Door afschaffing van de fusietoets zouden schoolbesturen meer ruimte krijgen voor lokale samenwerking zonder dat de Minister hier nog mee in zou hoeven te stemmen. Gisteren kwam dit wetsvoorstel in stemming in de Eerste Kamer en werd verworpen. Hoe nu verder?

Alweer enige tijd geleden, op 10 september 2019, werd door de Tweede Kamer het wetsvoorstel over de afschaffing van de fusietoets in het funderend onderwijs door de Tweede Kamer aangenomen. Het wetsvoorstel regelde dat er geen fusietoets meer plaats zou hoeven te vinden op fusies in het primair onderwijs, het voortgezet onderwijs en het (voortgezet) speciaal onderwijs.

 

Door afschaffing van deze toets zouden schoolbesturen meer ruimte krijgen voor lokale samenwerking zonder dat de Minister hier nog mee in zou hoeven te stemmen. Na 10 september 2019 bleef het lange tijd stil rondom dit wetsvoorstel, tot op 16 juni 2020 het wetsvoorstel in stemming kwam in de Eerste Kamer en het voorstel tot afschaffen van de fusietoets in het funderend onderwijs werd verworpen. Hoe nu verder?

 

Noodzaak tot samenwerking in het onderwijs

Steeds meer scholen hebben te maken met leerlingendalingen. Dit heeft gevolgen voor de financiën, de kwaliteit van het onderwijs, de breedte van het onderwijsaanbod en de werkgelegenheid. Voor veel scholen is samenwerking met andere scholen in de regio een manier om de problemen van leerlingendaling het hoofd te bieden.

 

Een methode van samenwerking tussen scholen betreft een fusie. Binnen het onderwijs kennen we twee soorten van fusie: een bestuurlijke fusie en een institutionele fusie (scholenfusie). Bij een bestuurlijke fusie wordt de instandhouding van een school aan een nieuwe of een bestaande rechtspersoon overgedragen. Bij een scholenfusie ontstaat een nieuwe school door samenvoeging van twee of meer scholen.

 

Wet fusietoets in het onderwijs

Sinds de inwerkingtreding van de Wet fusietoets in het onderwijs in 2011 moet voor alle fusies in het onderwijs door de fuserende scholen een fusie-effectrapportage worden opgesteld waarin de motieven, de doelen, het tijdspad en de effecten van de fusie inzichtelijk worden gemaakt.

 

Naast de fusie-effectrapportage is sinds de inwerkingtreding in 2011 van de Wet fusietoets in het onderwijs voor een groot deel van de fusies in het basisonderwijs en voorgezet onderwijs en voor alle fusies in het (voortgezet) speciaal onderwijs, het beroepsonderwijs en het hoger onderwijs de goedkeuring van de minister vereist (fusietoets), waarbij de Minister zich inzake de goedkeuring uitgebreid liet adviseren door de Adviescommissie fusietoets in het onderwijs (CFTO).

 

Evaluatie Wet fusietoets in het onderwijs

In 2015 werd de Wet fusietoets in het onderwijs geëvalueerd. Uit deze evaluatie kwam naar voren dat de fusietoets belemmerend werkte en dat besturen juist vanwege de fusietoets afzagen van een fusie, ondanks het feit dat een fusie juist wel wenselijk was met het oog op de continuïteit van het onderwijs.

 

Naar aanleiding van de evaluatie van de Wet fusietoets in het onderwijs werd met ingang van 1 augustus 2017 de toets voor fusies in het funderend onderwijs aangepast. Bij fusies die gezien hun omvang of marktpositie geen risico vormden voor de “daadwerkelijke variatie van het onderwijsaanbod” is sinds 1 augustus 2017 niet langer een advies van het CFTO ten aanzien van de goedkeuring van een fusie nodig en kan worden volstaan met een lichte (procedurele) toets.

