Een zaak beperkt zich niet altijd tot één rechtsgebied. Wij dus ook niet.

Provincie aansprakelijk voor botsing tussen fietsers?

donderdag 6 juni 2019

Op de wegbeheerder rust de plicht ervoor te zorgen dat de toestand van de weg de veiligheid van personen en zaken niet in gevaar brengt. Als zich een ongeval voordoet (denk bijvoorbeeld aan een eenzijdig fietsongeval of tussen fietsers onderling), dan heeft het slachtoffer op grond van artikel 6:174 BW de mogelijkheid om de wegbeheerder voor de gevolgen van het ongeval aansprakelijk te stellen.

De rechtbank Noord-Holland heeft onlangs moeten oordelen (ECLI:NL:RBNHO:2019:3062) over de vraag of de wegbeheerder, de Provincie in dit geval, voor de gevolgen van een ongeval tussen twee fietsers aansprakelijk kan worden gehouden. In deze kwestie is eiser in de zomer van 2013 met zijn racefiets op een fietspad in aanrijding gekomen met een stilstaande (tegemoetkomende) fietser. Dit heeft bij eiser (o.a.) een fikse wond aan de rechterarm en een slagaderlijke bloeding veroorzaakt.

Fietspad gebrekkig dan wel gevaarlijk?

Eiser vordert een verklaring voor recht dat de Provincie primair op grond van artikel 6:174 BW dan wel subsidiair op grond van artikel 6:162 BW aansprakelijk is jegens hem en dat de Provincie (en haar aansprakelijkheidsverzekeraar) de door hem geleden en nog te lijden schade volledig vergoedt.

Eiser stelt dat de inrichting van het fietspad een gevaarlijke, gebrekkige dan wel onrechtmatige weginrichting zou vormen. Onder andere zou de bocht waar het ongeval plaatsvond onoverzichtelijk zijn als gevolg van een heg, zou de Provincie voor deze situatie onvoldoende hebben gewaarschuwd en zou uit de situatie ter plekke onvoldoende duidelijk blijken dat het om een tweerichtingenfietspad gaat. Ook uit de CROW-richtlijnen en uit een rapport van Baan Hofman zou volgen dat de weginrichting van het fietspad gebrekkig is (o.a. had het fietspad breder moeten zijn), aldus eiser.

De Provincie (en haar aansprakelijkheidsverzekeraar) dacht daar anders over en voert als verweer dat het fietspad niet gebrekkig is: het fietspad was op het moment van het ongeval voor een normaal oplettende verkeersdeelnemer voldoende duidelijk ingericht, voldeed aan de daaraan te stellen eisen en leverde geen gevaar voor personen of zaken op. Vanaf 1993 tot aan de dag van het ongeval zijn er geen ongevallen bij de Provincie gemeld en de CROW-richtlijnen zijn niet bindend. Een normaal oplettende fietser dient zijn vaart te minderen in deze bocht, aldus de Provincie.

Beoordeling rechtbank

In haar beoordeling haalt de rechtbank Noord-Holland het toetsingskader aan dat de Hoge Raad heeft geformuleerd in het bekende Dijkdoorbraak Wilnis arrest: “Het komt aan op de – naar objectieve maatstaven te beantwoorden – vraag of de weg en de weginrichting, gelet op het te verwachten gebruik of de bestemming daarvan, met het oog op voorkoming van gevaar voor personen en zaken deugdelijk is, waarbij ook van belang is hoe groot de kans op verwezenlijking van het gevaar is en welke onderhouds- en veiligheidsmaatregelen mogelijk en redelijkerwijs te vergen zijn.” (ECLI:NL:HR:2010:BN6236, NJ 2012/155).

Ook benadrukt de rechtbank dat tegenover de zorgplicht van de Provincie de verplichting van de weggebruiker staat om de in zijn algemeenheid te vergen voorzichtigheid in acht te nemen. De op de wegbeheerder rustende zorgplicht strekt niet zo ver dat hij ook rekening dient te houden met weggebruikers die niet de in het algemeen te vergen voorzichtigheid in acht nemen, aldus de rechtbank.

De rechtbank oordeelt dat eiser, gelet op de overgelegde foto’s van de plaats van het ongeval en de dia’s die daarvan op de zitting zijn bekeken, had kunnen en moeten opmerken dat het om een tweerichtingenfietspad ging. Daarbij heeft de Provincie naar het oordeel van de rechtbank voldoende rekening gehouden met de niet-bindende CROW-richtlijnen.

Tevens komt de rechtbank tot het oordeel dat eiser – gelet op eensluidende verklaringen van getuigen over een hoge snelheid van eiser en gelet op de gevolgen van het ongeval (slagaderlijke bloeding) – zijn snelheid onvoldoende heeft aangepast aan de omstandigheden.

De rechtbank komt tot de conclusie dat het fietspad geen gebrekkige zaak is en dat hier evenmin sprake is van een onrechtmatige daad. De vorderingen van eiser worden afgewezen en eiser wordt tevens veroordeeld in de proceskosten.

Conclusie

De rechtspraak over dit onderwerp is sterk casuïstisch. Toch lijkt er een lijn in te vinden te zijn, namelijk dat wegbeheerdersaansprakelijkheid niet al te gemakkelijk wordt aangenomen: de rechter weegt de plicht die op weggebruikers rust om voorzichtigheid in acht te nemen mee.

Neem voor meer informatie over dit of andere aansprakelijkheidsrechtelijke onderwerpen contact op met Fleur van Dalsen, E: fleur.vandalsen@nysingh.nl | T: 088 752 01 55 | M: 06 53 27 56 72

Actueel