Een zaak beperkt zich niet altijd tot één rechtsgebied. Wij dus ook niet.

Is schade uit verboden activiteiten verhaalbaar?

woensdag 5 juli 2017

De politie mag bij het opsporen van strafbare feiten strafvorderlijke dwangmiddelen gebruiken. De toepassing van een dwangmiddel is rechtmatig en dus toegestaan indien sprake is van een verdenking, dat wil zeggen; een uit feiten en omstandigheden voortvloeiend redelijk vermoeden van schuld aan een strafbaar feit. Ontbreekt een redelijk vermoeden van schuld aan een strafbaar feit van meet af aan en maakt de politie desondanks gebruik van een dwangmiddel, dan levert dat niet steeds een onrechtmatig handelen in de zin van art. 6:162 BW op. Een voorbeeld van een rechtszaak waarbij dit aan de orde was, komt in deze bijdrage aan bod. (Niet gepubliceerd vonnis van de Rechtbank Noord-Nederland 18 april 2017 (zaak/rolnummer: 5240663 CV EXPL 16-10337).)

Inbeslagname en vernietiging van hennepkwekerij

De politie deed in 2009 een inval in een pand. De politie verschafte zich de toegang door een schuurdeur en een binnendeur te forceren. De politie was in het bezit van een machtiging tot binnentreden. In het pand trof de politie een hennepkwekerij aan. De kwekerij werd ontmanteld, de voorwerpen die in de kwekerij werden aangetroffen werden inbeslaggenomen en op last van de officier van justitie vernietigd. De huurder van het pand werd op heterdaad aangehouden. Hij bekende schuldig te zijn aan het inrichten van de hennepkwekerij en het vervaardigen en verkopen van hennep, alsook het aftappen van stroom.

Strafzaak

De hennepkweker werd vervolgd voor het telen en bezitten van hennep en het stelen van elektriciteit. Bij de politierechter werd de hennepkweker veroordeeld. In hoger beroep werd de hennepkweker vrijgesproken. Volgens het hof waren er op het moment van binnentreden van het pand onvoldoende feiten en omstandigheden gebleken die een redelijk vermoeden van schuld van overtreding van de Opiumwet opleverden. De machtiging tot binnentreden was ten onrechte afgegeven. De politie had volgens het hof gehandeld in strijd met de regels van het publieke recht. Het door de politie verkregen bewijs en de erkentenis van de hennepkweker werden buiten beschouwing gelaten. Hierdoor kwam de hennepkweker uiteindelijk op vrije voeten.

Niet veel later werden de inbeslaggenomen (en reeds vernietigde) voorwerpen uit de hennepkwekerij door de raadkamer van de rechtbank onttrokken aan het verkeer. De in beslag genomen voorwerpen hadden betrekking op de teelt van hennep en stonden dus in relatie tot een strafbaar feit van zodanige aard dat het ongecontroleerde bezit daarover in strijd is met de wet of met het algemeen belang.

Politie aansprakelijk?

De eigenaar van de hennepkwekerij stelde de politie aansprakelijk. Hij wilde de schade die hij leed door de ontmanteling van de hennepkwekerij en de vernietiging van de inbeslaggenomen voorwerpen vergoed hebben. De politie had volgens hem onrechtmatig gehandeld doordat zijn eigendommen op onrechtmatige gronden in beslag waren genomen en vernietigd. De politie beschikte ten tijde van het binnentreden van het pand over onvoldoende concrete informatie om te mogen spreken van een redelijk vermoeden van schuld aan een strafbaar feit. Zij had het pand niet mogen betreden, de hennepkwekerij niet mogen ontmantelen en de voorwerpen van de hennepkwekerij niet mogen vernietigen.

Verweer politie: het niet-rechtmatige belang van de hennepkweker

Eén van de verweren van de politie is dat in de onderhavige zaak een uitzondering moet worden gemaakt op de hoofdregel dat eenieder die door toerekenbaar onrechtmatig gedrag schade toebrengt, op grond van art. 6:162 BW verplicht is deze schade te vergoeden.

Schade in een niet-rechtmatig belang behoort niet voor vergoeding in aanmerking te komen. Het vergoeden van schade voortvloeiend uit een verboden activiteit, waarmee een belang is gediend dat in strijd is met de openbare orde of de goede zeden, is onwenselijk. Met het vergoeden van de waarde van een aan het verkeer onttrokken hennepkwekerij en daarbij behorende opiumwetmiddelen, ontstaat een rechtens ongeoorloofde situatie. Het door de politie geschonden financiële belang van de hennepkweker behoeft geen bescherming door middel van een civiele verhaalsactie. De eigenaar van de hennepkwekerij behoort volgens de politie niet tot de kring van gerechtigden die op de bescherming van de door haar geschonden publiekrechtelijke norm een beroep kan doen.

Vonnis kantonrechter

De kantonrechter heeft de politie in haar verweer gevolgd. De kantonrechter oordeelde dat de normschending door de politie niet onrechtmatig tegenover de hennepkweker is. Het belang van de hennepkweker werd door de kantonrechter aangemerkt als een niet-rechtmatig belang. De hennepkweker kan geen schade claimen die in de eerste plaats is terug te voeren tot zijn eigen verboden gedrag. Het niet-rechtmatige belang van de hennepkweker behoeft geen bescherming, omdat de hennepkweker geen recht heeft op welk voordeel dan ook uit illegale activiteiten.

Relativiteitsleer

De kantonrechter plaatst de onderhavige kwestie daarmee in de sleutel van de relativiteitsleer (art. 6:163 BW). De leer van de relativiteit omvat het beschermingsbereik van geschonden normen. Het is een instrument waarmee de reikwijdte van een aansprakelijkheid op basis van de onrechtmatige daad wordt begrensd. In geval van een normschending is het beschermingsbereik van de geschonden norm namelijk niet onbegrensd. Steeds is er voor een rechter ruimte om te beslissen of een bepaald concreet belang bescherming verdient. De relativiteitsleer toetst een drietal aspecten:

i)   behoort de persoon van de benadeelde tot de kring van gerechtigden die op de bescherming van de geschonden norm een beroep kunnen doen,
ii)  bestrijkt het beschermingsbereik van de norm het type schade en
iii) de wijze waarop de schade is ingetreden.

De kantonrechter oordeelde terecht dat de eigenaar van de hennepkwekerij niet behoort tot de kring van gerechtigden die aanspraak kan maken op schadevergoeding omdat de politie vanwege het ontbreken van een redelijk vermoeden van schuld in strijd met het publieke recht een dwangmiddel heeft gebruikt. Schade voortvloeiend uit illegale activiteiten komt niet voor vergoeding in aanmerking.

Tegen het vonnis van de kantonrechter is hoger beroep ingesteld.

De politie wordt in deze zaak bijgestaan door Esther Ceulen, advocaat en aansprakelijkheidsrecht-specialist bij Nysingh advocaten – notarissen; E: esther.ceulen@nysingh.nl | M: 06 30 12 75 28.

Actueel