Een zaak beperkt zich niet altijd tot één rechtsgebied. Wij dus ook niet.

Tijdelijke kaderregeling voor staatssteun tijdens coronacrisis

vrijdag 20 maart 2020

Take aways:

  • De Tijdelijke kaderregeling die gisteravond door de Europese Commissie is vastgesteld biedt aanvullende mogelijkheden voor het verlenen van bepaalde vormen van steun door overheden aan bedrijven die snel door de Commissie goedgekeurd kunnen worden.
  • Subsidies tot een maximum van € 800.000 kunnen na aanmelding door de Europese Commissie worden goedgekeurd.
  • Ook andere vormen van staatssteun zoals garanties en leningen tegen geringe premies en rentes om bedrijven te steunen vallen onder de Tijdelijke kaderregeling. Deze premies en rentes zijn een stuk lager dan de garanties en premies die normaliter op basis van de staatssteunregels gelden.
  • De Tijdelijke kaderregeling geldt niet alleen voor maatregelen van het Rijk maar ook voor steun die provincies of gemeenten willen geven.
  • Naast de Tijdelijke kaderregeling zijn er in de staatssteunregelgeving voldoende andere grondslagen te vinden voor de overheid om steun te verstrekken aan bedrijven die niet onder de Tijdelijke kaderregeling valt of niet past in de voorwaarden van deze regeling. Denk hierbij bijvoorbeeld aan de compensatie die Denemarken geeft voor de schade die wordt geleden door de annulering van evenementen. Of steun aan bedrijven die uitgaat boven het bedrag van € 800.000.

Goedkeuring staatssteun

We schreven al eerder over de mogelijkheden voor overheden om steunmaatregelen vast te stellen ten behoeve van bedrijven die als gevolg van de COVID-19 uitbraak in financiële problemen komen. Steun aan bepaalde bedrijven zal in verschillende gevallen van te voren moeten worden aangemeld bij en goedgekeurd worden door de Europese Commissie.

In onze eerdere artikelen over staatssteun in relatie tot COVID-19 gaven we reeds aan dat de Europese Commissie welwillend is in het spoedig afhandelen van aanmeldingen van staatssteun en dat bijvoorbeeld artikel 107, lid 2, sub b, van het Verdrag een goede basis biedt voor een snelle goedkeuring. De Commissie heeft dat laten zien in de recente goedkeuring van een Deense steunmaatregel in het kader van de coronacrisis. Zie voor onze eerdere artikelen: LinkedIn en Covid-19 en noodsteun mogelijkheden.

Tijdelijke kaderregeling steun gevolgen coronacrisis

In ons laatste artikel hebben wij aangegeven dat de Commissie een aanvullend staatssteunkader zou vaststellen voor de goedkeuring van steunmaatregelen tegen de financiële gevolgen van COVID-19. Gisterenavond is dat steunkader vastgesteld: Temporary Framework for State aid measures to support the economy in the current COVID-19 outbreak (Tijdelijke kaderregeling inzake staatssteun ter ondersteuning van de economie vanwege de huidige COVID-19-uitbraak; “Tijdelijke kaderregeling”). Deze Tijdelijke kaderregeling is gebaseerd op artikel 107, lid 3, sub c, van het Verdrag.

De Tijdelijke kaderregeling wijkt op onderdelen af van de aankondiging die de Europese Commissie eerder deze week deed over wat er mogelijk in de Tijdelijke kaderregeling zou komen te staan. Zo werd eerder deze week genoemd, ook in andere publicaties die zich al op de aankondiging baseerden, dat bijvoorbeeld subsidies van maximaal € 500.000 verstrekt mogen worden, maar dat is nu € 800.000 geworden.

In de Tijdelijke kaderregeling geeft de Commissie aan onder welke voorwaarden bepaalde vormen van staatssteun van overheden aan bedrijven goedgekeurd zullen worden. Overheden doen er verstandig aan om bij het opzetten van steunmaatregelen die door de Tijdelijke kaderregeling gedekt zouden kunnen worden, van begin af aan rekening te houden met de voorwaarden van deze regeling. Op sommige onderdelen kan worden afgeweken van die voorwaarden en zijn er technische details, maar met een goede voorbereiding zijn die te tackelen. Op deze wijze kan een steunmaatregel snel goedgekeurd worden.

