Een zaak beperkt zich niet altijd tot één rechtsgebied. Wij dus ook niet.

Einde aan de slapende dienstverbanden? De Hoge Raad is nu aan zet.

maandag 6 mei 2019

Wij hebben u onlangs geïnformeerd over de zogenoemde slapende dienstverbanden. We hebben ons in dat artikel afgevraagd of een werknemer in een slapend dienstverband zijn werkgever kan dwingen hem te ontslaan zodat hij een transitievergoeding ontvangt.

In de maand maart zijn kort na elkaar twee rechterlijke uitspraken gedaan met tegenstrijdige antwoorden op deze vraag. In de ene zaak werd de werkgever veroordeeld tot opzegging van de arbeidsovereenkomst met een meer dan twee jaar arbeidsongeschikte werknemer, in de andere zaak oordeelde de kantonrechter dat het ook na de invoering van de Wet compensatie transitievergoeding nog steeds behoort tot de keuzevrijheid van de werkgever om een arbeidsovereenkomst met langdurig arbeidsongeschikte werknemer al dan niet op te zeggen.

De vraag gaat nu, u hebt het wellicht gelezen in het FD, via een verkorte route direct naar de Hoge Raad. Onlangs heeft de kantonrechter Roermond namelijk prejudiciële vragen aan de Hoge Raad gesteld over slapende dienstverbanden. De centrale vraag die daar is voorgelegd is de volgende:

Is de werkgever gehouden akkoord te gaan met een redelijk voorstel van de werknemer tot wijziging van arbeidsvoorwaarden, bestaande uit de beëindiging met wederzijds goedvinden onder betaling door de werkgever van een ontslagvergoeding ter hoogte van het bedrag dat de werkgever op grond van de Wet compensatie transitievergoeding kan verhalen op het UWV?

We zien uit naar de uitspraak van de Hoge Raad. Het is de verwachting dat die in het najaar afkomt. Wij berichten u dan uiteraard opnieuw. En tot die tijd staat wat ons betreft de keuzevrijheid van de werkgever nog steeds voorop.

Actueel