Corona en BPV/stage, toetsen, examinering, diplomering, doorstroming en BSA-normering.

Een update: wat u als onderwijsinstelling moet weten over Corona en BPV/stage, toetsen, examinering, diplomering, doorstroming en BSA-normering:

Op 15 maart 2020 heeft het kabinet besloten dat er vanwege het coronavirus in ieder geval tot en met 6 april 2020 geen klassikaal onderwijs plaatsvindt op alle scholen. De sluiting van de scholen betekent niet dat scholen geen onderwijs meer hoeven te verzorgen. Integendeel, scholen blijven verantwoordelijk voor de continuering van het onderwijs aan de leerlingen en studenten.

Onderwijs op afstand

Veel scholen hebben inmiddels het onderwijs op afstand georganiseerd door leerlingen en studenten lesmateriaal mee te geven en/of door het onderwijs digitaal aan te bieden. Daarbij zien we veel creatieve invullingen voor vakken als gym (logboek bijhouden van je sportactiviteiten zoals hardlopen en buitenspelen) en tekenen (maak een mooie tekening voor iemand in de zorg of een oudere).

 

Belangrijk bij het onderwijs op afstand is dat de school ook voldoende begeleiding en ondersteuning (op afstand uiteraard) aanbiedt, zodat leerlingen en studenten (zelfstandig) aan de slag kunnen, vragen kunnen stellen aan docenten, etc. Denk daarbij aan een instructiefilmpjes, online seminar, telefonisch instructie- en vragenuurtje etc.

 

Echter, niet al het onderwijs is op afstand te organiseren. Denk daarbij aan stages en toetsen/(praktijk)examens die niet mondeling of digitaal afgenomen kunnen worden. Wat dan?

Stage, toetsen en examens

Leerlingen en studenten die in groep 8 of in hun examenjaar zitten hebben minder mogelijkheden om eventuele vertraging in te halen. Zij hebben daarom prioriteit.

PO

Voor het primair onderwijs heeft de minister bekend gemaakt dat de eindtoetsen voor groep 8 niet doorgaan. Voor die leerlingen zal het schooladvies bepalend zijn voor het niveau van de VO-school. Van de ontvangende VO-school wordt verwacht dat ze vervolgens goed gaan kijken of leerlingen op de juiste plek zitten.

Naar boven

VO en vavo

De minister onderkent de noodzaak op het laten doorgaan van de schoolexamens, als onderdeel van het eindexamen. In samenspraak met het RIVM wordt aan scholen per direct ruimte gegeven om schoolexamens op school af te nemen. Er volgen nog nadere handreikingen van het RIVM.

 

Van leerlingen zonder gezondheidsklachten mag worden verwacht dat zij aan de schoolexamens op school deelnemen. Leerlingen met klachten zoals door het RIVM omschreven, die ziek zijn of in quarantaine zitten, zullen thuis moeten blijven. De school zal hen in staat moeten stellen hun schoolexamen op een later moment af te leggen (indien nodig in het 2e of 3e tijdvak). Ook voor leerlingen met een kwetsbare gezondheid is er ruimte om ze niet op school hun schoolexamens te laten afleggen.

 

VO-scholen kunnen zoeken naar alternatieve afnamemogelijkheden zoals bijvoorbeeld mondeling al dan niet op afstand via video. VO-scholen krijgen de ruimte om daarvoor het Programma van Toetsing en Afsluiting (PTA) aan te passen. De medezeggenschapsraad heeft voor het aanpassen van het PTA instemmingsrecht. De minister doet een beroep op de medezeggenschapsraden om vanwege de zeer uitzonderlijke omstandigheden zo spoedig als mogelijk hun instemming te verlenen. Het meenemen van de medezeggenschapsraad bij de voorbereiding en een goed en uitgebreid gemotiveerd voorgenomen besluit (met alle overwogen alternatieven) helpen u als schoolbestuurder dit proces te bespoedigen en succesvol te laten verlopen.

 

Voor examens die een flexibele afnameperiode hanteren is er ruimte om de afname naar achteren te schuiven, mits deze zijn afgerond voor het centraal examen. Scholen mogen wel vanaf 30 maart a.s. al beginnen met de afname. Het wel kunnen starten met de afname biedt u als schoolbestuurder ruimte om de afname over een langere periode uit te smeren. Uitval van medewerkers en leerlingen door de maatregelen vanwege het coronavirus maakt een spreiding vermoedelijk ook noodzakelijk. Start dus daar waar het kan.

 

Ook voor de voorbereiding op praktijkexamens (vmbo-bb, kb en gemengde leerweg) is het toegestaan deze op school te laten plaatsvinden. Dit kan immers niet (goed) met afstandsonderwijs vervangen worden.

 

De centrale examens, die op 7 mei starten, gaan vooralsnog door. Mocht besloten worden dat de scholen langer gesloten dienen te blijven, dan volgt daarvoor een nadere afweging.

