Beursgebruiken kunnen bij de objectieve uitleg van polisvoorwaarden een grote rol spelen.

Rechtbank Rotterdam 26 februari 2020, ECLI:NL:RBROT:2020:1798 (Markerink/Achmea c.s.)

 

Een recente uitspraak van de rechtbank Rotterdam laat zien dat objectief uit te leggen beurspolissen worden uitgelegd aan de hand van beursgebruiken, waarbij zelfs uitbreiding van de polisvoorwaarden plaats zou kunnen vinden.

Partijen

Markerink is een reparatie-, installatie en onderhoudsbedrijf voor scheepsmotoren. Markerink heeft haar werkzaamheden via haar assurantietussenpersoon Maesstad ter beurze verzekerd bij een pool van verzekeraars bestaande uit Achmea, Baloise, Allianz, Starstone en Navigators (“verzekeraars”).

Polis – Metaalunie Voorwaarden

Verzekerd is (een bedrag voor) aansprakelijkheid voortvloeiend uit de Metaalunie Voorwaarden. Op het polisblad staat verder vermeld dat het verzekeraars bekend is dat Markerink haar werkzaamheden gebruikelijk uitvoert of laat uitvoeren op basis van de Metaalunie Voorwaarden.

 

In artikel 14 van de Metaalunie Voorwaarden is een garantieperiode opgenomen van zes maanden. De Metaalunie Voorwaarden houden rekening met een mogelijke verlenging van deze termijn.

Contractering Markerink – Eigen algemene voorwaarden en nadere verlenging garantietermijn

Markerink heeft vanaf eind augustus 2016 gecontracteerd met Grand Circle Cruise Line (“GCCL”) ter zake reparatie en controle van de motoren van een van de schepen van GCCL. Gedurende deze contracterering is het volgende overeengekomen:

  • er is een offerte toegezonden met een verwijzing naar de algemene voorwaarden van Markerink (“Markerink-voorwaarden”);
  • in de Markerink-voorwaarden is een garantietermijn van zes maanden opgenomen;
  • later, maar voorafgaande aan de werkzaamheden, is deze garantietermijn telefonisch en per brief verlengd tot 12 maanden.

Oplevering en schade

Nadat de oplevering heeft plaatsgevonden is na bijna 9 maanden, dus na afloop van de gebruikelijke garantietermijn maar binnen de verlengde termijn, door GCCL schade aan één van de hoofdmotoren geconstateerd. Markerink heeft deze schade (ruim EUR 135.000) aan GCCL vergoed.

Dekking nu onder eigen algemene voorwaarden is gecontracteerd en garantietermijn is verlengd?

De verzekeraars stellen dat er geen dekking zou zijn. De reden die daarvoor is aangevoerd, is dat Markerink niet onder de Metaalunie Voorwaarden heeft gecontracteerd, maar onder haar eigen voorwaarden en dat de Metaalunie Voorwaarden geen mogelijkheid tot verlenging van de garantietermijn zouden bevatten.

 

De rechtbank Rotterdam volgt de verzekeraars niet. De verwijzing naar de Metaalunie Voorwaarden ziet enkel op de omvang van de aansprakelijkheid. Toepassing van andere voorwaarden leidt niet tot verlies van dekking. Met aansprakelijkheid wordt hier dus dekking bedoeld oftewel de aansprakelijkheid van verzekeraars jegens Markerink.

 

Centrale vraag in deze beoordeling is of ook na de verlenging van de garantietermijn door Markerink dekking bestaat.

 

De rechtbank Rotterdam neemt terecht als uitgangspunt dat de polisvoorwaarden, waarover niet is onderhandeld, objectief moeten worden uitgelegd. Vervolgens oordeelt de rechtbank dat Metaalunie Voorwaarden verlenging van de garantietermijn niet uitsluiten en dat de polisvoorwaarden niet voorschrijven dat de dekking alleen verlengd wordt indien verzekeraars goedkeuring voor de verlenging hebben gegeven.
Verzekeraars hebben echter gesteld dat het ter beurze gebruikelijk is dat bij verlenging van een garantietermijn toestemming van verzekeraars nodig is.

 

De verlenging van de garantietermijn is immers van invloed op het risico en de hoogte van de premie. Van deze stelling bieden verzekeraars bewijs aan.
Verzekeraars worden in de gelegenheid gesteld te bewijzen dat op grond van beursgebruiken alleen dekking bestaat binnen een door verzekeraars goedgekeurde verlenging van de garantietermijn.

Overig – causaal verband en vergoeding van schade op basis Metaalunie Voorwaarden

Verzekeraars hebben betwist dat een fout van Markerink tot de schade zou hebben geleid. De rechtbank gaat in dat verweer niet mee, ondanks de zeer soepele vertaalslag van de rapportage van Techno Fysica door Doldrums, die overigens was aangesteld door verzekeraars (zie r.o. 2.12 en 2.13 van het vonnis).

 

Tot slot meent de rechtbank dat de aansprakelijkheid moet worden vastgesteld op grond van de Metaalunie Voorwaarden en niet op grond van de Markerink-voorwaarden. De rechtbank zal hier niet de aansprakelijkheid van Markerink jegens GCCL moeten bedoelen, maar de aansprakelijkheid/dekking van verzekeraars jegens Markerink. Voor wat betreft de aansprakelijkheid tussen Markerink en GCCL heeft de rechtbank immers overwogen dat de Markerink-voorwaarden van toepassing zijn. Hopelijk zal het eindvonnis na bewijslevering van verzekeraars over de beursgebruiken meer duidelijkheid bieden over deze (mogelijk onjuiste) gedachtegang van de rechtbank dienaangaande.

Conclusie

Bovenstaande uitspraak van de rechtbank Rotterdam leert dat beursgebruiken bij de objectieve uitleg van polisvoorwaarden een grote rol kunnen spelen. Indien verzekeraars het bestaan van het beursgebruik kunnen bewijzen, zal in de polisvoorwaarden een nieuwe eis gelezen moeten worden, namelijk dat verzekeraars toestemming moesten verlenen voor verlenging van de garantietermijn. Dekking zal dan wegens gebrek aan toestemming ontbreken. Er dreigt dan een strop voor Markerink van ruim EUR 135.000.