De duur van de Tijdelijke kaderregeling is, logischerwijs, beperkt en geldt tot en met 31 december 2020. Het is voorstelbaar dat als na die datum de crisis voortduurt of de gevolgen nog steeds tot financiële problemen leiden bij bedrijven, de Commissie de Tijdelijke kaderregeling verlengt of aanvullende maatregelen neemt.

Steun die onder Tijdelijke kaderregeling valt

1. Steun aan bedrijven in de vorm van subsidies, terugbetaalbare voorschotten en belastingvoordelen

  • De steun mag maximaal € 800.000 per bedrijf bedragen.
  • De steun moet onderdeel zijn van een steunregeling met een bepaald budget. Dat betekent dat er geen sprake mag zijn van ad hoc steun.
  • Voor de steun mogen alleen bedrijven in aanmerking komen die op 31 december 2019 nog niet als “onderneming in moeilijkheden” in de zin van de staatssteunregels kwalificeerden. Ondernemingen die nadien in financiële problemen zijn geraakt als gevolg van de coronacrisis mogen dus wel steun ontvangen.
  • Steun aan bedrijven die actief zijn in de verwerking en verkoop van agrarische producten is aan twee aanvullende voorwaarden verbonden: i) steun mag niet worden doorgegeven aan bedrijven in de primaire landbouwproductie en ii) het steunbedrag mag niet worden vastgesteld op grond van de prijs of de hoeveelheid van de producten die zijn afgenomen van primaire landbouwproducenten of door de betrokken ondernemingen op de markt worden gebracht.
  • Steun voor landbouwbedrijven en bedrijven in de visserij- en aquacultuursector is beperkter toegestaan. Onder meer mag het steunbedrag niet hoger zijn dan € 120.000,- per onderneming in de visserijsector en € 100.000 per onderneming in de aquacultuursector.
  • De steun moet uiterlijk op 31 december 2020 toegekend worden aan bedrijven. Bij steun in de vorm van belastingvoordelen geldt deze deadline niet.

2. Steun aan bedrijven in de vorm van garanties voor leningen

  • De overheid kan garanties geven voor leningen met een looptijd van één tot en met zes jaar die bedrijven aangaan (bij banken) voor bijvoorbeeld liquiditeitsproblemen. Voor de garanties moet een minimale premie bij de begunstigde bedrijven in rekening worden gebracht die varieert van 0,25% tot en met 2% afhankelijk van de looptijd van de lening en of de begunstigde een MKB is of een grote onderneming is in de zin van de staatssteunregels. Voor een lening met een looptijd van een jaar aan een MKB-onderneming is de garantiepremie bijvoorbeeld 0,25%. De Commissie laat de mogelijkheid open dat overheden garantieregelingen aanmelden die andere modaliteiten kennen.
  • Als de looptijd van de lening doorloopt na 31 december 2020 geldt in principe een maximum voor het leningbedrag waarvoor de garantie mag worden afgegeven. Dat maximum hangt af van de loonkosten, de omzet of de liquiditeitsbehoefte voor 18 maanden in het geval van MKB-bedrijven en 12 maanden in het geval van grote ondernemingen. Met een gedegen onderbouwing, waarbij ook de proportionaliteit in acht genomen moet worden, kan de hoogte van de lening waarvan de looptijd eindigt op 31 december 2020 hoger zijn.
  • De leningen mogen betrekking hebben op zowel investeringen als werkkapitaal.
  • De looptijd van de garantie is maximaal zes jaar en de garantie mag een maximaal percentage van de lening dekken dat afhankelijk is van een aantal parameters.
  • Voor de steun mogen alleen bedrijven in aanmerking komen die op 31 december 2019 nog niet als “onderneming in moeilijkheden” in de zin van de staatssteunregels kwalificeerden. Ondernemingen die nadien in financiële problemen zijn geraakt als gevolg van de coronacrisis mogen dus wel steun ontvangen.
  • De garantie moet uiterlijk op 31 december 2020 gegeven worden.