 

Bij deze lichte toets wordt aan de hand van de fusie-effectrapportage beoordeeld of het fusieproces zorgvuldig is doorlopen en of de verschillende medezeggenschapsraden hebben ingestemd met het voornemen tot fusie. Indien de Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) als uitvoerende instantie  een positieve beoordeling geeft op deze twee aspecten, verleent de Minister goedkeuring voor de fusie.

 

Afschaffing fusietoets funderend onderwijs

De fusietoets wordt door veel schoolbesturen gezien als ingewikkeld en tijdrovend. Om die reden werd tussen scholen in verhouding weinig gefuseerd en werd eerder naar minder intensieve, maar ook minder toereikende samenwerkingsvormen tussen verschillende scholen gezocht. Om scholen toch meer te laten samenwerking door middel van fusies, kondigde Minister voor Basis- en voortgezet Onderwijs en Media in zijn Kamerbrief van 20 april 2018 aan dat de fusietoets voor zowel het basisonderwijs als het voortgezet onderwijs volledig geschrapt zou worden.

 

Het betreffende wetsvoorstel tot afschaffing van de fusietoets bracht met zich mee dat voor fusies in het primair onderwijs, het voortgezet onderwijs en het (voortgezet) speciaal onderwijs geen goedkeuring van de Minister meer noodzakelijk is voor het tot stand kunnen brengen van die fusie. Wel blijft onder de nieuwe wet de fusie-effectrapportage bestaan. Ook het instemmingsrecht van de (gemeenschappelijke) medezeggenschapsraden verandert niet en blijft een noodzakelijke voorwaarde voor de fusie.

 

Daarnaast bracht het wetsvoorstel een wijziging van de Wet medezeggenschap op scholen (Wms) met zich mee. Aan artikel 10 van de Wms zou een nieuw lid toegevoegd worden over de verplichting tot structureel overleg. De wijziging zou inhouden dat de medezeggenschapsraden en de schoolbesturen tijdens het gehele fusieproces, dus vanaf het fusievoornemen tot het fusiebesluit, geregeld bijeen moeten komen om de voorgenomen fusie te bespreken.

 

Met deze regeling zou worden voorkomen dat de betreffende medezeggenschapsraden pas instemming aan de fusie zouden moeten verlenen op een moment dat de voorbereiding al is afgerond en het fusiebesluit al is genomen en zij dus feitelijk geen invloed kunnen uitoefenen.

 

Vooruitlopend op de inwerkingtreding van deze wetswijziging tot afschaffing van de fusietoets, werd al wel de regeling voor de fusietoets versoepeld in die zin dat alle fusies in het funderend onderwijs met ingang van 1 augustus 2018 onder de lichte toets vallen. Voor alle fusies geldt sinds 1 augustus 2018 dat er geen inhoudelijke toets door het CFTO mee plaats hoeft te vinden. Het procedurele proces van een fusie neemt dus al wat minder tijd in beslag.

 

Wetsvoorstel afschaffing fusietoets in funderend onderwijs in stemming in de Eerste Kamer

Tijdens het debat in de Eerste Kamer op 9 juni 2020 bleek een aantal politieke partijen niet achter het wetsvoorstel te staan. Met name de rol van de medezeggenschapsraden van de scholen en de menselijke maat stonden centraal in de kritiek, hetgeen er uiteindelijk toe geleid heeft dat het wetsvoorstel op 16 juni 2020 werd verworpen.

 

Wat betekent dit nu als scholen nu willen fuseren? Blijft de sinds 1 augustus 2018 van toepassing zijnde lichte toets nog wel gelden, ook al werd deze lichte toets geïntroduceerd vooruitlopend op de inwerkingtreding van het nu verworpen wetsvoorstel? Of komt de oorspronkelijke (zwaardere) fusietoets weer terug, welke zware toets in het verleden juist als belemmerend werd ervaren? Er zijn geen concrete signalen dat dit laatste nu het geval is, maar het lijkt goed als hierover  duidelijkheid gegeven wordt.