Een zaak beperkt zich niet altijd tot één rechtsgebied. Wij dus ook niet.

ACM-rapport onderzoek TNF-alfaremmers en rol ziekenhuizen

dinsdag 24 september 2019

In een eerder bericht hebben wij belicht dat de ACM sectoronderzoek zou gaan doen naar TNF-alfremmers vanwege – kort gezegd – de hoge prijzen van die geneesmiddelen. Vandaag heeft de ACM het rapport van het sectoronderzoek gepubliceerd. De conclusie van dat onderzoek is dat na afloop van patenten de prijzen dalen door de introductie van biosimilars, maar dat het marktaandeel van biosimilars achterblijft waardoor de prijsconcurrentie voor TNF-alfaremmers op langere termijn in de knel kan komen. De ACM doet een aantal aanbevelingen die ook gericht zijn tot ziekenhuizen.

Beperkte concurrentie

De ACM geeft in het rapport aan dat, om te bepalen in hoeverre er daadwerkelijk sprake is (geweest) van concurrentiedruk tussen de geneesmiddelen – zowel voor als na patentverval – zij onderzoek heeft gedaan naar de door de ziekenhuizen betaalde netto inkoopprijzen en de volumes die worden afgenomen. De ACM heeft bij 30 ziekenhuizen de netto-inkoopprijzen van de drie in omzet grootste TNF-alfaremmers (infliximab, etanercept en adalimumab) en het naar omzet grootste alternatief met een ander werkingsmechanisme (de b-celremmer rituximab) verzameld. Ook zijn bij die ziekenhuizen gegevens opgevraagd over onder andere het voorkeursbeleid en het beleid ten opzichte van biosimilars.

Uit het onderzoek blijkt volgens de ACM het volgende:

  • De prijzen waartegen de meeste ziekenhuizen TNF-alfaremmers inkochten in de periode vóór de afloop van de patenten op de originele middelen lagen nauwelijks onder de lijstprijzen.
    Na het aflopen van de patenten zijn sterke prijsdalingen te zien in de prijs van de betreffende werkzame stof. Vooral bij de infuusmiddelen (infliximab en rituximab) weten de biosimilars veel marktaandeel te winnen binnen de verkoop van de betreffende werkzame stof.
  • Bij etanercept en adalimumab – middelen die subcutaan worden toegediend – blijft het marktaandeel van de biosimilars achter, al dalen de prijzen fors. De achterblijvende marktaandelen van biosimilars hangen niet alleen samen met kortingen die de originators bieden voor deze middelen, maar ook met de omstandigheid dat ziekenhuizen er bij een deel van de patiënten niet in slagen ze over te zetten op een biosimilar. Hierdoor houden zij een restpopulatie op de originator. Het overstappen naar een biosimilar kost een ziekenhuis meer geld en tijd bij middelen die subcutaan worden toegediend. Hiermee hebben originators van subcutane middelen een grotere voorsprong ten opzichte van de biosimilars.

Om de concurrentie tussen geneesmiddelen te versterken ziet de ACM een rol voor verschillende partijen in de markt: ziekenhuizen, zorgverzekeraars en ministerie van VWS. Ook voor zichzelf ziet de ACM uiteraard een rol. Wat betreft ziekenhuizen, zorgverzekeraars en ministerie van VWS doet de ACM een aantal aanbevelingen waardoor zij kunnen bijdragen aan die versterking.

Aanbevelingen ziekenhuizen, zorgverzekeraars en ministerie VWS

Ziekenhuizen hebben volgens de ACM een cruciale rol bij de inkoop. In dat opzicht geeft de ACM aan dat tijdens het onderzoek verschillende good practices zijn gesignaleerd die bijdragen aan de concurrentie tussen geneesmiddelen en die navolging verdienen:

  1. Inkoop op basis van gelijke kansen: het creëren van een tender met eerlijke kansen voor alle aanbieders.
  2. Gedragen voorkeursbeleid: een gedragen voorkeursbeleid wordt ingezet om bij medische gelijkwaardigheid van verschillende geneesmiddelen te profiteren van de ruimte voor concurrentie.
  3. Oog voor de effecten op langere termijn.

Zorgverzekeraars kunnen volgens de ACM bijdragen door:

  1. Compensatie, in ieder geval tijdelijk, van het first mover advantage van de originator. De ACM geeft aan dat dit bijvoorbeeld kan in de vorm van een (tijdelijk) hogere vergoeding voor de biosimilar. Zo kunnen ziekenhuizen de extra kosten die gepaard kunnen gaan met een overstap – waaronder mogelijk het moeten betalen van de lijstprijs voor de restpopulatie – financieren.
  2. Verdere verbetering van de prikkels voor doelmatige inkoop en gebruik van geneesmiddelen. Contracten waarbij ziekenhuizen een deel van hun besparingen door gepast gebruik van geneesmiddelen mogen houden om in te zetten voor onderzoek (shared savings) kunnen mogelijk zorgen voor positieve prikkels.

Verder beveelt de ACM het ministerie van VWS aan om de prijsregulering aan te passen door de dreiging van hoge prijzen voor de restpopulatie – en daarmee het risico van uitsluiting van biosimilars – te verkleinen. Dat zou mogelijk volgens de ACM mogelijk zijn door de WGP-max prijs meer in lijn te brengen met de onderhandelde prijzen door de WGP-max prijs per middel op de gemiddelde netto inkoopprijs te baseren. Daarbij wijst de ACM erop dat het aanpassen van de WGP-maxprijs alleen kan door middel van een wetswijziging.
Uiteraard ziet de ACM ook een rol voor zichzelf daar waar door farmaceuten in strijd met de mededingingsregels wordt gehandeld. De ACM kan dan tot handhaving overgaan. In de praktijk betekent dat dat de ACM voor mededingingsbeperkend gedrag boetes kan opleggen aan de farmaceuten.

Meer informatie

Voor vragen over dit onderzoek van de ACM kunt u contact opnemen met Ekram Belhadj of Cees Dekker. Zij zijn gespecialiseerd in het mededingingsrecht in de zorg en maken deel uit van onze Marktgroep Zorg.

Actueel