Een zaak beperkt zich niet altijd tot één rechtsgebied. Wij dus ook niet.

EU-recht begrenst nationale regeling over nutriënten in voedingssupplementen

maandag 12 juni 2017

Wanneer een bedrijf voedingssupplementen in de EU op de markt brengt, kan het niet zonder meer door nationale regelgeving gehouden worden aan maximale hoeveelheden vitaminen en mineralen (nutriënten) in die voedingssupplementen. Nationale regelgeving waarin maximale hoeveelheden nutriënten worden vastgesteld, kan namelijk in strijd zijn met het EU-recht. Dit blijkt uit een recent arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie (Hof) in een Franse zaak. Wanneer de (centrale of decentrale) overheid zich niet houdt aan dat EU-recht, kunnen bedrijven dan ook een geconstateerde overtreding van het nationale recht aanvechten.

Vervolging in Frankrijk

In deze zaak gaat het om Noria Distribution (Noria). Dit is een Frans bedrijf dat in de EU voedingssupplementen op de markt brengt. Noria wordt in Frankrijk vervolgd, omdat zij voedingssupplementen heeft verkocht die grotere hoeveelheden nutriënten bevatten dan de maximumhoeveelheden die in Franse regelgeving zijn vastgesteld. Noria ontkent dit niet, maar stelt zich op het standpunt dat die maximumhoeveelheden niet geldig zijn omdat ze in strijd met het EU-recht zijn. Omdat de Franse rechter twijfelde over de vraag of de Franse regelgeving in strijd is met het EU-recht, stelde deze prejudiciële vragen aan het Hof.

Voedingssupplementenrichtlijn en vrij verkeer van goederen

Het EU-recht waar het hier om gaat is de Voedingssupplementenrichtlijn en het vrij verkeer van goederen. Het Hof wijst er in zijn arrest op dat zolang de Europese Commissie op grond van de Voedingssupplementenrichtlijn geen maximumhoeveelheden heeft vastgesteld voor nutriënten, lidstaten vrij zijn om zelf regelgeving op dat punt vast te stellen. Die regelgeving mag echter niet in strijd zijn met het vrij verkeer van goederen. Ook moeten lidstaten rekening houden met de volgende voorwaarden uit de Voedingssupplementenrichtlijn:
– voor nutriënten in voedingssupplementen worden maximumhoeveelheden vastgesteld, uitgedrukt in een door de fabrikant aanbevolen dagelijkse portie, met inachtneming van het volgende:
a) de veilige maximumgehalten nutriënten die aan de hand van een wetenschappelijke risicobeoordeling op basis van algemeen aanvaarde wetenschappelijke gegevens zijn vastgesteld, waarbij in voorkomend geval rekening wordt gehouden met de variërende mate van gevoeligheid van verschillende groepen consumenten;
b) de inname van vitaminen en mineralen uit andere voedingsbronnen;
– de referentie-innames aan nutriënten voor de bevolking.

Belemmering vrij verkeer van goederen

Het oordeel van het Hof is dat de Franse regelgeving in dit geval het vrije verkeer van goederen belemmert. Een voedingssupplement met een hoger gehalte nutriënten dan de maximumhoeveelheden die in de Franse regelgeving zijn vastgesteld, mag in Frankrijk immers niet in de handel worden gebracht, ook wanneer het in een andere lidstaat rechtmatig is vervaardigd of in de handel is gebracht.

Nationale regelgeving die in strijd is met het vrije verkeer van goederen kan toch gerechtvaardigd zijn als aan de voorwaarden uit het EU-recht wordt voldaan. Eén van die voorwaarden is dat de regelgeving gepaard gaat met een procedure waarmee bedrijven toelating kunnen krijgen voor het in de handel brengen van voedingssupplementen die hogere doses nutriënten bevatten dan de maximumhoeveelheden. Die procedure moet gemakkelijk toegankelijk zijn en binnen een redelijke termijn kunnen worden doorlopen. Ook moet beroep bij de rechter openstaan. Het Hof stelt vast dat de procedure die in de Franse regelgeving is opgenomen niet van toepassing  is op voedingssupplementen zoals hier aan de orde is. Dat betekent dat de schending van het vrij verkeer van goederen in dit geval niet kan worden gerechtvaardigd.

Vaststelling maximumhoeveelheden

Vervolgens gaat het Hof in op de wijze van vaststelling van de maximumhoeveelheden. Zoals hiervoor is aangegeven moeten lidstaten bij het vaststellen van maximumhoeveelheden acht slaan op de voorwaarden die volgen uit de Voedingssupplementenrichtlijn. Die maximumhoeveelheden moeten van geval tot geval worden vastgesteld aan de hand van die voorwaarden. In het bijzonder moeten de veilige maximumhoeveelheden zijn vastgesteld na een wetenschappelijke beoordeling van de risico’s voor de volksgezondheid. Deze moet gebaseerd zijn op relevante wetenschappelijke gegevens en niet op algemene of hypothetische overwegingen. Een methode waarbij die maximumhoeveelheden worden vastgesteld op basis van alleen de voedingsbehoefte van de betrokken bevolking, of zonder dat die vaststelling van geval tot geval wordt verricht, is niet in lijn met de Voedingssupplementenrichtlijn. De Franse rechter moet gaan bepalen of de Franse regelgeving aan deze voorwaarden voldoet.

Het Hof maakt ook duidelijk dat de wetenschappelijke beoordeling, zoals hiervoor bedoeld, kan plaatsvinden op basis van nationale en internationale wetenschappelijke gegevens. Van belang is dat het Hof benadrukt dat een lidstaat bij het vaststellen van maximumhoeveelheden niet alleen rekening mag houden met nationale wetenschappelijk gegevens als er ook internationale wetenschappelijke gegevens voorhanden zijn.

EU-recht biedt oplossingen in de praktijk

De uitleg van het Hof in deze zaak is verhelderend, met name wat betreft de wijze van vaststelling van de maximumhoeveelheden nutriënten in voedingssupplementen. Maximumhoeveelheden hoeven niet per se in strijd te zijn met  het EU-recht. De overheid moet bij het vaststellen van regelgeving echter wel rekening houden met verschillende aspecten. Gebeurt dat niet en is  die nationale regelgeving de enige grondslag voor bijvoorbeeld een boete of vervolging, dan zal dat tot gevolg hebben dat deze boete ongedaan gemaakt moet worden of vervolging gestaakt moet worden. Voor bedrijven betekent dit dat wanneer zij worden beticht van schending van nationale regelgeving, het cruciaal kan zijn om (ook) na te gaan of EU-recht een rol speelt. Als dat het geval is, kan dat een oplossing bieden.

Meer informatie

Heeft u vragen over deze zaak in relatie tot de situatie van uw eigen bedrijf, of heeft u andere food-gerelateerde vragen over bijvoorbeeld claims, etikettering, verpakkingen, neem dan contact op met Ekram Belhadj (T: 038 425 92 07 |
E: ekram.belhadj@nysingh.nl) of Cees Dekker (T: 038 425 92 07 | E: cees.dekker@nysingh.nl). Zij zijn gespecialiseerd in EU Food Law en mededingingsrecht en maken deel uit van onze Markgroep Food & Agri.

Actueel