Ondernemers ervaren de gevolgen van significante terugval van bedrijfsactiviteiten of zelfs stilstand.

De coronacrisis lijkt nog niet op zijn retour. Ondernemers ervaren de gevolgen van significante terugval van bedrijfsactiviteiten of zelfs stilstand. In verschillende branches, waaronder de horecabranche, de reisbranche, in de sierteelt en in de creatieve sector, zijn de vooruitzichten weinig rooskleurig.

 

De vraag of er zakelijke verzekeringen zijn die dekking bieden voor kosten en vermindering van winst door de maatregelen die zijn getroffen in verband met de coronacrisis, dringt zich op. Het ligt daarbij voor de hand te denken aan bedrijfsschadeverzekeringen. Bedrijfsschadeverzekeringen bieden dekking voor de vermindering van brutowinst – onder aftrek van de eventuele besparingen – van het bedrijf van ver­zekerde. Biedt deze verzekering uitkomst in deze situatie?

 

De vraag moet ontkennend beantwoord worden, nu de bedrijfsschadeverzekering is gekoppeld aan een verzekering voor schade aan of verlies van gebouwen en schade aan of verlies van bedrijfsuitrusting/inventaris in de verzekerde gebouwen. Onder de bedrijfsschadeverzekering bestaat alleen dekking als sprake is van materiële schade aan bedrijfsmiddelen, veroorzaakt door een in de polisvoorwaarden benoemd risico. Deze risico’s betreffen de risico’s die normaal gesproken in een brandverzekering zijn gedekt, zoals brand, ontploffing, blikseminslag, storm etc.

 

Bij vermindering van de brutowinst in verband met het Coronavirus is geen situatie aan de orde waarin zich een in de polisvoorwaarden genoemd risico heeft verwezenlijkt. Het Coronavirus en de in dat verband getroffen maatregelen veroorzaken ook geen materiële schade aan bedrijfsmiddelen. Onder die omstandigheden is de kans dat op deze verzekering met succes een beroep kan worden gedaan, minimaal.

 

In Nederlandse media wordt over deze conclusie tot op heden geen discussie gevoerd, maar een kijkje over de grens leert dat de discussie in de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk over dit onderwerp is losgebarsten. Ook daar is de vraag of materiële schade aan bedrijfsmiddelen is ontstaan in beginsel bepalend voor dekking onder de bedrijfsschadeverzekering. Toch nemen ondernemers niet steeds zonder meer genoegen met een afwijzing van dekking.

 

Het populaire restaurant Ocean Grill, gevestigd in het toeristische French Quarter in New Orleans, heeft eind maart als eerste een rechtszaak aangespannen tegen een verzekeraar die dekking onder de bedrijfsschadeverzekering heeft afgewezen. De schade wordt geleden door de gedwongen sluiting van het restaurant, die ook in de VS is afgekondigd om verspreiding van het Coronavirus tegen te gaan.

 

Ocean Grill betoogt dat besmetting met het Coronavirus materiële schade heeft veroorzaakt. Dat betoog is gebaseerd op het uitgangspunt dat het virus meerdere dagen actief blijft op oppervlakten en dat aanzienlijke desinfectiemaatregelen nodig zijn om de besmetting ongedaan te maken. Gesteld wordt dat dat de aanwezigheid van het virus een materiële beschadiging behelst.

 

Uit diverse commentaren maak ik op dat de aanspraak niet op voorhand kansloos kan worden geacht. Vergelijkbare discussies hebben in het verleden bij Amerikaanse rechtbanken gespeeld, bijvoorbeeld in het geval van verspreiding van giftige stoffen op een bedrijfsterrein. Een aantal rechtbanken heeft in dat soort gevallen geoordeeld dat sprake was van fysieke aantasting, omdat het bedrijfsterrein door de aanwezigheid van giftige stoffen ongeschikt voor gebruik was geworden.

 

Niettemin worden stevige discussies verwacht, waarbij onder meer relevant zal worden geacht of het virus bij het bedrijf daadwerkelijk is aangetroffen. Vele bedrijven zijn louter uit voorzorg gesloten. Kan dan van materiële schade worden gesproken? Verder zal de discussie onder meer kunnen gaan over de vraag hoe lang het virus actief blijft op oppervlakten, en hoe ingrijpend de noodzakelijke desinfectiemaatregelen zijn. Het is al met al bepaald geen gelopen race.

Een aanspraak in de VS heeft daarnaast alleen kans van slagen als de verzekerde zich kan beroepen op een all risks polis. Deze biedt dekking voor risico’s die niet expliciet zijn uitgesloten. Dit soort bedrijfsschadeverzekeringen heb ik bij raadpleging van het internet op de Nederlandse markt niet aangetroffen. De bedrijfsschadeverzekeringen die ik heb aangetroffen kennen een limitatieve opsomming van verzekerde risico’s. Het zijn dus verzekeringen voor benoemde gevaren, of “named perils”. Besmetting met een virus is geen risico dat als benoemd gevaar is opgenomen.

 

In het Verenigd Koninkrijk spelen vergelijkbare discussies als in de VS. In commentaren wordt de aanspraak van verzekerden beschouwd als uphill battle, hoewel ook in het Verenigd Koninkrijk all risks verzekeringen op de markt zijn. Opgemerkt wordt dat enkele grote bedrijven zich op de Londense markt verzekerd hebben tegen business interruption zonder koppeling aan een property polis. Zo’n verzekering biedt dus ook zonder materiële beschadiging dekking, maar dat zijn uitzonderingsgevallen.

 

Dat deze conclusies wringen, blijkt uit het feit dat zowel in de VS als in het Verenigd Koninkrijk in de afgelopen weken sprake is geweest van de introductie van bijzondere wetgeving die verzekeraars zou dwingen dekking te bieden die zij volgens de verzekeringsovereenkomst niet zouden hoeven bieden. Die discussie is vooralsnog van de baan, nadat verzekeraars hadden aangevoerd hierdoor zelf in de problemen te zullen komen. Dat dit soort radicaal overheidsingrijpen in privaatrechtelijke verhoudingen is overwogen, illustreert wel hoe ontwrichtend de huidige crisis werkt.

 

In Nederland is de status quo vooralsnog duidelijk, maar dat ook hier een roep zal ontstaan naar oplossingen waarbij ook de verzekeringsmarkt helpt de gevolgen van de crisis te dragen, kan niet worden uitgesloten. De ontwikkelingen zullen moeten worden afgewacht.