Een zaak beperkt zich niet altijd tot één rechtsgebied. Wij dus ook niet.

Geen schadevergoeding wegens verlegging onderhoudsplicht beschoeiing

woensdag 22 januari 2020

De Afdeling heeft bij uitspraak van 15 januari 2020 (ECLI:NL:RVS:2020:93) geoordeeld dat de kosten van onderhoud van walbeschoeiing voor rekening van de eigenaar van het perceel blijven. Dat het waterschap voorafgaand aan de wijziging van de legger daarvoor verantwoordelijk was, maakt dat niet anders.

Wat speelde er?

Het gaat om een perceel naast de haven van Steenbergen. Schepen die van en naar deze haven varen, moeten bij dit perceel een bocht maken. Door deze draaibewegingen van de schepen ontstaat er een waterdruk op de oever die door de aanwezige beschoeiing (in de vorm van een houten damwand) moet worden opgevangen om verzakkingen of verplaatsingen van de oever te voorkomen.

Wijziging onderhoudsplicht

Tot 20 november 2012 was waterschap Brabantse Delta verantwoordelijk voor het onderhoud van de beschoeiing, zo volgde uit de legger. Op 20 november 2012 heeft het waterschap deze legger echter gewijzigd met als gevolg dat de verantwoordelijkheid voor het onderhoud van de beschoeiing is verschoven van het waterschap naar de eigenaar van het perceel. De eigenaar heeft daarop het dagelijks bestuur van het waterschap verzocht om vergoeding van zijn schade. Volgens hem is de waarde van zijn perceel gedaald, omdat hij als gevolg van de legger  verantwoordelijk is geworden voor het onderhoud van de beschoeiing.

Schadeverzoek

Het dagelijks bestuur vraagt de Stichting Adviesbureau Onroerende Zaken (hierna: de SAOZ) om hierover te adviseren. De SAOZ is van oordeel dat het verzoek om schade moet worden afgewezen nu de onderhoudskosten van de beschoeiing eens in de dertig à veertig jaar maximaal € 5.000,00 bedragen en dit binnen het normaal maatschappelijk risico valt. Het dagelijks bestuur besluit dit advies over te nemen en heeft het schadeverzoek afgewezen.

Eigenaar in beroep

De eigenaar laat het er niet bij zitten en gaat in beroep. Wanneer hij door de rechtbank in het ongelijk wordt gesteld besluit de bewoner hoger beroep in te stellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De eigenaar betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat de schade die de inwerkingtreding van de legger met zich heeft gebracht voor zijn rekening komt. Daarnaast is hij van oordeel dat de SAOZ de schade te laag heeft begroot, nu er op het perceel een veel steviger beschoeiing nodig is in de vorm van een kademuur of een stalen damwand.

Oordeel Afdeling

De Afdeling gaat niet mee in dit betoog en oordeelt dat het nadeel van € 5.000,00 wel degelijk binnen het normaal maatschappelijk risico valt. De Afdeling bevestigt dat een bestuursorgaan in beginsel mag uitgaan van de juistheid van een door een onafhankelijke en onpartijdige deskundige aan hem uitgebracht advies, tenzij concrete aanknopingspunten voor twijfel aan de juistheid of volledigheid naar voren zijn gebracht. Hoewel de eigenaar in bezwaar het advies van een deskundige heeft ingebracht, is hij er niet in is geslaagd voldoende concrete aanknopingspunten naar voren te brengen voor twijfel aan de juistheid of volledigheid van het rapport van de SAOZ. Zo heeft de eigenaar onvoldoende onderbouwd dat de houten damwand ongeschikt is als beschoeiing en een veel duurdere stalen damwand noodzakelijk is. Ook heeft de eigenaar onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de SAOZ de kosten van een houten damwand te laag heeft begroot. Tot slot is de Afdeling van oordeel dat ook uit de in het bezwaar door de eigenaar overgelegde deskundigenoordeel volgt dat de realisatie van een houten damwand mogelijk is en de noodzaak van een stalen damwand niet vaststaat.

Meer informatie

Heeft u vragen of wilt u meer weten over dit onderwerp? Neem dan contact op met Jessica de Roos, E: jessica.deroos@nysingh.nl | T: 088 752 02 37 | M: 06 51 38 50 02 of Folmer Helder, E: folmer.helder@nysingh.nl | T: 088 752 02 77 | M:  06 13 29 10 01.

Actueel