Een zaak beperkt zich niet altijd tot één rechtsgebied. Wij dus ook niet.

Schade aan een derde toegebracht door een uitgeleende werknemer…

woensdag 11 oktober 2017

De Hoge Raad laat zich in zijn arrest van 14 juli 2017 (ECLI:NL:HR:2017:1345)  uit over een vermeende fout van een uitgeleende werknemer, waarbij schade werd toegebracht aan een derde. De Hoge Raad benadrukt in zijn arrest dat niet lichtvaardig moet worden voorbijgegaan aan het vereiste van een fout in de zin van artikel 6:170 BW en onderstreept de ruime uitleg van ondergeschiktheid en functioneel verband in de zin van dat artikel.

Waar ging de procedure over?

BAM Rail B.V. (hierna te noemen: ‘BAM’) heeft in opdracht van ProRail werkzaamheden aan het spoor op het baanvak Boxtel-Eindhoven uitgevoerd. Bij de uitvoering van deze werkzaamheden heeft de BAM gebruik gemaakt van veiligheidsdiensten aangeboden door J.M.V. Spoorwegveiligheid B.V. (hierna te noemen: ‘ JMV’).  JMV heeft hiertoe veiligheidspersoneel, onder wie een werktreinbegeleider, aan BAM ter beschikking gesteld. Deze werktreinbegeleider was in dienst van bedrijf [A]. Eén van zijn taken was het controleren op de juiste stand van de wissels.

In de nacht van 19 op 20 februari 2008 waren naast de werktreinbegeleider een machinist en een gereedschapsmachinist op de trein aanwezig. De trein is de hogesnelheidswissel 1273B bij Liempde genaderd met een gemiddelde snelheid van 30 km/uur. De werktreinbegeleider heeft de machinist de opdracht gegeven om door te rijden, zonder de wissel te controleren. De wissel bleek niet in de juiste stand te staan, waardoor de trein het beweegbare puntstuk van de wissel heeft beschadigd.

ProRail heeft bij brief van 27 februari 2008 BAM aansprakelijk gesteld op grond van artikel 6:162 BW voor de schade ten gevolge van het schadevoorval. Zurich, als aansprakelijkheidsverzekeraar van de BAM, heeft de schade (een bedrag van € 117.910,75) vervolgens aan ProRail vergoed.  In onderhavige procedure wenst Zurich de betaalde schadevergoeding te verhalen op JMV en beroept zich onder meer op artikel 6:170 BW.

De vraag die in onderhavige kwestie aan de orde was betreft de vraag of JMV naast de BAM ex artikel 6:170 BW tegenover ProRail aansprakelijk is voor de fout van de werktreinbegeleider en of JMV de door Zurich reeds betaalde schade (gedeeltelijk) moet vergoeden.

Wanneer is artikel 6:170 BW van toepassing?

Artikel 6:170 BW is van toepassing in geval de schade van een derde is toegebracht door:

(i) een fout;
(ii) van een ondergeschikte;
(iii) en er voldoende verband is tussen de fout en de opgedragen taak (functioneel verband), waarbij de kans op de fout door de opgedragen taak moet zijn vergroot en er zeggenschap was over de opgedragen taak.

Wat oordeelde de Hoge Raad?

De Hoge Raad acht het oordeel van het hof dat de werktreinbegeleider onzorgvuldig en onrechtmatig heeft gehandeld onvoldoende gemotiveerd. Volgens de Hoge Raad heeft het hof onvoldoende duidelijk gemaakt waarom voor de werkterreinbegeleider het zicht op de wissel ontoereikend was en waarom zijn mening dat hij de wisselstand wel correct kon zien onrechtmatig is. Daarbij wijst de Hoge Raad op de door JMV naar voren gebracht omstandigheden en overweegt (r.o. 3.3.4):

“Het onderdeel wijst daartoe op de door JMV gestelde en niet kenbaar door het hof in zijn beoordeling betrokken omstandigheden (i) dat het zicht tijdens de onderhoudsnacht 50-100 meter was, (ii) dat het zicht (daarom) goed was en de betrokken WTB-er het wissel goed kon zien, (iii) dat ook de genoemde machinisten [Y] en [Z] op de werktrein hadden gezegd dat het wissel volgens hen goed lag, en (iv) dat het destijds gebruikelijk was om de stand van het wissel – behoudens bij slecht zicht – vanuit de trein te beoordelen.”

Het enkele feit dat de inschatting onjuist is gebleken en dat daardoor schade is ontstaan, is volgens de Hoge Raad onvoldoende om aan te nemen dat is voldaan aan het vereiste van een fout in de zin van artikel 6:170 BW.

Daarentegen is de Hoge Raad wel van oordeel dat is voldaan aan het vereiste van ondergeschiktheid in de zin van artikel 6:170 BW en overweegt (r.o. 3.4.2):

“Het bestaan van zeggenschap bij de aansprakelijk gehouden partij – hier: JMV – over de vraag of en op welke momenten de persoon die onrechtmatig heeft gehandeld, werkzaamheden voor een bepaalde derde – hier: BAM – dient uit te voeren, is in beginsel toereikend voor de voor toepassing van art. 6:170 lid 1 BW vereiste ondergeschiktheid (vgl. HR 13 mei 1988, ECLI:NL:HR:1988:AC3070, NJ 1989/896). Een andere opvatting, die zou meebrengen dat de benadeelde voor het antwoord op de vraag wie ingevolge art. 6:170 BW jegens hem aansprakelijk is, bekend moet zijn met de afspraken die tussen de verschillende in aanmerking komende ‘werkgevers’ met betrekking tot de instructiebevoegdheid van de ondergeschikte zijn gemaakt, zou afbreuk doen aan de door die bepaling beoogde bescherming van de benadeelde.”

Ook overweegt de Hoge Raad dat er sprake is van een functioneel verband. In dat kader acht de Hoge Raad het van belang dat het hof kennelijk het door JMV aan BAM ter beschikking stellen van de betrokkene werktreinbegeleider heeft aangemerkt als de opdracht in de zin van artikel 6:170 lid 1 BW en dat het hof heeft geoordeeld dat die opdracht de kans heeft vergroot op de (door het hof aangenomen) fout van de betrokken werktreinbegeleider, die taken had te verrichten met betrekking tot de veiligheid van het werk. Dat JMV voldoende zeggenschap had over de gedragingen van de werkterreinbegeleider volgt volgens de Hoge Raad reeds uit de feiten die leidden tot het oordeel dat sprake was van ondergeschiktheid.

De Hoge Raad vernietigt het arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden en verwijst het geding naar Gerechtshof ‘s-Hertogenbosch ter verdere behandeling. Dit hof zal onder andere moeten oordelen of de werktreinbegeleider een fout heeft gemaakt in de zin van artikel 6:170 BW.

Meer informatie

Neem voor meer informatie over dit of andere aansprakelijkheidsrechtelijke onderwerpen contact op met Mariëlle Journée, advocaat bij Nysingh advocaten-notarissen, E: marielle.journee@nysingh.nl | M: 06 23 65 24 99

Actueel