kan worden aangenomen dat de werkgever daaraan heeft voldaan.

Samenvattend
Het komt er op neer dat de Hoge Raad nog eens benadrukt dat er hoge eisen worden gesteld aan de in artikel 7:658 BW neergelegde zorgplicht van werkgevers. Als een werkgever niet kan aantonen dat hij voldoende heeft gedaan om schade tijdens de uitoefening van de werkzaamheden van de werknemer te voorkomen, is hij ten volle aansprakelijk voor de daardoor veroorzaakte schade.

Als de werkgever aan z’n zorgplicht heeft voldaan - of als er sprake is van een situatie die niet door het artikel 7:658 BW wordt beheerst - dan is de “alternatieve” route via artikel 7:611 BW beperkt tot de door de Hoge Raad genoemde gevallen. Wat dat laatste betreft overweegt de Hoge Raad dat deze afbakening weliswaar arbitrair is, maar dat dit geldt voor iedere afbakening en dat het aan de wetgever is om zo nodig in te grijpen.

De tijd zal leren of de wetgever de handschoen (eindelijk) oppakt!

id: 414
code: WPWEBPAGE
name: wpWebPage
friendlyname: Web Page
class: webpagebox

rendertime: 28ms
 
 
id: 2152
code: WPBODY2
name: wpBody2
friendlyname: Tekstveld 2
class: body2box

rendertime: 19ms
 
  • Apeldoorn

    Vosselmanstraat 260
    Postbus 10100
    7301 GC Apeldoorn
    t: +31 (0)55 527 12 71
    f: +31 (0)55 521 47 03

  • Arnhem

    Velperweg 10
    Postbus 9220
    6800 KA Arnhem
    t: +31 (0)26 357 57 57
    f. +31 (0)26 442 49 42

  • Zwolle

    Burgemeester Roelenweg 11
    Postbus 600
    8000 AP Zwolle
    t: +31 (0)38 425 92 00
    f. +31 (0)38 425 92 52

 
id: 2153
code: WPBODY3
name: wpBody3
friendlyname: Tekstveld 3
class: body3box

rendertime: 14ms

debug globals:
current channel: DEF
g_realpageid: 4724
g_pageid: 4724
g_renderid: 4724
g_siterootid: 3543
g_siterootcode: NYS
g_sitelocale: nl-NL
g_langfieldsuffix: (is leeg bij EN en _L2 bij NL)
g_sitetrees: subtree in (3543)
g_layoutid: 4724 (custom layout used)
g_footerlayoutid: NYS_MAINFOOTER
g_designid: 3657
g_designid overruled on frontend: false
g_designlayoutid: 3676
g_sitehomeid: 3544
g_errorcount globals: 0
g_lasterrormessage globals:
g_webpartzone1: true
g_webpartzone2: true
g_webpartzone3: true
g_webpartzone4: false
g_webpartzone5: false
g_webpartzone6: false

rendertime globals: 38ms

execution time: 394ms
life cycle duration : 394ms