Een zaak beperkt zich niet altijd tot één rechtsgebied. Wij dus ook niet.

Beperk schade, voer doorberekeningsverweer

maandag 30 januari 2017

Inleiding

Het afgelopen jaar heeft de Hoge Raad in TenneT/ABB (Hoge Raad 8 juli 2016, ECLI:NL:HR:2016:1483)  een belangrijk arrest gewezen ten aanzien van de kwalificatie van het doorberekeningsverweer (‘passing-on verweer’). In de literatuur heeft dit arrest vooral aandacht gekregen vanuit mededingingsrechtelijke hoek. Het arrest is echter ook buiten het mededingingsrecht van belang, omdat het een belangrijke wijziging bevat ten aanzien van het leerstuk van de voordeelstoerekening. Het  voordeel dat is ontstaan als gevolg van het schadetoebrengend feit kan van de schadevergoeding worden afgetrokken voor zover dat met de toepassing van de in artikel 6:98 BW besloten maatstaf redelijk is.

Doorberekeningsverweer

In de zaak TenneT/ABB was sprake van een zogenaamd doorberekeningsverweer. Een doorberekeningsverweer wordt doorgaans door de gedaagde gevoerd, dat wil zeggen de partij die tot vergoeding van schade gehouden is. Het doorberekeningsverweer houdt in dat de omvang van de (eventueel) voor vergoeding in aanmerking komende schade wordt verminderd omdat de schade aan derden is doorberekend.
In het geval van TenneT/ABB had ABB een installatie verkocht aan TenneT. De verkoop-prijs van de installatie was te hoog als gevolg van een kartel. Het verweer van ABB kwam er op neer dat de door TenneT geleden schade niet bestond uit de prijsverhoging als gevolg van het kartel, omdat deze prijsverhoging deels was doorberekend aan de afnemers van ABB.
Ook in het vervoersrecht is een beroep op een doorberekeningsverweer denkbaar. Indien de opdrachtgever van een vervoerder een opdracht terugtrekt en sprake is van wan¬prestatie, kan deze opdrachtgever stellen dat de vervoerder als gevolg van het terug¬trekken van de opdracht andere vrachten heeft uitgevoerd. Wanneer deze vrachten zijn uitgevoerd tegen (minimaal) het eerder met de afgehaakte opdrachtgever overeen-gekomen tarief, is geen sprake van ‘netto schade’.

Geen andere eisen artikel voordeelstoerekening

Schadebegrip of voordeelstoerekening
De vraag die in het arrest TenneT/ABB aan de orde kwam was, hoe het doorberekenings¬verweer/of passing on verweer gekwalificeerd moest worden. Ten eerste kan het passing on verweer worden beoordeeld als onderdeel van de vraag in hoeverre schade is geleden (art. 6:95-97 BW; de schade bestaat alleen uit de verslechterde positie). Ten tweede kan het passing on verweer worden gekwalificeerd als toepassing van het leerstuk van de voordeelstoerekening (art. 6:100 BW).

Voordeelstoerekening, schade en voordeel uit dezelfde gebeurtenis?
Bovenstaande vraag was van belang omdat bij toepassing van het leerstuk voordeels-toerekening stringentere eisen gesteld werden dan bij schadebegroting. In het arrest Vos/TSN  uit 2009 had de Hoge Raad geoordeeld dat winst die de benadeelde door eigen inspanning had behaald, niet op grond van artikel 6:100 BW kon leiden tot vermindering van de schadevergoeding. De Hoge Raad oordeelde dat de schade en het voordeel niet waren veroorzaakt door “eenzelfde gebeurtenis”.

De Hoge Raad verduidelijkt en ‘gaat om’
Ten eerste oordeelt de rechter (in r.o. 4.3.4.) dat het doorberekeningsverweer zowel in het licht van artikel 6:95-97 BW als in het licht van art. 6:100 BW gezien kan worden.
De Hoge Raad oordeelt echter dat de toepassing van de leerstukken schadeberekening en voordeelstoerekening niet wezenlijk verschilt. De Hoge Raad oordeelt dat de vraag of voordeel in mindering gebracht dient te worden afhankelijk is van ten eerste de vraag of er een condicio sine qua non-verband bestaat, in die zin dat sprake is van een voordeel dat zonder de normschending niet had bestaan. Ten tweede vindt een redelijkheidstoets plaats aan de hand van art. 6:98 BW.
De Hoge Raad laat hiermee de stringentere leer met betrekking tot voordeelstoerekening uit Vos/TSN vallen. Niet langer is nodig dat de schade en het voordeel worden veroorzaakt door “eenzelfde gebeurtenis”.
De Hoge Raad wijst expliciet op deze koerswijziging met de overweging: “Waar in eerdere uitspraken van de Hoge Raad meer of andere eisen gesteld zijn aan “eenzelfde gebeurtenis” bij voordeelstoerekening met toepassing van art. 6:100 BW, komt de Hoge Raad daar van terug.”

Conclusie

De uitspraak van de Hoge Raad geeft partijen die schade dienen te vergoeden ruimere mogelijkheden tot het doen van een beroep op voordeelstoerekening. Advocaten die optreden voor schadeveroorzakers of schadeverzekeraars dienen alert te zijn op deze jurisprudentiële wijziging.

Meer informatie

Neem voor meer informatie over dit of andere aansprakelijkheidsrechtelijke onderwerpen contact op met mr. Stijn de Zwart, advocaat en aansprakelijkheidsrechtspecialist bij Nysingh advocaten – notarissen, E: stijn.dezwart@nysingh.nl | T: 038 425 91 56 | M: 06 51 21 09 87

Actueel