Een zaak beperkt zich niet altijd tot één rechtsgebied. Wij dus ook niet.

Aansprakelijkheid gemeenten voor eikenprocessierups: resultaten uit het verleden

dinsdag 20 augustus 2019

Warning against oak processionary caterpillar

Deze zomer is Nederland opnieuw geplaagd door de eikenprocessierups. Ten opzichte van vorig jaar is het aantal rupsennesten verdrievoudigd, met alle overlast van dien. Verzachtende zalf en gel was niet aan te slepen en gemeenten kregen een record aantal klachten en hulpvragen van bewoners. Er bleek dit jaar onvoldoende capaciteit om de eikenprocessierups te bestrijden.

Door de huidige plaag is ook de uitspraak van de rechtbank Roermond van 14 mei 2008 (ECLI:NL:RBROE:2008:7348) weer actueel. De rechter oordeelde daarin namelijk over de aansprakelijkheid van gemeenten voor het treffen van onvoldoende/inadequate voorzorgsmaatregelen tegen de eikenprocessierups.

Inzet ander bestrijdingsmiddel eikenprocessierups

In die kwestie had een agrariër de gemeente aansprakelijk gesteld. Hij had schade geleden omdat brandharen van de eikenprocessierups in een door hem vervaardigde partij hooi waren terechtgekomen waardoor dat hooi moest worden vernietigd. Volgens de agrariër was dit te wijten aan de gemeente, die dat jaar was overgegaan op een andere methode van bestrijding van de eikenprocessierups. In de voorafgaande jaren bestreed de gemeente de eikenprocessierups door deze weg te zuigen (mechanische bestrijding) of weg te branden (thermische bestrijding). In het betreffende jaar had de gemeente een nieuw biologisch bestrijdingsmiddel ingezet, waarmee de gemeente het probleem structureel probeerde aan te pakken.

Volgens de agrariër had de gemeente dit echter te laat (en dus onzorgvuldig) gedaan. Volgens door de agrariër aangezochte deskundigen was het betreffende bestrijdingsmiddel het meest effectief in het derde larvale stadium van de rups. Maar de gemeente had het bestrijdingsmiddel pas toegepast toen de rupsen al in het vierde larvale stadium waren en dus waren volgroeid. De bestrijding was daarmee inadequaat volgens de agrariër. Omdat de agrariër in dat jaar voor het eerst was geconfronteerd met schade aan zijn hooi, is die schade volgens hem aan het handelen van de gemeente toe te schrijven. Op grond hiervan eist de agrariër dat de gemeente de door hem geleden schade vergoedt.

Zorgplicht

De rechtbank wijst de vordering van de agrariër af. De rechtbank stelt allereerst voorop dat de gemeente als eigenaar en beheerder van de eikenbomen langs het adres van de agrariër een zorgplicht heeft om de overlast die de eikenprocessierups met zich brengt, te voorkomen dan wel te beperken, nu bekend is dat deze rups een gevaar kan opleveren voor de volksgezondheid. Deze zorgplicht bevat het treffen van voorzorgmaatregelen voor de gevaren die zich kunnen voordoen, ook al is de gemeente op zichzelf voor het ontstaan van dat gevaar niet verantwoordelijk. Welke voorzorgsmaatregelen genomen moeten worden, is echter in beginsel ter beoordeling van de gemeente, mits de keuze voor de desbetreffende voorzorgsmaatregelen zorgvuldig gebeurt.

In dit geval had de gemeente zich over de inzet van het bestrijdingsmiddel én het moment waarop dat moest gebeuren uitvoerig laten voorlichten door deskundigen. Ook had zij haar inwoners voorgelicht over de gevaren van de eikenprocessierups, nu algemeen bekend is dat het niet mogelijk is om de eikenprocessierups en dus ook de daarmee gepaard gaande overlast, volledig uit te bannen. De gemeente heeft daarmee volgens de rechtbank niet onzorgvuldig gehandeld.

Schade?

Interessant is overigens nog, dat de rechtbank ten overvloede nog overweegt dat ook twijfelachtig is of sprake is geweest van een aantoonbaar causaal verband tussen het handelen van de gemeente en de door de agrariër geleden schade. Immers, brandharen van de eikenprocessierups blijven nog meerdere jaren hun gevaarlijke werking houden. Daarmee is mogelijk dat de brandharen die vanuit de rupsennesten in het hooi van de agrariër terecht zijn gekomen, uit de voorafgaande jaren kwamen. Van deze jaren heeft de agrariër juist aangegeven dat de bestrijding wel adequaat door de gemeente is gedaan.

Conclusie

De gemeente heeft een zorgplicht om voorzorgsmaatregelen te treffen tegen de gevaren die de eikenprocessierups met zich meebrengt. Het volledig voorkomen van die gevaren is, naar in de wetenschap nu wordt aangenomen, onmogelijk. De mate waarin de eikenprocessierups kan worden bestreden is afhankelijk van factoren die buiten de invloed van de gemeente liggen, zoals bijvoorbeeld klimatologische omstandigheden. Alleen als de gemeente kan worden verweten dat zij zich niet op zorgvuldige wijze heeft ingezet voor de beperking van de gevolgen van de eikenprocessierups, kan van aansprakelijkheid sprake zijn.

Inwoners van gemeenten staan dan nog wel voor de opgave om het causaal verband aan te tonen. Kennelijk kunnen brandharen waar hinder van wordt ondervonden, ook afkomstig zijn van rupsen in voorafgaande jaren.

Meer weten?

Heeft u vragen over de aansprakelijkheid van gemeenten voor overlast door de eikenprocessierups of andere overheidsaansprakelijkheid? Neem contact op met Jonne Fluitsma, advocaat en specialist overheidsaansprakelijkheid E: jonne.fluitsma@nysingh.nl | T: 088 752 02 18 | M: 06 53 10 28 77.

Actueel