Het is cruciaal dat hulpverleners de GGD informeren over patiënten die besmet zijn met (en overleden zijn aan) het Covid-19 virus,

zodat de GGD besmettingen binnen de gemeente vroegtijdig kan opsporen, beheersen en in de toekomst kan voorkomen. De GGD dient vervolgens de voorzitter van de veiligheidsregio (één van de burgemeester uit de regio) en de burgemeester van de betreffende gemeente hiervan op de hoogte te stellen, zodat zij noodzakelijke maatregelen kunnen treffen.

 

Voor gemeenten is van belang dat zij op de hoogte zijn van het aantal Covid-19 besmettingen. Daarbij is het in bepaalde gevallen noodzakelijk te weten welke personen met het Covid-19 virus besmet zijn, zodat de burgemeester maatregelen kan treffen om het Covid-19 virus te bestrijden. De GGD dient door hulpverleners te worden geïnformeerd over Covid-19 besmettingen en dient vervolgens de gemeente hiervan op de hoogte te stellen. Afhankelijk van de situatie dient zij ook concrete persoonsgegevens hierover aan de gemeente te verstrekken.

 

In de praktijk gaat dit echter nog wel eens mis. Zo was er onlangs een gemeente die aangaf te weinig informatie van de GGD te hebben ontvangen, waardoor zij het Covid-19 virus niet naar behoren kon bestrijden. De GGD stelde zich echter met het oog op de privacywetgeving op het standpunt dat geen gegevens met de gemeente konden worden gedeeld.

 

In dit bericht gaan wij erop in welke gegevens in welke situaties door hulpverleners en de GGD mogen worden verstrekt.

Gegevensverstrekking door hulpverlener aan GGD

Uitgangspunt is het beroepsgeheim van de hulpverlener. Dit betekent dat de hulpverlener geen gegevens over een patiënt die hij in het kader van de zorgverlening heeft ontvangen aan anderen mag verstrekken, tenzij de hulpverlener daarvoor van de patiënt toestemming heeft gekregen. In bepaalde situaties geldt een uitzondering op het beroepsgeheim. Eén van die situaties is wanneer een hulpverlener op grond van de wet verplicht is om gegevens over de patiënt aan anderen te verstrekken.

 

In de Wet publieke gezondheid is bepaald dat een hulpverlener die bij een door hem onderzochte patiënt een Groep-A-infectieziekte, zoals  het Covid-19 virus vermoedt of vaststelt, dit onverwijld aan de GGD meldt. De melding kan per telefoon, fax, SMS of e-mail plaatsvinden. Het ligt in de rede dat de hulpverlener verifieert of de melding door de GGD is ontvangen.

 

De melding van de hulpverlener aan de GGD dient in beginsel de volgende gegevens te bevatten:

  • naam, adres, geslacht, geboortedatum, burgerservicenummer en verblijfplaats van de patiënt;
  • het Covid-19 virus of de beschrijving van het ziektebeeld, eerste ziektedag, vaccinatietoestand, gebruik van chemoprofylaxe, vermoedelijke infectiebron, datum van vermoeden of vaststelling van Covid-19 virus en wijze van vaststelling van Covid-19 virus, en
  • indien nodig, of de patiënt of een persoon in zijn directe omgeving beroeps- of bedrijfsmatig betrokken is bij de behandeling van eet- of drinkwaren of bij de behandeling, verpleging of verzorging van andere personen.

Het is denkbaar dat de hulpverlener over bepaalde gegevens niet beschikt, omdat de patiënt die bijvoorbeeld niet wil verstrekken of de patiënt als illegale geen Burgerservicenummer heeft. Dit mag de melding niet vertragen. Van de hulpverlener wordt verlangd de gegevens te verschaffen die hij redelijkerwijs kan achterhalen.

