Een zaak beperkt zich niet altijd tot één rechtsgebied. Wij dus ook niet.

Het centraal aandeelhoudersregister en het UBO register: transparantie versus privacy

maandag 13 november 2017

In Nederland worden twee registers geïntroduceerd ter bestrijding van fraude, witwassen en belastingontduiking: het centraal aandeelhoudersregister en het UBO-register. Met deze registers moet de betrokkenheid van natuurlijke personen bij rechtspersonen inzichtelijker worden.

Het centraal aandeelhoudersregister

Op 19 januari 2017 is ter invoering van het centraal aandeelhoudersregister (hierna: het CAHR) het wetsvoorstel Wet centraal aandeelhoudersregister bij de Tweede Kamer ingediend. In het CAHR wordt op digitale wijze centraal informatie over aandelen, aandeelhouders, vruchtgebruikers en pandhouders van besloten en niet-beursgenoteerde naamloze vennootschappen verzameld.
Het CAHR zal niet een openbaar register zijn, maar een register dat slechts beschikbaar is voor de Rijksbelastingdienst, notarissen en andere aangewezen publieke diensten ten behoeve van de uitoefening van hun wettelijke taak. Ook aandeelhouders, vruchtgebruikers en pandhouders kunnen, op verzoek, informatie ontvangen over de gegevens die over hen in het CAHR zijn opgenomen.
Om de privacy van de betrokkenen te waarborgen voorziet het wetsvoorstel erin dat personen en organisaties die toegang krijgen tot het CAHR onderworpen zijn aan een geheimhoudingsplicht. De notaris wordt verplicht tot inschrijving van bepaalde gegevens over aandelen en aandeelhouders in het CAHR, dat bij de Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie wordt ondergebracht. Wanneer dit register precies ingevoerd zal gaan worden is nog niet duidelijk.

Het UBO-register

Op 20 mei 2015 werd door het Europees Parlement de Richtlijn tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld en de financiering van terrorisme (hierna: de Richtlijn) aangenomen. Het doel van de Richtlijn is het voorkomen van misbruik van vennootschappen en juridische entiteiten voor witwassen of het financieren van terrorisme. Als hulpmiddel om dit doel te bereiken introduceert de Richtlijn het UBO-register, een centraal register waarin bepaalde informatie van alle uiteindelijk belanghebbenden van bepaalde entiteiten opgenomen worden. Op 26 juni 2017 moet dit register in Nederland ingevoerd te zijn. De Richtlijn geeft op hoofdlijnen de eisen aan waaraan het UBO-register minimaal moet voldoen. Een verdere uitwerking van dit register dient op nationaal niveau plaats te vinden.

Wie is een UBO?

  1. De afkorting “UBO” staat voor ultimate beneficial owner, in het Nederlands: uiteindelijk belanghebbende.
    Volgens de Richtlijn is een UBO:
  2. Elke natuurlijke persoon die de uiteindelijke eigendom heeft van of zeggenschap heeft over een juridische entiteit via het direct of indirect houden van meer dan 25% van de aandelen of de stemrechten in die entiteit.
    Indien er geen persoon als bedoeld onder 1. achterhaald kan worden, dan worden de natuurlijke personen die behoren tot het leidinggevend personeel aangewezen als UBO.

Wie moeten hun UBO’s registreren?

Voor alle juridische entiteiten van een lidstaat en alle vennootschappen opgericht binnen het grondgebied van een lidstaat geldt de verplichting om ervoor te zorgen dat de informatie betreffende hun UBO’s opgenomen worden in het voor die lidstaat geldende UBO-register. Nederland zal voor de definitie “vennootschappen en juridische entiteiten” in ieder geval aansluiting zoeken bij de entiteiten die zijn opgenomen in het Handelsregister. Het beheer van het UBO-register zal in Nederland aan de Kamer van Koophandel worden gegeven.
Het niet, niet juist, niet volledig of niet tijdig registreren van informatie over de UBO door vennootschappen en andere juridische entiteiten, zal worden gesanctioneerd in de Wet economische delicten, zo maakte de Minister van Financiën kenbaar. Overtreding van deze verplichting zal een economisch delict opleveren met als straf hechtenis van ten hoogste zes maanden, taakstraf of geldboete van ten hoogste € 20.250,-.

Wie krijgt toegang tot het UBO-register?

De Richtlijn geeft aan de lidstaten de mogelijkheid om het UBO-register een openbaar register te maken of om het register slechts voor een beperkte categorie gebruikers open te stellen. Nederland heeft gekozen voor een openbaar register, waarbij iedereen tegen een kleine vergoeding toegang zal krijgen tot de volgende gegevens van een UBO:

  • naam;
  • geboortemaand;
  • geboortejaar;
  • nationaliteit;
  • woonstaat;
  • aard en omvang van het door de UBO gehouden economische belang.

In aanvulling op deze beperkte maar voor een ieder toegankelijke gegevens, worden aan bepaalde autoriteiten zoals bijvoorbeeld De Nederlandsche Bank, Autoriteit Financiële Markten, de Belastingdienst, het Openbaar Ministerie en de Financial Intelligence Unit-Nederland aanvullende gegevens verstrekt die relevant zijn in het kader van hun werkzaamheden (toezicht, opsporing), zoals de geboortedag, de geboorteplaats, het geboorteland en het adres van de UBO.

Het UBO-register: bescherming privacy

Ter bescherming van de privacy van de UBO zal er een aantal waarborgen aan het register gekoppeld worden. Zo zal iedere gebruiker van het UBO-register worden geregistreerd, zal er een vergoeding worden gevraagd voor inzage, zullen gebruikers slechts inzage krijgen in een beperkte set van gegevens en zal bij een risico op bijvoorbeeld kidnapping, chantage, geweld of intimidatie per individueel geval een nauwkeurige beoordeling gemaakt worden van de risico’s en wordt, op verzoek, beoordeeld of bepaalde UBO-informatie kan worden afgeschermd.
De vraag kan worden gesteld of bij het UBO-register het recht op privacy wel voldoende wordt gewaarborgd. Vooral familiebedrijven zijn om redenen van vertrouwelijkheid en veiligheid op zijn zachtst gezegd niet blij met het UBO-register en de daaruit voortvloeiende verplichting om persoonlijke gegevens openbaar te maken.

Voortgang UBO-register

Aan de instelling van een Nederlands UBO-register is vanwege de door de Richtlijn aan de lidstaten opgelegde verplichting niet te ontkomen. De Richtlijn had op 26 juni 2017 geïmplementeerd moeten zijn, maar deze implementatie heeft in Nederland vertraging opgelopen. Het streven is nu om in het begin van het jaar 2018 een conceptwetsvoorstel bij de Tweede Kamer in te dienen, zodat het UBO-register in de zomer van 2018 operationeel zou kunnen zijn.

Actueel