Een zaak beperkt zich niet altijd tot één rechtsgebied. Wij dus ook niet.

De nieuwe klassieke Richtlijn

maandag 17 februari 2014

De nieuwe klassieke Richtlijn is op 11 februari jl. definitief vastgesteld door de raad van ministers.  We schreven al eerder over de aankomende veranderingen die nog in concept-stadium verkeerden. Thans staat de definitieve (Nederlandse) tekst vast.

Dat betekent dat op korte termijn publicatie in het Publicatieblad van de EU zal plaatsvinden. Twintig dagen na bekendmaking treedt de Richtlijn dan in werking. Dan zal er naar verwachting een implementatietermijn van 24 maanden aan de nationale lidstaten worden gegeven om de richtlijn in hun nationale wetgeving om te zetten.

Concreet betekent dit dat het zeer waarschijnlijk is dat de Richtlijn voor 1 april 2016 moet zijn omgezet in de Aanbestedingswet 2012, die dus – alweer binnen drie jaar na inwerkingtreding – moet worden gewijzigd.

We bespreken hieronder de belangrijkste (dus niet alle) nieuwe elementen en het betreffende artikel in de Richtlijn, zonder de precieze formulering en details op te nemen. Wij doen dus geen recht aan de nuances.

De grootste veranderingen voor de praktijk zullen naar het zich nu laat aanzien volgen uit de volgende bepalingen:

  • De nationale wetgever dient een nieuwe procedure in het leven te roepen voor zogenaamde sociale- en andere specifieke diensten, waarbij voor opdrachten een drempelwaarde van 750.000 euro geldt (zie artikel 4 juncto 74). Deze procedure dient te voldoen aan transparantie- en gelijkheidsbeginsel (zie artikel 76). Welke sociale diensten bedoeld worden staat expliciet benoemd (met CPV-codes) in Bijlage XIV bij de Richtlijn.
  • Aanbestedingsprocedures voor opdrachten voor een deel van die sociale diensten (genoemd in artikel 77) kunnen weer worden voorbehouden aan bepaalde (sociale/non-profit) organisaties.
  • De lijst met diensten die buiten de toepassingsbereik van de Richtlijn vallen is langer geworden (artikel 10):  juridische vertegenwoordiging door advocaten in juridische procedures valt er nu expliciet buiten, evenals diensten van adviezen met het oog op een dergelijke procedure, waarmerken van documenten door notarissen, en nog twee andere vormen van juridische dienstverlening. Ook leningen zijn nu expliciet van de werkingssfeer van de Richtlijn uitgezonderd.
  • Het merendeelcriterium uit de Teckal-jurisprudentie (oftewel quasi-inhouse) is nu vastgelegd op meer dan 80% en nader geconcretiseerd, namelijk dat het moet gaan om meer dan 80% van de activiteiten die door de entiteit worden uitgeoefend in de vorm van taken die hem zijn toegewezen door de controlerende aanbestedende dienst(en)
  • De Stadtreinigung Hamburg-jurisprudentie (‘horizontale samenwerking’ tussen overheden) is nader uitgewerkt in artikel 12 lid 4 met drie cumulatieve voorwaarden waaraan moet zijn voldaan opdat aanbestedende diensten onderling opdrachten aan elkaar kunnen verlenen.
  • Lidstaten moeten ervoor zorgen dat alle communicatie in het kader van aanbestedingen elektronisch plaatsvindt, tenzij dat technisch niet kan (artikel 53).
  • In de nationale wetgeving mag een nieuwe aanbestedingsprocedure worden opgenomen: het zgn. innovatiepartnerschap (geregeld in artikel 31).
  • Er komt een Uniform Europees Aanbestedingsdocument, een soort Europese Eigen Verklaring, dat als bewijs moet worden aanvaard (in het kader van de inschrijvingsfase), zie artikel 59.
  • Als een aanbestedende dienst levenscycluskosten in het kader van de gunningscriteria meeneemt dan dienen zij een rekenmethode te hanteren die aan een aantal voorwaarden voldoet (artikel 68 lid 2), totdat een Europese gemeenschappelijke methode vaststaat (artikel 68 lid 3).
  • Wanneer sprake is van een wezenlijke wijziging van de opdracht en wanneer niet is vrij uitgebreid geregeld in artikel 72.

Actueel