In een uitspraak van 16 mei 2017 heeft de Rechtbank Noord-Holland beslist dat een deelgeschil ook kan worden gevoerd als nog slechts verschil van mening bestaat over de hoogte van het smartengeld (ECLI:NL:RBNHO:2017:5517).

Feiten

Een werknemer (E) was op 20 september 2012 betrokken bij een bedrijfsongeval, waarbij hij letsel had opgelopen. Dit letsel bestond onder andere uit een schedelbreuk, hersenschudding, reukverlies, gehoorschade, visusschade en gezichtsletsel. In verband met psychische problemen heeft E zich onder behandeling gesteld van een psycholoog en een psychiater. Op 3 oktober 2014 heeft E zichzelf van het leven beroofd. Aegon (de aansprakelijkheidsverzekeraar van de werkgever van E) heeft de materiële schade afgewikkeld maar betwist causaal verband tussen het ongeval en de psychische schade, die door de weduwe van E wordt gevorderd.

Standpunten van partijen

De weduwe verzoekt de rechtbank om Aegon te veroordelen tot betaling van een bedrag aan smartengeld van € 75.000,–. Zij heeft aan haar vordering ten grondslag gelegd dat, naast de lichamelijke problematiek, vanaf de datum van het ongeval sprake is geweest van psychische problematiek die uiteindelijk heeft geleid tot de zelfdoding van E. Aegon heeft het causaal verband tussen het ongeval en de psychische schade betwist en aangevoerd dat een deelgeschil niet het geschikte instrument is om de vraag te beantwoorden welk smartengeld aan de weduwe toekomt in verband met het geestelijk lijden van E. Aegon stelt dat een deelgeschil bedoeld is om obstakels in de afwikkeling van personenschade weg te nemen, zodat partijen in de gelegenheid zijn vastgelopen onderhandelingen te hervatten en te bezien of alsnog een definitieve buitengerechtelijke regeling kan worden bereikt. Volgens Aegon is dit hier niet aan de orde omdat het alleen nog gaat om de hoogte van het toe te kennen smartengeld. De weduwe is daarom volgens Aegon niet-ontvankelijk in haar vordering.

Oordeel rechtbank

De rechtbank stelt dat het in dit geval gaat om een impasse over de hoogte van het smartengeld. De gevraagde beslissing daarover zal volgens de rechtbank bijdragen aan de beëindiging van het geschil. Mede gelet op het feit dat door de wetgever een ruim toepassingsbereik van de deelgeschilprocedure voor letsel- en overlijdensschade is beoogd, is de weduwe van E ontvankelijk in haar vordering in de deelgeschilprocedure. Dat partijen al overeenstemming hebben bereikt over alle andere schadeposten doet niet af aan het doel van de deelgeschilprocedure om op eenvoudige wijze een rechterlijke uitspraak te krijgen die bijdraagt aan het afronden van de onderhandelingen zonder dat een bodemprocedure nodig is. Omdat de medisch adviseurs van Aegon en de weduwe van E het niet eens zijn over de oorzaak van de psychische problemen van E (en of deze geheel of gedeeltelijk aan het ongeval moeten worden toegerekend), zal die vraag volgens de rechtbank door getuigenbewijs en een eventueel deskundigenrapport moeten worden beantwoord. Omdat daarvoor in een deelgeschilprocedure in beginsel geen plaats is, wijst de rechtbank de vordering van de weduwe van E af (ook al was ze, zoals gezegd, wel ontvankelijk in haar vordering). De rechtbank begroot de kosten van de deelgeschilprocedure van de weduwe van E op € 4.491,03 (14,9 uur ad € 235,– per uur te vermeerderen met 6% kantoorkosten en 21% BTW). De rechtbank vindt die kosten redelijk, gelet op de aard en het financieel belang van de zaak en de ervaring van de advocaat van de weduwe van E. Omdat de (mate van) aansprakelijkheid van Aegon voor de gestelde psychische schade nog niet vaststaat, veroordeelt de rechtbank Aegon niet tot betaling van die begrote kosten en wijst zij ook die vordering af.

Commentaar

Vast staat dat Aegon aansprakelijk is voor de schade als gevolg van het ongeval. Verder in aanmerking nemend dat door Aegon, gelet op het letsel van E, in ieder geval enig smartengeld zal moeten worden betaald (los van het antwoord op de vraag of de zelfdoding van E in causaal verband staat met het ongeval), was het naar mijn mening op zijn plaats geweest dat de rechtbank, naast begroting van de kosten van het deelgeschil, Aegon ook zou hebben veroordeeld tot betaling daarvan.

Meer informatie

Neem voor meer informatie over dit of andere contractenrechtelijke onderwerpen contact op met Jan van der Burg, advocaat en contractenrechtspecialist, E:  jan.vanderburg@nysingh.nl | T: +31 (0)88 752 02 42.