3. Steun in de vorm van gesubsidieerde rentes voor leningen

  • De rente voor een lening aan een bedrijf moet minimaal gelijk zijn aan de basisrente die de Commissie vaststelt plus een opslag die in de Tijdelijke kaderregeling is opgenomen. De basisrente voor Nederland is sinds 1 januari 2020 -0,31%. De opslag varieert van 0,25% tot en met 2% afhankelijk van de looptijd van de lening en of de begunstigde een MKB is of een grote onderneming. Voor een lening van 1 jaar of van 2-3 jaar aan een MKB moet de rente in ieder geval minimaal 0,1% zijn. Ook hier bestaat de mogelijkheid voor overheden om afwijkende regelingen voor leningen bij de Commissie aan te melden.
  • Voor leningen met een looptijd die voortduurt na 31 december 2020 geldt in principe een maximum voor het leningbedrag. Het maximale bedrag van de lening is afhankelijk van de loonkosten, de omzet of de liquiditeitsbehoefte voor 18 maanden in het geval van MKB-bedrijven en 12 maanden in het geval van grote ondernemingen. Met een gedegen onderbouwing, waarbij ook de proportionaliteit in acht genomen moet worden, mag het bedrag van de lening hoger zijn als de looptijd van de lening eindigt op 31 december 2020.
  • De leningen mogen betrekking hebben op zowel investeringen als werkkapitaal.
  • Voor de steun mogen alleen bedrijven in aanmerking komen die op 31 december 2019 nog niet als “onderneming in moeilijkheden” in de zin van de staatssteunregels kwalificeerden. Ondernemingen die nadien in financiële problemen zijn geraakt als gevolg van de coronacrisis mogen dus wel steun ontvangen.
  • Leningovereenkomsten moeten uiterlijk 31 december 2020 getekend zijn en mogen een duur van maximaal 6 jaar hebben.

4. Steun in de vorm van garanties en leningen via banken of andere financiële instellingen

  • Steun aan bedrijven in de vormen die in punt 2 en 3 hiervoor zijn beschreven kunnen ook via banken of andere financiële instellingen worden verstrekt.
  • De Commissie beschouwt die banken of andere financiële instellingen niet als de begunstigden van steun, mits de steun aan de bedrijven ten goede komt. Daarvoor is het nodig dat banken of andere financiële instellingen kunnen aantonen dat zij mechanismen hanteren die waarborgen dat de voordelen zo veel mogelijk aan de uiteindelijke begunstigden worden doorgegeven. Daarbij kan gedacht worden aan hogere volumes aan financiering, een hoger risicoprofiel van portefeuilles, lagere eisen aan zekerheden, lagere garantiepremies of lagere rentepercentages. We zien hierin onderdelen terug uit artikel 21 van de Algemene Groepsvrijstellingsverordening (AGVV) dat betrekking heeft op risicofinancieringssteun aan MKB-bedrijven.

5. Kortlopende exportkredietverzekeringen

  • Voor kortlopende exportkredietverzekeringen geldt op grond van de ‘Mededeling van de Commissie over kortlopende exportkredietverzekeringen’ in principe dat verhandelbare risico’s niet met steun van de overheid gedekt kunnen worden door kortlopende exportkredietverzekeringen. Verhandelbare risico’s zijn commerciële en politieke risico’s met een maximale risicoduur van minder dan twee jaar die berusten bij overheids- en niet-overheidsafnemers in de in de bijlage bij genoemde Mededeling genoemde landen. Vanwege de COVID-19 uitbraak kan niet worden uitgesloten dat in bepaalde landen dekking voor verhandelbare risico’s niet meer beschikbaar is. In randnr. 18 e.v. van de Mededeling is overigens voorzien in uitzonderingen. Als overheden steun in dit verband willen verstrekken moeten zij onderbouwen dat de particuliere verzekeringsmarkt geen dekking biedt.
  • Er wordt in ieder geval voldaan aan de uitzondering van onderdeel d van genoemde randnr. 18 als a) een grote goed bekendstaande private exportkredietverzekeraar en een nationale kredietverzekeraar aantonen dat die dekking niet aanwezig is, of b) minstens vier gerenommeerde exporteurs in de EU aantonen dat dekking voor bepaalde activiteiten door verzekeraars wordt geweigerd.

Met onze ervaring bij het opstellen van steunmaatregelen en het begeleiden van meldingsprocedures bij de Europese Commissie kunnen wij u ook assisteren bij alle steungerelateerde vragen en procedures tijdens de coronacrisis.

U kunt hiervoor contact opnemen met onze staatssteunexperts Cees Dekker (cees.dekker@nysingh.nl | 06-10017580) en Ekram Belhadj (ekram.belhadj@nysingh.nl | 06-53985375).

Actueel