Naar boven

Mbo

Stages en BPV

Uitgangspunt is dat stages en beroepspraktijkvorming (BPV) doorgaan, tenzij de overheidsrichtlijn de betreffende activiteit verbiedt (zoals bijvoorbeeld de horeca) of het leerbedrijf zelf de activiteiten staakt of al haar medewerkers thuis laat werken, waardoor zij de student niet meer kan begeleiden. Bij klachten dient de student conform de RIVM-richtlijn zelf thuis te blijven.

 

Voor BOL-opleidingen wordt de student het recht gegeven om zelf te besluiten de BPV tijdelijk te staken als e.e.a. naar opvatting van de student te risicovol is. Bij BBL-opleidingen wordt die beoordeling aan student (tevens) werknemer samen met het leerbedrijf (tevens werkgever) overgelaten.

 

Vraag is wat er van mbo-scholen verwacht mag worden als de BPV-stage voortijdig eindigt. Uitgangspunt daarbij is naar onze mening dat de Mbo-instelling conform artikel 7:2:9 lid 1 WEB verantwoordelijk is voor de BPV-plek (en vervanging daarvan onder omstandigheden). Dit is een inspanningsverplichting, geen resultaatsverplichting. De stageplaatsen zullen op dit moment niet voor het oprapen liggen. In het Servicedocument covid-19 aanpak mbo wordt voor een aantal situaties ruimte gelaten voor een alternatieve invulling voor de resterende BPV-uren en taken:

“(…) 1. De beroepspraktijkvorming stopt als gevolg van het verplicht sluiten van een leerbedrijf (bijvoorbeeld in de horeca). In deze situatie is het aan het onderwijsteam te beoordelen of leerdoelen en praktijkopdrachten afgerond kunnen worden, zonder dat de uren geheel gemaakt worden. Zo nee, dan zal de beroepspraktijkvorming later ingehaald moeten worden, ook als dat leidt tot een langere opleidingsduur.
2. De beroepspraktijkvorming stopt als gevolg van een eigenstandige keuze van het leerbedrijf te sluiten. Dan geldt hetzelfde als in situatie 1.
3. Indien de stagiaire wordt gevraagd te komen helpen in cruciale sectoren buiten BPV om: studenten kunnen, ook wanneer hun stage of andere onderwijsvorm is geannuleerd, als student-vrijwilliger bijvoorbeeld in een zorgschool werkzaam zijn. Voor deze (arbeids-)relatie dienen aparte afspraken te worden gemaakt tussen de zorgschool en de student, zoals met betrekking tot aansprakelijkheid. (…)”

Of met de suggestie onder ad 3. ook ruimte wordt gegeven om daarin een alternatief voor onderwijs/BPV te vinden, is ons niet helemaal duidelijk. Activiteiten moeten immers aan bepaalde regels voldoen om als onderwijstijd mee te mogen tellen. Omdat het opleidingsprogramma voor start van de opleiding in de OER wordt vastgelegd kun je dat naar onze mening niet zomaar tijdens de opleiding aanpassen. Daarbij zou je uit de genoemde voorbeelden onder ad 1. en ad 2. kunnen afleiden dat er ruimte is voor de school om de gemiste uren niet in te halen (en toch een diploma te verstrekken) bij verplichte sluiting of sluiting door het bedrijf. Wij vragen ons af of dat juridisch juist is gelet op de geldende wettelijke urennormen (voor zowel begeleide onderwijstijd als voor BPV).

 

De voortijdige beëindiging van de BPV op initiatief van de student (uit ‘angst’ voor Corona) staat niet in dit rijtje. Of dat betekent dat de stage dan hoe dan ook later moet worden afgerond/moet worden ingehaald, is de vraag. Dat blijkt niet heel duidelijk uit het document. Enerzijds wordt dat recht (‘beëindiging op eigen initiatief’) wel gegeven, maar de gevolgen daarvan worden niet beschreven. Onze eerste gedachte is dan ook dat de BPV, die op initiatief van de student voortijdig wordt beëindigd uit angst voor Corona, later moet worden afgerond.

 

De vertraging (als er geen alternatief is, wat gegeven de uiterst bijzondere situatie goed denkbaar is) wordt bij de student neergelegd. Ook daarvan vragen wij ons af of dat niet iets te kort door de bocht is. De school is verantwoordelijk voor de BPV-plek (en vervanging onder omstandigheden) én het binnen de gestelde termijn kunnen afronden van de opleiding.

 

We sluiten niet uit dat de regels daarop worden aangepast vanwege de zeer uitzonderlijke situatie waarin Nederland zich momenteel bevindt. Of dat erop voorgaande punten nadere handreikingen komen. Het verdient hoe dan ook aanbeveling om voor alle studenten – die hun BPV voortijdig zien eindigen of zelf beëindigen vanwege ‘angst’ – de alternatieven te onderzoeken en de zoektocht goed vast te leggen.

