Maatschappelijk risico bij planschade
id: 3579
code: GUID-CD8B88C8F5764607841EE28C8EAC09B9
name: wp1LevelMenu
friendlyname: Menu van 1 niveau
class: wp1levelmenu

rendertime: 35ms
 
id: 449
code: WPBREADCRUMBS
name: wpBreadCrumbs
friendlyname: Kruimelpad
class: wpkruimelpad shadow

rendertime: 32ms
 
 
id: 3674
code: GUID-CACEFCE36EDF46ED8358334A6F02FD31
name: wpRelatedPER_EXP_BRA
friendlyname: Gerelateerde personen, expertises en branches
class: relatedbox black shadow

rendertime: 42ms

Maatschappelijk risico bij planschade

maandag 2 januari 2012

Rechtbank Alkmaar 24 november 2011, LJN BU5336
door mr. B.S. ten Kate (Bas)

Deze uitspraak heeft betrekking op de vraag hoe groot de omvang is van het maatschappelijk risico bij planschade. Over deze vraag is betrekkelijk weinig bekend, omdat onder vigeur van het tot 1 juli 2008 geldende artikel 49 WRO werd aangenomen dat bij vergoeding van planschade geen aftrek wegens maatschappelijk risico behoort plaats te vinden. Zoals bekend heeft de wetgever dat bij de invoering van de Wro veranderd. In artikel 6.2 is uitdrukkelijk bepaald dat schade, die valt binnen het normale maatschappelijk risico van de benadeelde, voor diens rekening blijft. In het tweede lid van dit artikel is voorgeschreven dat bij inkomensschade in elk geval voor rekening van de benadeelde blijft een gedeelte van 2% van het inkomen onmiddellijk voorafgaande aan het ontstaan van de schade en bij vermogensschade een gedeelte van 2% van de waarde van de onroerende zaak onmiddellijk voorafgaande aan het ontstaan van de schade. Het tweede lid geldt alleen bij indirecte planschade, en dus niet wanneer de bestemming van het eigendom van de aanvrager gewijzigd is.

In het overgangsrecht is bepaald dat artikel 6.2 lid 2 buiten toepassing blijft in gevallen waarbij de schade vóór 1 juli 2008 is ontstaan en het verzoek tot vergoeding van die schade vóór 1 juli 2010 is ingediend. Als gevolg daarvan zijn nog nauwelijks uitspraken bekend waarin het tweede lid van artikel 6.2 Wro moest worden toegepast. Deze uitspraak van de Alkmaarse rechtbank is voor zover mij bekend de eerste. Het beroep was ingesteld door een derde, die met de gemeente een overeenkomst had gesloten waarin onder meer was bepaald dat de derde de planschade als gevolg van de door hem  verlangde planwijziging voor zijn rekening diende te nemen. Ingevolge artikel 6.4a is deze derde te beschouwen als belanghebbende bij enig besluit omtrent een verzoek tot vergoeding van planschade.

De gemeente had, conform een aan haar verstrekt advies, een aftrek toegepast van 2% van de waarde, ondanks het feit dat uit de tekst van artikel 6.2 uitdrukkelijk blijkt dat de wetgever dit percentage als minimum bedoeld heeft. De derde voerde aan dat een hoger percentage toegepast moest worden. Daartoe betoogde zij dat de benadeelde rekening diende te houden met verdichting van de bebouwing, omdat het een locatie in het centrumgebied betrof.

De rechtbank verwerpt echter het beroep. Zij meent dat van het wettelijk minimum uitgegaan moet worden, tenzij bijzondere omstandigheden nopen om daarvan af te wijken. Van dergelijke omstandigheden is volgens de gemeente en ook de  rechtbank niet gebleken. Opvallend daarbij is dat de gemeente zich daarbij beroept op het ontbreken van landelijke richtlijnen, en de rechtbank de gemeente ook hierin lijkt te steunen. De rechtbank overweegt voorts dat de bewijslast dat een groter deel van de schade dan 2% van de waarde van de onroerende zaak niet voor vergoeding in aanmerking komt, rust op degene die deze stelling inneemt.

De term “bewijs” lijkt in de motivering van de rechtbank ongelukkig gekozen, omdat het probleem nu juist is dat de omvang van het maatschappelijk risico nooit bewezen kan worden. In gevallen van nadeelcompensatie worden uiteenlopende percentages voor ogenschijnlijk min of meer gelijke gevallen gehanteerd, waarbij die percentages soms op de omzet (drempel) en dan weer op de schade (aftrek) losgelaten worden. Indien deze uitspraak van de rechtbank Alkmaar navolging krijgt, zal het normaal maatschappelijk risico in geval van planschade een veel beperktere rol (blijven) spelen dan in het geval van nadeelcompensatie. Dat zal niet de bedoeling van de wetgever geweest zijn, die (getuige ook het wetsvoorstel Nadeelcompensatie en schadevergoeding bij onrechtmatige besluiten) uit is op uniformering.

id: 416
code: WPNEWS
name: wpNews
friendlyname: News
class: wpnews

rendertime: 35ms
 
 
id: 2152
code: WPBODY2
name: wpBody2
friendlyname: Tekstveld 2
class: body2box

rendertime: 18ms
 
  • Apeldoorn

    Vosselmanstraat 260
    Postbus 10100
    7301 GC Apeldoorn
    t: +31 (0)55 527 12 71
    f: +31 (0)55 521 47 03

  • Arnhem

    Velperweg 10
    Postbus 9220
    6800 KA Arnhem
    t: +31 (0)26 357 57 57
    f. +31 (0)26 442 49 42

  • Zwolle

    Burgemeester Roelenweg 11
    Postbus 600
    8000 AP Zwolle
    t: +31 (0)38 425 92 00
    f. +31 (0)38 425 92 52

 
id: 2153
code: WPBODY3
name: wpBody3
friendlyname: Tekstveld 3
class: body3box

rendertime: 21ms

debug globals:
current channel: DEF
g_realpageid: 4786
g_pageid: 4786
g_renderid: 4786
g_siterootid: 3543
g_siterootcode: NYS
g_sitelocale: nl-NL
g_langfieldsuffix: (is leeg bij EN en _L2 bij NL)
g_sitetrees: subtree in (3543)
g_layoutid: 3685 (Layout - CT)
g_footerlayoutid: NYS_MAINFOOTER
g_designid: 3657
g_designid overruled on frontend: false
g_designlayoutid: 3676
g_sitehomeid: 3544
g_errorcount globals: 0
g_lasterrormessage globals:
g_webpartzone1: true
g_webpartzone2: true
g_webpartzone3: true
g_webpartzone4: false
g_webpartzone5: false
g_webpartzone6: false

rendertime globals: 39ms

execution time: 375ms
life cycle duration : 375ms