Een zaak beperkt zich niet altijd tot één rechtsgebied. Wij dus ook niet.

Voorzichtig met concessies in het minnelijk overleg

dinsdag 11 februari 2014

Door in het kader van het minnelijk overleg te spreken over andere uitvoeringsvarianten met minder grondbeslag kan afbreuk worden gedaan aan de noodzaak tot onteigening, zo benadrukt de Kroon in het KB van 11 december 2013, nr. 2013002560 (Maastricht).

Het betreft een onteigening op grond van Titel IV van de Onteigeningswet ten behoeve van de verbetering van de Noorderbrug in Maastricht. In het minnelijk overleg is met een eigenaar gesproken over een aantal mogelijke nadere invullingen van het bestemmingsplan. Binnen het in het bestemmingsplan vastgelegde tracé bleek het mogelijk om door een aangepaste uitvoering van het werk (een steiler talud) te komen tot 237 m2 minder grondbeslag. De gemeente heeft vervolgens een aangepast aanbod gedaan voor verwerving van de gronden benodigd voor deze ‘kleinere’ variant. Hoewel dit aanbod door de eigenaar niet is aanvaard, heeft de gemeente aan de Kroon te kennen gegeven af te zien van onteigening van de voor de kleinere variant niet benodigde grond (237 m2). Opvallend is dat ondanks het feit dat het onteigeningsverzoek dus niet langer betrekking had op deze gronden, de Kroon toch heeft overwogen dat zij het verzoek tot onteigening ten aanzien van die 237 m2 afwijst wegens het ontbreken van de noodzaak van onteigening. De Kroon lijkt er dan ook uitdrukkelijk op te willen wijzen dat de noodzaak tot onteigening ontbreekt indien de onteigenaar zelf heeft aangegeven dat het werk ook kan worden uitgevoerd met minder grondbeslag.

Overigens is dit oordeel van de Kroon niet nieuw. De Kroon oordeelde op vergelijkbare wijze in het KB van 28 juni 2002, nr. 02.003029 (Barneveld). Onteigening vond plaats ter realisering van een fietspad met rotonde en bijbehorende berm en bermsloot. De gemeente had tijdens de onderhandelingen een variant ontwikkeld voor de uitvoering waarvan minder grond benodigd was dan in de onteigening was betrokken. Omdat over deze variant geen financiële overeenstemming kon worden bereikt, heeft de gemeente deze variant weer losgelaten en is zij ‘teruggevallen’ op de oorspronkelijke plannen. De Kroon verleende vervolgens echter uitsluitend goedkeuring aan de onteigening van de gronden gelegen binnen de variant die tijdens het minnelijk overleg was ontwikkeld. Nu deze variant eveneens in overeenstemming was met de ter plaatse vigerende bestemming en met de uitvoering daarvan hetzelfde doel bereikt kon worden, was de Kroon van oordeel dat onvoldoende is aangetoond dat het publiek belang dat is gediend met de door de gemeente voorgestane realisering van het bestemmingsplan ter plaatse dient te prevaleren boven het persoonlijke belang van de eigenaar bij het behoud van een deel van zijn gronden.

Meer informatie

KB van 11 december 2013, nr. 2013002560 (Maastricht)

Actueel