Examinering en diplomering

Binnen het mbo (ook vavo) dienen de examens voor de studenten die dit jaar kunnen diplomeren zoveel als mogelijk door te gaan. In deze bijzondere tijden vraagt veilig en verantwoord examineren nogal wat creativiteit van u, zeker als het om de praktijkexamens gaat. Veiligheid van uw medewerkers en de studenten, maar ook de kwaliteit om de waarde van het diploma te kunnen waarborgen staan daarbij voorop. IJzer met handen breken kan niet en hoeft niet. Het gaat erom dat u zich als onderwijsinstelling redelijkerwijs inspant om de examinering door te laten gaan.

 

Wat kunt u in dat kader doen? Zo snel als mogelijk:

  1. Inventariseren wie dit schooljaar redelijkerwijs kan diplomeren;
  2. Ordenen en prioriteren (wat en hoeveel is er nog nodig voor een diploma en wat kan op de gewone wijze geëxamineerd worden en wat niet);
  3. Alternatieven (andere examineringsmogelijkheden) onderzoeken;
  4. Met studenten communiceren over:
    1. wat ze nog moeten doen;
    2. wat er wel en niet geëxamineerd kan worden en hoe (regulier, alternatief of uitstel),
    3. concrete programma en tijdspad (inclusief eventuele herkansingen);
  5. Inventariseren bij studenten van onoverkomelijke problemen als gevolg van eventuele vertraging, bijvoorbeeld vanwege start vervolgopleiding, geaccepteerde baan etc. of vertrek naar het buitenland en zoeken naar oplossingen.

Bij alternatieve examineringsmogelijkheden kunt u denken aan examineren ‘op afstand’ door een digitaal of mondeling examen via videobellen/Face Time ect. af te nemen, examinering op een andere plek zoals bijvoorbeeld de stageplek, simulatie binnen de school of binnenschoolse assessments voor de proeven van bekwaamheid omdat het leerbedrijf is gestopt. Daar waar dat niet op een verantwoorde wijze kan, zit er niets anders op dan het examen uit te stellen.

 

Tijdige en heldere communicatie naar de studenten brengt eventuele problemen bij vertraging (bijvoorbeeld vanwege de wens om de studie aan het hbo te vervolgen of een geaccepteerde baan) snel aan het licht. Dan kunt u daar als bevoegd gezag rekening mee houden, bijvoorbeeld bij de prioritering van de studenten, door focus (op de grotere vakken) te leggen, door contact te leggen met de hbo-instelling waar de student verder wil studeren of aanstaande werkgever om de opties te bespreken en/of andere examineringsalternatieven te onderzoeken. Daarmee voorkomt u hopelijk een roodgloeiende telefoon door vragen en klachten.

 

Het Servicedocument lijkt ruimte te laten voor coulance bij de diplomering:

“(…) Uiteindelijk gaat het bij diplomering om de beoordeling of een student de in het kwalificatiedossier beschreven kerntaken beheerst. Indien afgeweken wordt van de geldende regels, geeft het betrokken onderwijsteam op onderbouwde wijze aan of aan de vereiste beheersing voldaan wordt. De examencommissie beoordeelt of deze onderbouwing adequaat is en het afgeven van een diploma rechtvaardigt. (…)”.

Wat ons betreft is hierbij voorzichtigheid geboden. Hoewel het om een bijzondere situatie gaat, zal er oog moeten blijven voor het waarborgen van de waarde van het diploma. Het is dan ook aan te bevelen zoveel als mogelijk naar alternatieve toetsingsvormen te zoeken, zodat objectief vastgesteld kan worden dat de student voldoet aan de kwalificatie eisen.

 

Voor doorstroomstudenten (mbo naar hbo) is er ruimte voor coulance bij de toelating tot de hbo-opleiding. Mbo-studenten die nog één of enkele kleine vakken of de stage niet kunnen afronden voor 1 september 2020 vanwege de coronavirusmaatregelen mogen door de hbo-instelling tot de opleiding toegelaten worden. De student heeft tot 1 januari 2021 de tijd om de mbo-opleiding alsnog af te maken. Van een hard recht lijkt geen sprake te zijn. Mogelijk volgen er nog concretiserende kaders.

Naar boven

Hbo en WO

Ook voor het hbo en WO zijn er inmiddels aanvullende voorzieningen bekend gemaakt. Studenten die niet aan de bindend studieadviesnorm (BSA) voldoen, omdat zij door de coronavirusmaatregelen vertraging hebben opgelopen kunnen uitstel krijgen, doorstromen naar het 2e jaar en dan alsnog de BSA-norm halen. Voor de financiële gevolgen kunnen (oud-)studenten contact opnemen met DUO.

Student-vrijwilliger?

Veel onderwijsinstellingen willen graag een bijdrage leveren en vragen of ze studenten niet anders kunnen inzetten. Denk aan studenten die worden opgeleid voor de ‘vitale’ beroepen. Voorzichtigheid is hierin wel geboden. U kunt de studenten daartoe uiteraard niet verplichten. Een eventuele inzet zal ook goed contractueel vastgelegd moeten worden (denk aan een arbeidsovereenkomst of vrijwilligersovereenkomst tussen student en ontvangend bedrijf). De regeling van de aansprakelijkheid vergt daarbij bijzondere aandacht. De kans is groot dat dit niet onder uw aansprakelijkheidsverzekering valt.