Gegevensverstrekking door GGD aan gemeente

Verder is in de Wet publieke gezondheid bepaald dat de GGD de ontvangst van een melding van een patiënt waarvan wordt vermoed of is vastgesteld dat hij is besmet met het Covid-19 virus onverwijld doorgeeft aan de voorzitter van de veiligheidsregio en de burgemeester van de gemeente waarin de patiënt woont of verblijft. De informatieverstrekking aan hen betreft de gegevens behorend bij de melding van de hulpverlener aan de GGD, maar dient beperkt te blijven tot hetgeen zij nodig hebben voor de uitoefening van de aan hen toegekende bevoegdheden. De informatieverstrekking mag niet voor andere doeleinden worden gebruikt.

 

Dit houdt vaak in dat de gegevens die tot de patiënt te herleiden zijn, zoals naam, adres, geboortedatum en burgerservicenummer, niet aan de voorzitter van de veiligheidsregio en de burgemeester dienen te worden verstrekt. Deze gegevens zijn namelijk niet relevant voor de afweging of in de veiligheidsregio of de gemeente een maatregel genomen dient te worden. Of en zo ja, welke gegevens verstrekt dienen te worden, kan dan ook niet op voorhand worden aangegeven, maar dient beperkt te blijven tot situaties waarin dat gelet op toegekende bevoegdheden nodig is.

 

Eén van de bevoegdheden van de voorzitter van de veiligheidsregio is bijvoorbeeld om een patiënt onder omstandigheden in quarantaine te plaatsen om daarmee de verspreiding van het Covid-19 virus te voorkomen. In dat geval is het vanzelfsprekend wel relevant om gegevens die tot de patiënt te herleiden zijn aan de voorzitter van de veiligheidsregio te verstrekken, zodat hij kan overgaan tot het in quarantaine plaatsen van de betreffende patiënt.

 

Een andere bevoegdheid van de burgemeester of de voorzitter van de veiligheidsregio is om gebouwen of terreinen te ontsluiten, wanneer door een besmetting ernstig gevaar dreigt voor de volksgezondheid (artikel 47 lid 1 jo lid 3 Wpg). Daarbij kan worden gedacht aan een groot aantal met het Covid-19 virus besmette personen die in een gebouw of op een terrein voeding bereiden of verwerken. In dat geval dient de GGD de burgemeester of de voorzitter van de veiligheidsregio op de hoogte te stellen van in ieder geval het aantal personen besmet het Covid-19 virus en het feit dat zij betrokken zijn bij de behandeling van eet-of drinkwaren. Voor de beoordeling of het gebouw of het terrein dient te worden gesloten is het naar wij menen niet relevant om de gegevens die tot de patiënt te herleiden zijn aan de burgemeester of de voorzitter van de veiligheidsregio te verstrekken. Datzelfde geldt bijvoorbeeld voor de afweging om een verzorgingstehuis te sluiten, vanwege een groot aantal hulpverleners die besmet zijn met het Covid-19 virus.

En de AVG dan?

Op grond van de AVG is het verstrekken van persoonsgegevens alleen rechtmatig wanneer aan bepaalde voorwaarden is voldaan. Eén van die voorwaarden is dat de verstrekking noodzakelijk is om te voldoen aan een wettelijke verplichting. De hulpverlener respectievelijk de GGD zijn op grond van de Wet publieke gezondheid verplicht om in de zojuist toegelichte situaties gegevens aan de GGD respectievelijk de voorzitter van de veiligheidsregio en de burgemeester te verstrekken.

 

Het verstrekken van gezondheidsgegevens is op grond van de AVG in beginsel verboden, tenzij er sprake is van één van de in de AVG opgenomen uitzonderingsgronden. Eén van de uitzonderingen is dat het verstrekken van gezondheidsgegevens noodzakelijk is om redenen van het algemeen belang op het gebied van de volksgezondheid. De bestrijding van het Covid-19 virus kan daaronder worden geschaard. De AVG staat het verstrekken van gegevens door de hulpverlener aan de GGD en door de GGD aan de burgemeester of de voorzitter van de veiligheidsregio dan ook niet in de weg, mits aan de bepalingen in de Wet publieke gezondheid wordt voldaan.

Vragen

Heeft u vragen over de gegevensverstrekking door hulpverleners en de GGD in het kader van de Covid-19 crisis, neemt u dan contact op met Carola van Andel of Simone de Brouwer van Nysingh, die u hierover kunnen adviseren.