code: GUID-CD8B88C8F5764607841EE28C8EAC09B9
name: wp1LevelMenu
friendlyname: Menu van 1 niveau
class: wp1levelmenu
rendertime: 36ms
- HOMEPAGE |
- Nysingh weet er meer van |
- Actueel |
- Beperkte kennisneming van stukken gerechtvaardigd?
code: WPBREADCRUMBS
name: wpBreadCrumbs
friendlyname: Kruimelpad
class: wpkruimelpad shadow
rendertime: 32ms
Beperkte kennisneming van stukken gerechtvaardigd?
ABRS 30 november 2011, LJN BU6382
door mr. B. Veldman (Brigitte)
In deze uitspraak gaat de Afdeling in op de vraag wanneer een beperkte kennisneming van stukken gerechtvaardigd is en op welk moment de rechter dit dient te beoordelen.
Appellant had in het kader van een door hem geambieerde vertrouwensfunctie op een burgerluchthaven een verklaring van geen bezwaar aangevraagd. Deze verklaring werd door de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties geweigerd op basis van een veiligheidsonderzoek van de AIVD. Aangezien appellant ingevolge artikel 87 lid 1 Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten (Wiv) in samenhang met artikel 8:29 lid 1 Awb geen inzage kreeg in het onderzoek, kon hij zich niet tegen deze weigering verweren.
Appellant betoogt dat de beperkte kennisneming van de stukken in strijd is met artikel 6 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM). Onder verwijzing naar recente rechtspraak van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) oordeelt de Afdeling dat een beperkte kennisneming, in het licht van de eisen die in artikel 6 EVRM aan de eerlijkheid van het proces zijn gesteld, slechts toelaatbaar is als voldaan is aan de volgende voorwaarden: ‘De rechter moet bevoegd zijn en in de gelegenheid worden gesteld te onderzoeken en te beslissen of zo een beperkte kennisneming noodzakelijk en gerechtvaardigd is. Hij dient daarbij een afweging te maken tussen het belang van de staatsveiligheid dat wordt gediend met vertrouwelijkheid en het belang van de wederpartij bij kennisneming van het tegen haar ingebrachte bewijs. Bij die afweging betrekt de rechter de aard van de zaak en de resterende mogelijkheden voor de wederpartij om, overeenkomstig de eisen van een procedure op tegenspraak en gelijkheid van proceskansen, zijn standpunt in het geding te bepalen en naar voren te brengen. Aan de hand van die afweging dient de rechter te beoordelen of de onthouding van kennisneming is gerechtvaardigd. De beslissing die de rechter op basis van die beoordeling neemt, dient toereikend te zijn gemotiveerd.’
De Afdeling overweegt dat niet is voldaan aan de uit de recente rechtspraak van het EHRM af te leiden eisen, wanneer de rechter kennisneemt van stukken waarvan de kennisneming aan een partij is onthouden en hij mede op basis van die stukken de zaak beoordeelt, zonder dat hij van tevoren heeft beoordeeld en beslist of en in hoeverre beperkte kennisneming van die stukken gerechtvaardigd is. De rechter dient derhalve voorafgaand aan de inhoudelijke beoordeling van de zaak te beslissen over de rechtvaardigheid van de beperkte kennisneming. Hiermee wijkt de Afdeling af van zijn eerdere uitspraak van 13 juni 2007 (200606586/1).
Wat houdt deze regel in de praktijk nu precies in? Een partij die verplicht is inlichtingen te geven dan wel stukken te overleggen, kan de rechter mededelen dat uitsluitend de rechter kennis zal mogen nemen van die inlichtingen of stukken. De rechter beslist op grond van artikel 8:29 lid 2 Awb of de beperking van de kennisneming is gerechtvaardigd. Als de rechter tot het oordeel komt dat voor die beperking geen gewichtige redenen zijn, moet hij de betrokken informatie of stukken terugzenden naar de partij die ze heeft verstrekt dan wel overgelegd. De rechter moet die partij in de gelegenheid stellen zich te beraden of zij de inlichtingen alsnog wil verstrekken dan wel de stukken alsnog wil overleggen zonder het voorbehoud dat uitsluitend de rechter daarvan zal mogen kennisnemen. Indien die partij beslist om dit niet te doen, kan de rechter daaruit de gevolgtrekkingen maken die hem geraden voorkomen (artikel 8:31 Awb).
In de onderhavige zaak had de Afdeling niet voor de inhoudelijke beoordeling van het geschil beoordeeld of de beperkte kennisneming van de stukken gerechtvaardigd was. Daarom corrigeert de Afdeling zichzelf en heropent het onderzoek.De minister wordt alsnog in de gelegenheid gesteld de stukken onder verwijzing naar artikel 8:29 Awb over te leggen.
code: WPNEWS
name: wpNews
friendlyname: News
class: wpnews
rendertime: 38ms

