Een zaak beperkt zich niet altijd tot één rechtsgebied. Wij dus ook niet.

Wie draagt extra kosten van gasloos bouwen bij contracten gesloten voor 1 juli 2018?

donderdag 17 januari 2019

Gasloos bouwen NysinghMet de inwerkingtreding van de Wet voortgang energietransitie (Wet Vet) is de gasaansluitplicht per 1 juli 2018 komen te vervallen. Nieuwbouw mag in beginsel niet meer worden aangesloten op het gasnet wanneer ná 1 juli 2018 een omgevingsvergunning is aangevraagd. Al bestaande contracten lopen daarmee onder meer het risico op vertraging en extra kosten. Op grond van de wet en de UAV 2012 draagt de opdrachtgever in beginsel het risico van extra kosten als gevolg van wetswijzigingen die plaatsvinden na de prijsaanbieding van de aannemer of na de aanbesteding. Het kan echter ook zijn dat de aannemer dit risico draagt op grond van het contract. De aannemer die – ondanks het risico – de extra kosten van het gasloos bouwen wil verhalen op de opdrachtgever, heeft de mogelijkheid een beroep te doen op artikel 7:753 Burgerlijk Wetboek (BW) of paragraaf 47 UAV 2012.

Gasloos bouwen en de risico’s voor contracten gesloten vóór 1 juli 2018

In de Gaswet is de gasaansluitplicht voor de netbeheerder komen te vervallen. Theoretisch ontstaat daarmee een verbod op gasloos bouwen. De netbeheerder mag namelijk slechts die taken uitvoeren die bij of krachtens de wet aan hem worden toegekend. Het verbod geldt voor nieuwbouw waarvan de omgevingsvergunning na 1 juli 2018 is aangevraagd. Het verplicht gasloos bouwen geldt dus niet voor bouwprojecten waarbij voor 1 juli 2018 een omgevingsvergunning is aangevraagd. Het gasloos bouwen geldt ook niet voor gebieden die het college van burgemeesters en wethouders aanwijst vanwege zwaarwegende redenen van algemeen belang. Voor die gevallen blijft de oude situatie van toepassing.

Het verbod kan risico’s met zich brengen voor partijen die voorafgaand aan de inwerkingtreding van het verbod een contract hebben gesloten, maar pas na 1 juli 2018 een omgevingsvergunning hebben aangevraagd. Die risico’s zijn onder meer gelegen in vertraging en extra kosten: lopende bouwprojecten moeten worden herzien omdat de keuze voor aardgas al in een vroeg stadium werd gemaakt.

Wie draagt de extra kosten?

Uit artikel 7:753 BW en paragraaf 6 lid 13 UAV 2012 volgt dat kostenstijgingen als gevolg van een wettelijk voorschrift dat is ingetreden na de dag van de prijsaanbieding van de aannemer, komen voor rekening van de opdrachtgever. Dit is alleen niet het geval wanneer de aannemer de gevolgen op de dag van de prijsaanbieding had kunnen voorzien. In geval van het gasloos bouwen heeft de wetgever in een rap tempo de wijzigingen doorgevoerd. Op 30 januari 2018 is het wetsvoorstel aangenomen door de Tweede Kamer. Begin april 2018 keurde de Eerste Kamer het desbetreffende wetsvoorstel goed. Dit terwijl het kabinet in december 2017 aangaf dat de markt in 2018 niet zou worden geconfronteerd met grote wijzigingen.

Het is aannemelijk dat aannemers die vóór of begin 2018 een contract sloten, de gevolgen dus niet konden voorzien. Daarmee ligt het financiële risico van extra kosten in beginsel bij de opdrachtgever. De aannemer heeft in dat geval recht op volledige verrekening van de extra kosten als gevolg van het gasloos bouwen.

Wanneer het contract tussen opdrachtgever en aannemer echter een regeling bevat over wijziging van prijzen, dan komen de gevolgen van de naleving van wettelijke voorschriften alleen voor rekening van de opdrachtgever indien dat uit die regeling in het contract voortvloeit.

Remedies voor de aannemer

Moet een aannemer in dat geval alle kosten voor zijn rekening nemen? In beginsel wel. Hem staat echter een tweetal middelen ter beschikking om (een deel van) de kosten voor rekening van de opdrachtgever te laten komen. Wanneer op grond van de UAV 2012 niets contractueel is overeengekomen, kan de aannemer op grond van artikel 7:753 lid 1 BW de rechter verzoeken de prijs aan te passen. Daarvoor is allereerst vereist dat de kostenverhogende omstandigheden niet aan de aannemer zijn toe te rekenen. En dat de aannemer bij de prijsaanbieding niet met de kans op kostenverhogende omstandigheden rekening hoefde te houden. Verder moet de aannemer de opdrachtgever zo spoedig mogelijk hebben gewaarschuwd voor de noodzaak van een prijsverhoging.

Bij toepasselijkheid van de UAV 2012 biedt §47 UAV 2012 een mogelijkheid voor de aannemer om niet alle kosten van het gasloos bouwen te dragen. Deze bepaling vertoont veel gelijkenis met artikel 7:753 BW, maar kent een paar verschillen. Zo is hier sprake van bijbetaling en niet van een prijsaanpassing door de rechter. De mogelijkheid van bijbetaling bestaat alleen bij een aanzienlijke kostenverhoging. Alleen een kostenverhoging is onvoldoende: deze moet aanzienlijk zijn. Wat aanzienlijk is, verschilt per geval. De aannemer moet de opdrachtgever zo spoedig mogelijk schriftelijk op de hoogste stellen en op korte termijn met de opdrachtgever overleg plegen over de vraag in hoeverre het redelijk is dat de kosten door de opdrachtgever worden vergoed.

Conclusie

Bij contracten gesloten vóór 1 juli 2018 komen kosten van gasloos bouwen in beginsel voor rekening van de opdrachtgever. Tenzij het contract een regeling bevat over wijziging van prijzen en het niet uit die regeling voortvloeit dat gevolgen voor rekening van de opdrachtgever komen. In het laatste geval komen de kosten voor rekening van de aannemer. De aannemer heeft twee mogelijkheden om de gemaakte kosten deels, dan wel geheel terug te krijgen van de opdrachtgever.

Voor meer informatie over dit en ander bouwrechtelijke onderwerpen kunt u contact opnemen met Wouter Boonstra, E: wouter.boonstra@nysingh.nl | M: 06 12 07 22 64.

Actueel