Een zaak beperkt zich niet altijd tot één rechtsgebied. Wij dus ook niet.

Overmacht bij gevallen fietser?

maandag 23 maart 2020

Artikel 185 WVW bepaalt – kort gezegd – dat de bestuurder van een motorrijtuig (automobilist) voor de schade die bij een verkeersongeval is toegebracht aan niet-gemotoriseerde verkeersdeelnemers (fietsers/voetgangers) aansprakelijk is, tenzij sprake is van overmacht.

Van overmacht is slechts sprake indien de bestuurder van het motorvoertuig ‘rechtens geen enkel verwijt’ kan worden gemaakt ter zake de wijze waarop hij aan het verkeer heeft deelgenomen. Dit is slechts in (zeer) uitzonderlijke gevallen aan de orde; de lat voor het aannemen van overmacht ligt hoog. De bestuurder mag zelf geen enkel verwijt treffen en hij moet bovendien rekening houden met mogelijke fouten van andere verkeersdeelnemers. Alleen als die fouten zo onwaarschijnlijk waren dat de bestuurder daarmee geen rekening hoefde te houden, is sprake van overmacht. Dat is maar zelden het geval.

Casus

Een automobilist rijdt op de openbare weg en rijdt een bocht naar links in. Uit tegenovergestelde richting nadert een fietser. Zij schrikt van de auto, remt, draait haar stuur naar rechts en komt ten val. De vraag is vervolgens of de automobilist aansprakelijk is voor de schade van de fietser.

De rechtbank honoreert het beroep op overmacht; de automobilist treft rechtens geen verwijt en hij heeft niet anders kunnen handelen dan hij heeft gedaan om een ongeval te voorkomen.

Het hof oordeelt anders (gerechtshof Amsterdam 11 februari 2020, ECLI:NL:GHAMS:2020:377). Volgens het hof blijkt uit diverse getuigenverklaringen – waaronder die van de automobilist zelf – dat hij niet uiterst rechts reed met zijn auto. Dat had hij, gelet op de onoverzichtelijkheid van de situatie ter plaatse wel moeten doen. De automobilist had bij het bepalen van zijn snelheid en zijn positie op de weg, rekening moeten houden met de mogelijk onverwachte gedragingen van een tegenligger, zoals in dit geval het onvoldoende rechts houden en het onvoldoende aanpassen van de snelheid aan de omstandigheden door de fietser en een niet adequate reactie als gevolg van schrik van die fietser op het plots waarnemen van de auto.

Ook het feit dat de automobilist de fietser met hoge snelheid zag naderen en hij waarnam dat zij niet aan haar rechterkant van de weg reed, had de automobilist ertoe moeten bewegen om verder rechts aan te houden naar de berm en eerder tot stilstand te komen. Het hof oordeelt daarom dat de automobilist wel degelijk rechtens een verwijt valt te maken. De aanrijding is niet uitsluitend te wijten aan de fout van de fietser, welke fout niet zo onwaarschijnlijk was dat de automobilist daarmee bij het bepalen van zijn verkeersgedrag naar redelijkheid geen rekening hoefde te houden. Het beroep op overmacht wordt daarom verworpen.

50%-regel

Dat betekent dat op grond van de zogenaamde 50%-regel tenminste de helft van de schade van de fietser vergoed moet worden. Voor de vraag of de fietser recht heeft op meer dan 50% komt het hof toe aan de vraag wiens fouten in welke mate aan het ontstaan van het ongeval hebben bijgedragen (causale verdeling), en of de billijkheid nog tot een andere uitkomst leidt.

Eigen schuld

De fietser treft eigen schuld, aldus het hof. Ook zij heeft haar rijgedrag onvoldoende afgestemd op de situatie ter plaatse, te weinig rechts gehouden en was niet voorzichtig genoeg. Haar schrikreactie is mede daarvan het gevolg geweest.

Conclusie van het hof

Het hof concludeert, na weging van de over en weer gemaakte fouten en na correctie op grond van de billijkheid, dat er geen aanleiding bestaat meer dan 50% te vergoeden.

Deze uitspraak van het gerechtshof Amsterdam bevestigt maar weer eens dat je voor een geslaagd beroep op overmacht van goeden huize moet komen. Toch lijkt een geslaagd beroep op overmacht niet onmogelijk. Het verwijt dat de automobilist trof was dat hij niet uiterst rechts had gereden. Indien dat wel het geval was geweest- en hij dat had kunnen bewijzen – dan viel hem wellicht geen ‘rechtens relevant verwijt’ te maken en zou het beroep op overmacht mijns inziens hebben kunnen slagen. Maar de bottom line is en blijft; van overmacht is maar zelden sprake.

Meer informatie

Neem voor meer informatie over dit artikel of andere aansprakelijkheidsrechtelijke onderwerpen contact op met Saskia Odijk, advocaat en aansprakelijkheidsrechtspecialist, E: saskia.odijk@nysingh.nl | T: 088 752 00 29 | M: 06 53 16 29 88.

Actueel