Een zaak beperkt zich niet altijd tot één rechtsgebied. Wij dus ook niet.

Overtreding van de Mededingingswet gaat leiden tot hogere boete

woensdag 12 februari 2014

Minister Kamp van Economische Zaken heeft gisteren per brief aan de Tweede Kamer laten weten dat voor overtredingen van de Mededingingswet hogere boetes zullen worden uitgedeeld door de Autoriteit Consument & Markt (ACM). De hoogte van de boetes die nu worden opgelegd zijn volgens de minister niet voldoende afschrikwekkend.

Onderzoek naar boetes ACM

Voor overtredingen van het kartelverbod kan de ACM, zoals bekend, boetes opleggen aan de overtreders. Bij het vaststellen van boetes volgens het systeem van de Boetebeleidsregels kan de ACM onder meer de boete verhogen wegens bijvoorbeeld recidive. Verder dient de uiteindelijke boete niet hoger te zijn dan 10% van de jaaromzet van de onderneming die wordt beboet. De minister heeft onderzoek laten doen naar de vraag of dit systeem van boeteberekening tot boetes leidt die voldoende afschrikwekkend zijn. Daartoe zijn 81 besluiten in 18 kartelzaken van de ACM uit de jaren 2010-2012 geanalyseerd. Daaruit zou volgen dat de door de ACM totale vastgestelde boetes in de 81 onderzochte besluiten € 623 miljoen bedroegen. Daarop heeft de ACM een totale verlaging van € 466 miljoen toegepast, daarvan was € 377 miljoen noodzakelijk vanwege overschrijding van het wettelijk boetemaximum, aldus de minister.

Uit dit onderzoek zou blijken dat het 10%-boetemaximum onvoldoende afschrikwekkend is. In de brief van de minister wordt in dat verband aangegeven dat overtreders jarenlang profiteren van de voordelen van een kartel, terwijl het wettelijk maximum beperkt is tot 10% van de jaaromzet.

Aanpassing wetgeving

Naar aanleiding van de uitkomsten van het onderzoek acht de minister aanpassing van het wettelijk maximum voor overtredingen van het kartelverbod en van de boetemaxima in geval van (herhaalde) recidive wenselijk. De minister stelt vervolgens voor:

  1. Het wettelijk maximum voor kartelboetes wordt mede afhankelijk gemaakt van de duur van de overtreding. Daartoe zal het boetemaximum van 10% van de jaaromzet worden gewijzigd in 10% van de omzet van de onderneming gedurende de jaren dat de overtreding wordt begaan. Met het oog op de evenredigheid van deze maatregel en de rechtszekerheid voor partijen wordt voorgesteld het aantal jaren dat betrokken kan worden in het boetemaximum te maximeren. Gedacht wordt aan vier jaar.
  2. Het toepasselijke (absolute of relatieve) boetemaximum wordt verdubbeld in geval van (herhaalde) recidive. Door niet alleen de op basis van de boetebeleidsregels vastgestelde boete te verdubbelen, maar ook het wettelijk boetemaximum, wordt gewaarborgd dat daadwerkelijk strenger kan worden beboet bij recidive.
  3. Er zal worden bekeken of geregeld kan worden dat het toestaan van een betalingsregeling een geoorloofde manier kan zijn om bij het opleggen van een boete rekening te houden met de draagkracht van de overtreder. Een betalingsregeling betekent namelijk dat een boete niet ineens betaald hoeft te worden. Een dergelijke regeling zou de noodzaak tot verlaging van de boete wegens gebrek aan financiële draagkracht van de overtredende onderneming verminderen en zou het effect van de andere twee maatregelen vergroten.

De minister heeft aangekondigd om deze maatregelen te verwerken in een wetsvoorstel. Het streven is om dit wetsvoorstel in het voorjaar openbaar te consulteren en in het najaar naar de Tweede Kamer te sturen.

Bij samenwerking nog beter “opletten”

Het kartelverbod verbiedt onder meer samenwerking tussen ondernemingen die de concurrentie beperkt. Het toetsen of die samenwerking al dan niet in overeenstemming is met de Mededingingswet is reeds jaren van belang, omdat de boetes die de ACM nu al kan opleggen aanzienlijk kunnen oplopen. Hoewel de brief van de minister zou kunnen suggereren dat de boetes van de ACM voor ondernemingen nu laag zijn, wijst de praktijk anders uit. De door de ACM opgelegde boetes komen bij ondernemingen hard aan. Door de voorgestelde wijzigingen betreffende de boetes zal het voor ondernemingen van nog groter belang worden om onder meer samenwerkingsafspraken mededingingsrechtelijk te toetsen.

Actueel