Een zaak beperkt zich niet altijd tot één rechtsgebied. Wij dus ook niet.

Niet-genoten vakantiedagen bij faillissement

woensdag 6 december 2017

In zijn arrest van 3 december 1999 LISV/Wilderink heeft de Hoge Raad zich uitgelaten over de status van niet-genoten vakantiedagen in een faillissement. Kort gezegd heeft de Hoge Raad geoordeeld dat de aanspraak op een uitkering in geld (die bij het einde van het dienstverband ontstaat en in plaats treedt voor het recht op vakantie) onder het loonbegrip valt en daarmee een boedelschuld is. Dat geldt zowel ten aanzien van de dagen die voorafgaand aan het faillissement zijn opgebouwd als voor de dagen die vanaf de dag van het uitspreken van het faillissement worden opgebouwd. De Hoge Raad heeft in dit arrest namelijk geoordeeld dat de aanspraak op de uitkering ontstaat op het moment dat de beëindiging van de arbeidsovereenkomst plaatsvindt. De beëindiging vindt plaats ‘door toedoen’ van de curator. De curator zegt immers na datum faillissement de arbeidsovereenkomst op, waarmee dus ook de geldelijke aanspraak wegens niet-genoten vakantiedagen ontstaat. Schulden die ontstonden door toedoen van de curator waren voorheen boedelschulden.

Boedelschulden dienen voorafgaand aan de uitdeling aan de faillissementsschuldeisers te worden voldaan. Boedelschulden geven in beginsel een directe aanspraak op de boedel en de boedelschulden dienen in beginsel direct door de curator voldaan te worden. Dat is alleen anders als de mogelijkheid bestaat dat niet alle boedelschulden kunnen worden voldaan, hetgeen in de praktijk in veel faillissementen het geval is.

Op 19 april 2013 is de Hoge Raad teruggekomen van het ‘toedoen-criterium’ en heeft geoordeeld dat er drie soorten boedelschulden zijn: i) boedelschulden die door de wet als zodanig zijn aangemerkt, (ii) schulden die door de curator in zijn hoedanigheid zijn aangegaan en (iii) schulden die een gevolg zijn van een handelen van de curator in strijd met een op hem/haar rustende verbintenis of verplichting. De kantonrechter te Leiden heeft naar aanleiding van dit arrest op 1 maart 2017 aan de Hoge Raad een aantal prejudiciële vragen gesteld met betrekking tot niet-genoten vakantie.

Niet-genoten vakantie dagen nog steeds boedelschuld?

De kantonrechter heeft onder meer gevraagd of het oordeel van de Hoge Raad in zijn arrest van 3 december 1999 – dat de uitkering op basis van niet-genoten vakantiedagen nog steeds een boedelschuld oplevert – nog geldend recht is. De Hoge Raad heeft dit bevestigd en stelt, kort gezegd, dat de schuld uit hoofde van niet-genoten vakantiedagen behoort tot de boedelschulden die de wet als zodanig aanmerkt en stelt, kort gezegd, dat de wijzigingen die zijn ingetreden met het arrest van 19 april 2013 geen betrekking heeft op deze categorie van schulden. De uitkering wegens niet-genoten vakantiedagen geldt als loon en valt daarmee onder de eerste categorie omdat artikel 40 lid 2 van de Faillissementswet onder meer bepaalt dat het loon vanaf datum faillissement als een boedelschuld kwalificeert.

Kan curator werknemer verplichten om vrije dagen op te nemen?

De kantonrechter heeft verder aan de Hoge Raad de vraag gesteld of de curator bij de opzegging van de arbeidsovereenkomst op grond van de Faillissementswet de werknemer in het belang van (de staat van) de boedel kan verplichten de niet-genoten vakantiedagen geheel of gedeeltelijk op te nemen ter voorkoming van het ontstaan van een boedelschuld. De Hoge Raad stelt dat bij de vaststelling van aanvang en einde van vakantie de wensen van de werknemer als uitgangspunt dienen, waarop in geval van gewichtige redenen uitzonderingen mogelijk zijn. Met de strekking van dit wettelijke stelsel acht de Hoge Raad het niet verenigbaar dat de werknemer door de curator van de gefailleerde werkgever met het oog op het belang van de boedel zou kunnen worden gedwongen tot het opnemen van vakantiedagen. De curator kan dus niet op deze grond beletten dat de werknemer bij het einde van de arbeidsovereenkomst zijn vordering op uitbetaling van niet-genoten vakantiedagen uitoefent.

Concluderend

Ook na het arrest van 19 april 2013 kwalificeert de vordering van een werknemer uit hoofde van niet-genoten vakantiedagen als een boedelschuld. Verder kan een curator een werknemer niet verplichten tot het opnemen van niet-genoten vakantiedagen teneinde deze boedelvordering van de werknemer te voorkomen.

Meer informatie

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Maarten Wevers, E: maarten.wevers@nysingh.nl | T: 055 527 12 66.

Actueel