code: GUID-CD8B88C8F5764607841EE28C8EAC09B9
name: wp1LevelMenu
friendlyname: Menu van 1 niveau
class: wp1levelmenu
rendertime: 37ms
- HOMEPAGE |
- Nysingh weet er meer van |
- Publicaties |
- Een groen paard met singeldwang
code: WPBREADCRUMBS
name: wpBreadCrumbs
friendlyname: Kruimelpad
class: wpkruimelpad shadow
rendertime: 63ms
Een groen paard met singeldwang
In de categorie “minder concrete veterinaire gebreken bij sportpaarden” werd onlangs beslist (Rechtbank Dordrecht LJN: BP0723) over de door koopster gestelde non-conformiteit, omdat een ‘onbeleerd’ paard niet te beleren zou zijn, ‘Utrecht’ sprak – later – over ‘singeldwang’ bij dit paard.
De feiten en omstandigheden in deze zaak waren als volgt.
Verkoopster heeft in 2009 een jong (‘groen’) paard verkocht en geleverd aan koopster voor een koopsom van € 3.750,-. Er vond alleen een klinische aankoopkeuring plaats.
Verkoopster was op de verkoopdatum pas zes tot acht weken eigenares van het paard en heeft het paard enkele dagen naar een derde gebracht om paard zadelmak te maken. Koopster heeft het paard voorafgaande aan de verkoop en levering tweemaal gereden bij en in aanwezigheid van die derde. Koopster heeft, zoals zij zelf – achteraf in haar nadeel – stelde, ervaring met ‘het rijden van jonge, onbeleerde paarden’. Na levering was koopster in de veronder¬stelling (door mededelingen van verkoopster) dat het paard zeer braaf zou zijn én goed te rijden.
Bij de eerste pogingen om het paard te berijden, enkele dagen na de levering, is koopster van het paard gevallen door samengevat ‘explosieve bokseries’ (haar (eerste) advocaat schrijft: ‘het paard bokte haar er vreselijk van af en het paard was hier na ook niet meer te berijden, het was volledig in de stress’).
Koopster heeft – naar zij stelt - de volgende dag telefonisch contact gezocht met verkoopster met de mededeling de koop te willen ontbinden. Verkoopster zou in eerste instantie hiermee akkoord zijn gegaan, maar gaf later letterlijk en figuurlijk ‘niet thuis’ toen koopster het paard kwam terugbrengen.
Vervolgens is er tussen partijen gecorrespondeerd en heeft de advocaat van koopster geschreven de koopovereenkomst te ontbinden.
Na correspondentiewisseling tussen advocaten van partijen, heeft de Universiteit Utrecht begin maart 2010 vastgesteld dat waarschijnlijk sprake is van ‘singeldwang’. Singeldwang kan, aldus Utrecht, echter van voorbijgaande aard zijn en kan voorkomen bij paarden die nog niet zadelmak zijn of paarden die gedurende langere tijd niet meer zijn gereden, over antedatering tot de datum van de levering wordt aldus niets opgemerkt. Verkoopster neemt het paard niet terug. De koopster start een procedure bij de rechtbank en eist, naast ontbinding van de koop, een bedrag, inclusief de koopprijs, van ruim € 11.000,-.
Bij de rechtbank stelt koopster vooral dat zij op grond van de mededelingen van verkoopster mocht verwachten dat het paard een braaf en makkelijk te berijden zou zijn. Nu verkoopster stelselmatig paarden zou verkopen (waarmee koopster bedoelt: beroepsmatig, toevoeging auteurs), is sprake van een consumentenkoop. De gebreken bij het paard hebben zich binnen zes maanden na aflevering geopenbaard, zodat volgens koopster bij deze consumentenkoop – bewijstechnisch – wordt vermoed dat bij aflevering reeds sprake was van non-conformiteit.
Volgens de Rechtbank is kern van het geschil echter of verkoopster wel heeft verklaard dat het paard ‘zeer braaf zou zijn en goed te rijden’.
Tijdens de comparitie (bijeenkomst bij de rechter) heeft verkoopster gemotiveerd weersproken dat zij dit zo letterlijk zou hebben gezegd. Het paard was, zo verklaarde zij, in de omgang wel ‘superbraaf’ en het proces van het zadelmak maken zag er positief uit. De koopster was afwezig bij de comparitie (en dat is bijna altijd een ‘minpunt’).
De rechtbank Dordrecht oordeelt dat niet is komen vast te staan dat verkoopster heeft gezegd dat het paard ‘zeer braaf en goed te rijden zou zijn’. Daarbij komt nog dat koopster zelf stelde ervaring te hebben met het rijden van jonge, onbeleerde paarden.
Vervolgens wordt overwogen dat de bevindingen van het klinisch onderzoek door de Universiteit Utrecht evenmin onderbouwing vormden voor de conclusie dat ten tijde van de levering sprake was van een gebrek.
De rechtbank wijst de vordering van koopster af met haar veroordeling in de proceskosten (€ 917,-).
Uit deze uitspraak blijkt dat verkoopster ten aanzien van het karakter van het paard heeft aangegeven dat het paard superbraaf was in de omgang en dat het proces van zadelmak maken er positief uitzag, maar daarmee zijn geen toezeggingen gedaan ten aanzien van het ‘zeer braaf zijn en goed te rijden’. Verder ‘bewijs’ op dit punt kon koopster kennelijk niet leveren.
Ook deze uitspraak geeft aan dat de wet de consument-koper van een paard ‘niet te hulp schiet’ in gevallen waarin een gebrek niet kan worden geantedateerd tot de levering.
Dit is overigens door ons eerder met succes bepleit (zie bijvoorbeeld Hof Arnhem, 19 januari 2008): onder omstandigheden (‘groen’ of niet) geen omkering van de bewijslast in dat soort kwesties.
code: WPNEWS
name: wpNews
friendlyname: News
class: wpnews
rendertime: 49ms

