Een zaak beperkt zich niet altijd tot één rechtsgebied. Wij dus ook niet.

Vergoeding van planschade in natura, toegezegde planwijziging

maandag 24 februari 2014

In de uitspraak van 5 februari 2014 (gemeente Westvoorn) was de planschade vastgesteld op €470.513,00, welke planschade voor een gedeelte van €316.150,00 “wordt vergoed door een voor appellant gunstige bestemmingsplanwijziging”. Dit besluit wordt vernietigd, omdat geen voorziening was getroffen voor het geval dat de gunstige planwijziging niet tot stand zou kunnen worden gebracht. De rechtsgevolgen van het besluit blijven echter in stand, omdat de betreffende planwijziging intussen al wel onherroepelijk was geworden.
Deze uitspraak is in lijn met eerdere uitspraken over vergoedingen in natura. In dit geval volgde uit het besluit welk bedrag als planschade vergoed moest worden indien de compenserende planmaatregel niet tot stand zou zijn gekomen. Dat is niet strikt noodzakelijk: voldoende is dat vast ligt op welke wijze de schade bepaald en uitgekeerd zal worden indien de compenserende maatregel niet tot stand zal worden gebracht (ABRVS 18 juli 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BX1866).

De uitspraak van 29 januari 2014 (gemeente Eersel) is niet geheel in lijn met het voorgaande. De gemeente wilde een planwijziging  doorvoeren om bij een reeks van woningen het bouwen van een woning in de (kennelijk diepe) achtertuin mogelijk te maken. Twee bewoners hadden zich tegen de planwijziging verzet. Dat verzet was beloond doordat als gevolg daarvan niet aannemelijk was dat het plan binnen de planperiode uitvoerbaar was. Vervolgens verzochten beide bewoners om vergoeding van planschade die het gevolg zou zijn van het feit dat op buurpercelen de bouw van een woning wel mogelijk was geworden.
De gemeente deed de schriftelijke toezegging dat zij, indien zij daarom verzocht zou worden, medewerking zou verlenen aan het alsnog creëren van een bouwmogelijkheid in de achtertuinen van beide bewoners. De gemeente betoogde vervolgens dat daarmee de vergoeding van planschade anderszins was verzekerd. De Afdeling gaf haar daarin gelijk. Het probleem dat beide bewoners niet om de planwijziging zouden vragen, zodat dus evenmin zou komen vast te staan of deze planwijziging gerealiseerd zou kunnen worden, werd omzeild door te overwegen dat de enkele toezegging de waarde van de percelen reeds zodanig deed stijgen dat daarmee de planschade geheel teniet gedaan werd. “Een redelijk denkend en handelend koper zal zijn prijs op die toegezegde bouwmogelijkheid afstemmen”, aldus de Afdeling.

In de uitspraak van 5 februari 2014 speelde voorts dat de door benadeelde ingeschakelde adviseurs geen volledige planvergelijking gemaakt hadden. Om die reden worden hun rapportages buiten beschouwing gelaten. Eigenlijk is onbegrijpelijk dat dit nog altijd zo vaak gebeurt. Taxateurs die zo handelen bewijzen hun opdrachtgevers een slechte dienst.

Meer informatie

ABRvS 29 januari 2014, ECLI:NL:RVS:2014:226

Actueel