Een zaak beperkt zich niet altijd tot één rechtsgebied. Wij dus ook niet.

Afdeling herformuleert eisen voor feitenvaststelling bij invorderingsbeschikkingen

maandag 19 juni 2017

De Afdeling heeft in eerdere jurisprudentie eisen geformuleerd ten aanzien van de feitenvaststelling bij invorderingsbesluiten. In de uitspraak van 3 mei 2017, ECLI:NL:RVS:2017:1179 komt de Afdeling tot een herformulering van deze eisen.

De casus

Abengoa is een inrichting voor de productie van bio-ethanol. Aan de inrichting is een vergunning verleend voor het oprichten en in werking hebben van deze inrichting krachtens de Wet milieubeheer. In voorschrift 2.14 van deze vergunning is bepaald dat per 20 mei 2013 ter plaatse van een geurgevoelige locatie geen enkele van de inrichting afkomstige geur waarneembaar mag zijn.
Bij het besluit van 6 augustus 2013 heeft het college van GS van Zuid-Holland (hierna: GS) Abengoa gelast om uiterlijk op 19 augustus 2013 (blijvend) te voldoen aan voorschrift 2.14. Indien Abengoa niet aan de last voldoet verbeurt zij een dwangsom. In het besluit van 6 augustus 2013 is voorts bepaald dat bij de vaststelling of een overtreding heeft plaatsgevonden, een aantal voorwaarden geldt. Zo regelen de voorwaarden onder meer dat de geurklachten door een ter zake deskundige medewerker van de DCMR Milieudienst Rijnmond (hierna: DCMR) geverifieerd moet worden, en op welke wijze die verificatie dient te geschieden.
Abengoa verbeurt ten gevolge van dit besluit een aantal dwangsommen. GS besluit tot invordering over te gaan, en vordert in totaal voor € 1.200.000 aan dwangsommen in. Tijdens de hoger beroepsprocedure wordt Abengoa failliet verklaard, en wordt het hoger beroep door de curator overgenomen.

Vereisten voor de feitenvaststelling

De curator stelt zich op het standpunt dat de rechtbank heeft miskend dat aan de door haar in stand gelaten (delen van) invorderingsbesluiten een feitenvaststelling ten grondslag ligt die niet voldoet aan de geldende eisen uit de jurisprudentie, dan wel aan de gestelde voorwaarden van het dwangsombesluit van 6 augustus 2013.
De Afdeling wijst erop dat de curator uitgaat van een te strikte lezing van de in de jurisprudentie van de Afdeling geformuleerde eisen met betrekking tot de feitenvaststelling bij invorderingsbesluiten. In haar uitspraak van 13 juni 2012 (ECLI:NL:RVS:2012:BW8183) heeft de Afdeling een aantal eisen geformuleerd. Deze eisen heeft de Afdeling in latere uitspraken genuanceerd, onder meer in haar uitspraken van 25 juli 2012 (ECLI:NL:RVS:2012:BX2610), 13 november 2013 (ECLI:NL:RVS:2013:1911) en 30 juli 2014 (ECLI:NL:RVS:2014:2899). Omwille van de duidelijkheid ziet de Afdeling aanleiding de eisen te herformuleren.
Voorop staat dat aan een invorderingsbesluit een deugdelijke en controleerbare vaststelling van relevante feiten en omstandigheden ten grondslag dient te liggen. Dit brengt met zich dat:- De vaststelling of waarneming van feiten en omstandigheden die leiden tot verbeurte van een dwangsom dient te worden gedaan door een ter zake deskundige medewerker. Deze ter zake deskundige medewerker dient in dienst of in opdracht van het bevoegd gezag te handelen, of de bevindingen van de deskundige moeten door het bevoegd gezag voor zijn rekening worden genomen.

– De vastgestelde of waargenomen feiten en omstandigheden dienen voorts op een duidelijke wijze te worden vastgelegd. Dit betekent dat de feiten kunnen worden vastgelegd in een schriftelijke rapportage, maar in bepaalde gevallen ook met foto’s of ander bewijsmateriaal. In ieder geval moet duidelijk zijn waar, wanneer en door wie de feiten en omstandigheden zijn vastgesteld of waargenomen en welke werkwijze daarbij is gehanteerd.
– Voor zover de vastgestelde feiten en omstandigheden in een geschrift zijn vastgelegd, dient een inzichtelijke beschrijving te worden gegeven van hetgeen is vastgesteld of waargenomen.
– Een schriftelijke rapportage dient in beginsel een ondertekening door de opsteller en een dagtekening te bevatten. Aan het ontbreken van een ondertekening en een dagtekening kan worden voorbijgegaan, indien op andere wijze kan worden vastgesteld dat de opsteller van de rapportage degene is die de daarin vermelde feiten en omstandigheden heeft vastgesteld of waargenomen en wanneer die vaststelling of waarneming heeft plaatsgevonden.

De Afdeling past de bovengenoemde verduidelijking gelijk toe in deze zaak. De curator voert namelijk aan de medewerkers van DCMR wiens verslagen ten grondslag liggen aan de door de rechtbank in stand gelaten invorderingsbesluiten niet zijn aangesteld als toezichthouder met betrekking tot provinciale handhavingsaangelegenheden, maar uitsluitend als toezichthouder met betrekking tot gemeentelijke handhavingsaangelegenheden.
Volgens de Afdeling is niet noodzakelijk dat iemand moet zijn aangesteld als toezichthouder om een ter zake deskundige medewerker van het bevoegd gezag te zijn. Voldoende is dat de medewerker werkzaam is onder de verantwoordelijkheid van het bevoegd gezag en deskundig kan worden geacht.
De curator betoogt verder dat de verslagen die ten grondslag liggen aan de invorderingsbesluiten niet voldoen aan het vereiste van ondertekening en dagtekening. De Afdeling merkt naar aanleiding hiervan op dat de verslagen steeds zijn opgesteld door de medewerker van DCMR die het in het verslag beschreven onderzoek heeft verricht. De verslagen vermelden de naam van die medewerker en de dag waarop het verslag is opgesteld, maar zijn niet voorzien van een fysieke handtekening. Het college heeft in hoger beroep echter ondertekende verklaringen van de betrokken medewerkers overgelegd, waarin is verklaard dat de verslagen toen door hen zijn opgesteld. Volgens de Afdeling zijn er geen aanwijzingen dat de verslagen na het opstellen daarvan inhoudelijk zijn gewijzigd.

Tot besluit

Onderhavige uitspraak is voor de praktijk van belang, omdat hiermee (nog) duidelijk(er) wordt weergegeven welke eisen er worden gesteld aan de feitenvaststelling bij invorderingsbesluiten.

Meer informatie

Neem voor meer informatie contact op met Maarten van Nijendaal, E: maarten.vannijendaal@nysingh.nl | M: 06 22 17 66 54 of Mark Tunnissen, E: mark.tunnissen@nysingh.nl| M: 06 12 64 52 14

Actueel

->