Een zaak beperkt zich niet altijd tot één rechtsgebied. Wij dus ook niet.

Toezicht bij stichting en vereniging beter geregeld

donderdag 13 februari 2014

De minister van Veiligheid en Justitie, Ivo Opstelten, bracht in november 2013 de Tweede Kamer op de hoogte van zijn voornemen de kwaliteit van het bestuur en toezicht bij verenigingen en stichtingen te willen verbeteren. In vervolg daarop stuurde hij recent een wetsvoorstel voor advies naar verscheidene instanties, zoals de Raad voor de rechtspraak.

De taak van bestuurders en toezichthouders bij rechtspersonen als verenigingen en stichtingen is nu niet of nauwelijks in de wet geregeld. Het ontbreekt aan een deugdelijk, in de wet verankerd instrumentarium om bestuurders en toezichthouders op de vingers te tikken wanneer zij hun taak niet naar behoren vervullen of hen bijtijds te corrigeren. Afgelopen jaren groeide aandacht voor het functioneren van bestuurders en commissarissen bij B.V.’s en N.V.’s (met een bijzondere focus op aansprakelijkheid bij disfunctioneren) en het past in die trend om dergelijke regelingen ook van toepassing te laten zijn op stichtingen en verenigingen.

Het wetsvoorstel sluit aan bij regelingen zoals die thans voor B.V.’s en N.V.’s gelden. Het wetsvoorstel voorziet niet alleen in een wettelijke grondslag voor de instelling van een toezichthoudend orgaan bij verenigingen en stichtingen (vaak aangeduid als raad van toezicht), maar bevat ook:

  1. een algemene regeling met oog op behoorlijke taakvervulling;
  2. een tegenstrijdig belangregeling;
  3. een regeling voor aansprakelijkheid voor schade als gevolg van onbehoorlijke taakvervulling;
  4. een verruiming van de gronden voor ontslag van bestuurders en toezichthouders van een stichting.

De wet schrijft op dit moment in vrij algemene termen voor dat iedere bestuurder van een rechtspersoon (zoals een B.V. of N.V., maar ook een vereniging of stichting) gehouden is tot behoorlijke taakvervulling. Voor B.V.’s en N.V.’s wordt daarnaast specifiek bepaald dat bestuurders en commissarissen zich bij de vervulling van hun taak dienen te richten op het belang van de vennootschap en de daarmee verbonden onderneming. Het wetsvoorstel beoogt deze laatste norm ook voor bestuurders en toezichthouders van stichtingen en verenigingen te doen gelden.

Eenzelfde uniformering zien we ook bij het functioneren in geval van tegenstrijdig belang. Sinds 1 januari 2013 geldt voor B.V.’s en N.V.’s dat hun directeuren en commissarissen niet aan de beraadslaging en de besluitvorming in een vergadering van directie respectievelijk raad van commissarissen mogen deelnemen wanneer zij een persoonlijk belang hebben dat strijdig is met dat van de vennootschap. Met invoering van het wetsvoorstel geldt dit ook voor bestuurders en toezichthouders van een vereniging of stichting. Dit moet voorkomen dat bestuurders en toezichthouders meebeslissen over onderwerpen waarbij zij hun eigen belang laten prevaleren.

Het wetsvoorstel strekt er tevens toe een verruiming van de aansprakelijkheidsgronden voor bestuurders en toezichthouders van verenigingen en stichtingen in de wet te verankeren. Men denke daarbij in het algemeen aan aansprakelijkheid voor schade als gevolg van onbehoorlijke taakvervulling en in het bijzonder aan aansprakelijkheid voor een tekort in de faillissementsboedel indien het faillissement in belangrijke mate is veroorzaakt door onbehoorlijke taakvervulling.

Ten slotte bevat het wetsvoorstel een specifieke regeling voor stichtingen, die regelt dat bestuurders en toezichthouders die het belang van de stichting zodanig schaden dat zij in redelijkheid niet langer bestuurder of toezichthouder kunnen zijn, op verzoek van het OM of van belanghebbenden kunnen worden ontslagen.

De nieuwe regels gelden voor alle stichtingen en verenigingen; dus niet alleen voor de semipublieke sector, maar ook voor goede doelen, sportclubs, pensioenfondsen en administratiekantoren.

Actueel