code: GUID-CD8B88C8F5764607841EE28C8EAC09B9
name: wp1LevelMenu
friendlyname: Menu van 1 niveau
class: wp1levelmenu
rendertime: 38ms
- HOMEPAGE |
- Nysingh weet er meer van |
- Actueel |
- Spoedeisende bestuursdwang
code: WPBREADCRUMBS
name: wpBreadCrumbs
friendlyname: Kruimelpad
class: wpkruimelpad shadow
rendertime: 33ms
Spoedeisende bestuursdwang
LJN BV3228, ABRvS 8 februari 2012, zaaknummer 201106839/1
door mr. M.J. Tunnissen (Mark)
In onderhavige uitspraak staat de vraag centraal of het besluit tot bestuursdwang zo spoedig mogelijk op schrift is gesteld en bekendgemaakt als bedoeld in artikel 5:24, zesde lid van de Awb (oud).
Op grond van artikel 5:24, eerste lid van de Awb (oud), wordt een beslissing tot toepassing van bestuursdwang op schrift gesteld. De schriftelijke beslissing is een beschikking. In de beschikking wordt een termijn gesteld waarbinnen de belanghebbenden de tenuitvoerlegging kunnen voorkomen door zelf maatregelen te treffen. Ingevolge het vijfde lid behoeft geen termijn te worden gegund, indien de vereiste spoed zich daartegen verzet. Artikel 5:24, zes lid van de Awb bepaalt dat het bestuursorgaan, indien de situatie dermate spoedeisend is dat het de beslissing tot toepassing van bestuursdwang niet tevoren op schrift kan stellen, alsnog zo spoedig mogelijk voor de opschriftstelling en voor de bekendmaking zorgt.
Op 22 juni 2009 om 10.30 uur hebben controleurs van de gemeente Maasdriel met een machtiging tot binnentreden een pand betreden. Tijdens dit bezoek is geconstateerd dat in het pand zeventien slaapplaatsen aanwezig waren ten behoeve van de huisvesting van tijdelijke buitenlandse werknemers. Daarbij is tevens strijdigheid geconstateerd met een groot aantal artikelen van het Besluit brandveilig gebruik bouwwerken en het Bouwbesluit 2003.
Rond 17.00 uur op dezelfde dag is mededeling gedaan van het besluit tot toepassing van spoedeisende bestuursdwang. De woning is rond 19.15 uur in opdracht van het college van burgemeester en wethouders van Maasdriel (hierna: het college) ontruimd. Het college heeft aan dit besluit ten grondslag gelegd dat de veiligheid van de bewoners niet kan worden gegarandeerd en dat daarmee in strijd met artikel 1a, eerste lid van de Woningwet wordt gehandeld. Na de ontruiming is het slot van de woning vervangen en is een tweede toegangsdeur, die zich bevindt onder de slaapgelegenheden, dichtgeschroefd.
Bij brief van 23 juni 2009 heeft het college zijn besluit van 22 juni 2009 om spoedeisende bestuursdwang toe te passen door verzegeling van het betreffende pand, teneinde de bewoning van dat pand te beëindigen en beëindigd te houden, op schrift gesteld.
Het college betoogt in hoger beroep met succes dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat het besluit tot toepassing van bestuursdwang niet zo spoedig mogelijk op schrift is gesteld en bekendgemaakt als bedoeld in artikel 5:24, zesde lid van de Awb. De Afdeling overweegt daartoe het volgende.
In het pand waren onvoldoende vluchtroutes, geen rookmelders en onvoldoende blusmiddelen aanwezig. De rechtbank heeft terecht overwogen dat, gelet op de geconstateerde overtredingen, de brandonveilige situatie en de omstandigheid dat slaapgelegenheden aanwezig waren voor meer dan tien personen, het college bevoegd was tot toepassing van bestuursdwang. Het besluit tot toepassing van bestuursdwang van 22 juni 2009, dat op die dag omstreeks 19:15 uur is geëffectueerd, is de dag daarop bij brief van 23 juni 2009 op schrift gesteld en verzonden op 25 juni 2009. Gelet op het geringe tijdsverloop tussen het besluit en de opschriftstelling en bekendmaking daarvan, kan naar het oordeel van de Afdeling niet worden staande gehouden dat met een dergelijke handelswijze het besluit tot toepassing van bestuursdwang niet zo spoedig mogelijk op schrift is gesteld en bekendgemaakt, als bedoeld in artikel 5:24, zesde lid van de Awb (oud), zodat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat het besluit met deze bepaling in strijd is. Dat het college na constatering van de overtredingen om 10.30 uur niet onmiddellijk tot toepassing van spoedeisende bestuursdwang heeft besloten, maakt niet dat het niet meer bevoegd zou zijn om daartoe later op de dag over te gaan. Hierbij wordt in aanmerking genomen dat het college gedurende de periode vanaf constatering tot daadwerkelijke ontruiming en verzegeling in overleg is getreden met de brandweer en de eigenaar van het pand.
Hoewel deze uitspraak betrekking heeft op artikel 5:24, zesde lid van de Awb (oud) dat met de inwerkingtreding van de Vierde Tranche van de Awb is komen te vervallen, is de uitspraak ook voor het huidige recht van betekenis. Artikel 5:24, zesde lid van de Awb (oud) heeft immers een plaats gekregen in het nieuwe artikel 5:31, tweede lid van de Awb.
code: WPNEWS
name: wpNews
friendlyname: News
class: wpnews
rendertime: 43ms

