Een zaak beperkt zich niet altijd tot één rechtsgebied. Wij dus ook niet.

Misbruik Wbp en incasseren dwangsommen

maandag 22 januari 2018

De rechtbank Den Haag heeft in een uitspraak van 12 december 2017 (ECLI:NL:RBDHA:2017:14617) geoordeeld dat eiser misbruik heeft gemaakt van het recht op inzage in de verwerkte persoonsgegevens ex artikel 35 van de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp). De rechtbank stelt vast dat het verzoek is ingediend met geen ander doel dan om een dwangsom te innen. De eiser dacht met de Wbp in plaats van de Wob een nieuwe ingang te hebben gevonden voor het incasseren van dwangsommen. Voor zover bekend is dit de eerste uitspraak waarin een rechtbank aanneemt dat sprake is van misbruik van artikel 35 Wbp.

De casus

Bij brief van 6 oktober 2016 verzoekt eiser het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Bodegraven-Reeuwijk (hierna: het college) op grond van artikel 35 van de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp) om inzage in de verwerking van zijn persoonsgegevens in het kader van zijn eerdere verzoek van 12 augustus 2015 op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob).
Bij het primaire besluit heeft het college aan eiser een overzicht verstrekt als bedoeld in artikel 35 van de Wbp. Het college heeft in het primaire besluit voorts aangegeven het ernstige vermoeden te hebben dat eiser met zijn Wbp-verzoek misbruik van recht maakt. Eiser maakt bezwaar tegen het primaire besluit en stelt zich op het standpunt dat het college niet volledig tegemoet is gekomen aan zijn verzoek en dat hij wil weten welke persoonsgegevens van hem op het VNG Forum (een internetforum voor gemeenteambtenaren) zijn geplaatst.
Bij het bestreden besluit heeft het college eisers bezwaar niet-ontvankelijk verklaard wegens misbruik van (proces)recht. Eiser bestrijdt dat sprake is van misbruik van recht. In beroep ligt de vraag voor of het college eiser terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard.

Oordeel rechtbank

Onder verwijzing naar eerdere rechtspraak van de Afdeling (ECLI:NL:RVS:2014:4129 en ECLI:NL:RVS:2014:4135), overweegt de rechtbank dat, op grond van artikel 13, gelezen in verbinding met artikel 15, van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek, de bevoegdheid om bij de bestuursrechter beroep in te stellen niet kan worden ingeroepen voor zover deze bevoegdheid wordt misbruikt. Voor het oordeel dat sprake is van misbruik van bevoegdheid zijn zwaarwichtige gronden vereist, die onder meer aanwezig zijn indien rechten of bevoegdheden zodanig evident zijn aangewend zonder redelijk doel of voor een ander doel dan waartoe zij zijn gegeven, dat het aanwenden van die rechten of bevoegdheden blijk geeft van kwade trouw.

Volgens de rechtbank is in dit geval sprake van misbruik van bevoegdheid. Hierbij is van belang dat:

  • eiser en/of zijn gemachtigde in het kader van een Wob-verzoek meerdere keren misbruik van recht is tegengeworpen;
  • in het kader van het Wob-verzoek van 12 augustus 2015, dat aan het onderhavige Wbp-verzoek ten grondslag ligt, door het college in het bestreden besluit ook het vermoeden is uitgesproken dat sprake was van misbruik van recht;
  • de rechtbank Den Haag in een andere uitspraak heeft geoordeeld dat in het kader van een vergelijkbaar Wob-verzoek ook sprake was van misbruik van een wettelijke bevoegdheid;
  • door de gemachtigde is bevestigd dat thans 35 tot 40 procedures aanhangig zijn waarbij eveneens sprake is van een identiek onderliggend Wob-verzoek van 12 augustus 2015 op basis waarvan gemeentes vervolgens om Wbp-gegevens is verzocht;
  • vast staat dat de VNG als beheerder van het VNG Forum is aan te merken als verantwoordelijke in de zin van artikel 35 Wbp;
  • de VNG al grotendeels tegemoet is gekomen aan het verzoek van eiser.

Enkele doel incasseren dwangsommen

Het feit dat eiser ten tijde van het indienen van het onderhavige verzoek in het kader van de Wbp bij het college al een verzoek bij de VNG had ingediend en dat aan eisers inzageverzoek zelfs al ten dele was tegemoet gekomen, geeft aanleiding om aan te nemen dat eisers bij het college ingediende vergelijkbare inzageverzoek met geen ander doel is ingediend dan om een dwangsom te innen. Eiser wist immers al welke gegevens van hem waren verwerkt en op welke wijze.
Uit het voorgaande concludeert de rechtbank dat het eiser louter gaat om het grootschalig incasseren van geldsommen ten laste van de overheid. De rechtbank is daarom van oordeel dat de bevoegdheid om een Wbp-verzoek in te dienen is gebruikt voor een ander doel dan waarvoor die bevoegdheid is gegeven en dat dit gebruik blijk geeft van kwade trouw. Er is daarom misbruik gemaakt van het recht van artikel 35 Wbp. Hetzelfde geldt voor het gebruik van de bevoegdheid om beroep in te stellen, nu dat beroep niet los kan worden gezien van het doel waarvoor de Wbp is gebruikt.

Tot besluit

Misbruik van recht wordt zelden aangenomen. In een vergelijkbare zaak oordeelde de rechtbank Midden-Nederland op 5 december 2017 (ECLI:NL:RBMNE:2017:6372) nog dat geen sprake is van misbruik van recht. Uit de uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland lijkt te volgen dat het college in deze zaak onvoldoende omstandigheden heeft aangevoerd om misbruik van artikel 35 Wbp aan te nemen. Voor een geslaagd beroep op misbruik van recht is het – gelet op de beide uitspraken – van belang om het beroep grondig te onderbouwen en daarbij alle relevante omstandigheden aan te voeren.

Meer weten over de Wbp, de AVG of andere privacy aspecten?

Neem gerust contact op met het team Overheid & Privacy of met Carola van Andel, E: carola.vanandel@nysingh.nl | T: 026 357 57 34 | M: 06 13 00 45 93 of Maarten van Nijendaal, E: maarten.vannijendaal@nysingh.nl | T: 026 357 56 29 | M: 06 22 17 66 54.

Actueel