De uitwerkingen van de NOW-regeling zijn bekend gemaakt, waaronder de berekening van het omzetverlies en het behoud van flexwerkers.

Dit artikel is bijgewerkt op 6 april 2020

Eerder informeerden wij u al over de Tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging voor behoud van Werkgelegenheid (NOW-regeling). Deze regeling is aangekondigd, na het stopzetten van de Regeling Werktijdverkorting.

Sinds vanochtend (6 april 2020) is het mogelijk om digitaal een aanvraag in te dienen voor een subsidie bij het UWV.

Afgelopen vrijdag (3 april 2020) is in de Staatscourant (nr. 20561) een aantal aanpassingen van deze maatregel gepubliceerd. Meest in het oog springende aanpassing is de berekening van de hoogte van de definitieve subsidie indien een boete vanwege het aanvragen van bedrijfseconomisch ontslag wordt opgelegd. Daarnaast is er sprake van een verlenging van de behandel- en beslistermijn voor de definitieve vaststelling van de subsidie.

In deze update zijn de recente aanpassingen van de NOW-regeling verwerkt.

Noodmaatregel Overbrugging voor behoud van Werkgelegenheid (NOW-regeling)

De NOW-regeling biedt een subsidie aan werkgevers, die geconfronteerd worden met een omzetdaling van tenminste 20% over een aaneengesloten periode van 3 maanden. Uitgangspunt is daarbij dat omzetdalingen van meer dan 20% in deze periode het gevolg zijn van buitengewone omstandigheden die buiten het normale ondernemersrisico vallen, nu zij bijvoorbeeld samenhangen met overheidsingrijpen en openbare orde maatregelen i.v.m het coronavirus.

Hoe werkt de NOW-regeling?

Een werkgever moet vanaf 1 maart 2020 tenminste 20% omzetverlies verwachten om voor een subsidie in de loonkosten in aanmerking te komen. De aanvraag geldt dan voor een periode van 3 maanden.

De hoogte van de subsidie is afhankelijk van de terugval in omzet en bedraagt maximaal 90% van de loonsom (zie voor de berekening van de loonsom hieronder).

Bij het wegvallen van 100% van de omzet bedraagt de subsidie 90% van de loonsom. Bij een lagere omzetdaling zal de subsidie steeds evenredig worden vastgesteld: bij 50% minder omzet bedraagt de subsidie dus 45% en bij 25% minder omzet bedraagt de subsidie 22,5%.

De werkgever betaalt het loon aan de betrokken werknemers volledig door in de periode waarin de subsidie wordt ontvangen. Het UWV zal een voorschot verstrekken ter hoogte van 80% van de verwachte subsidie (zie meer hierover onder eindafrekening).

Wat wordt verstaan onder “loonsom”?

Het UWV neemt als grondslag voor de berekening van de subsidie de loonsom over januari 2020 met forfaitaire opslag van 30% voor werkgeverslasten (de opbouw van het vakantiegeld, pensioen- en werkgevers¬premies). Als loon wordt maximaal twee keer het maximumdagloon per maand per individuele werknemer in aanmerking genomen. Loon boven een bedrag van € 9.538,- bruto per maand komt daarmee niet voor subsidie in aanmerking. De loonsomgegevens van januari 2020 neemt het UWV over uit de loonaangifte bij de Belastingdienst.

Hoe wordt de omzetdaling berekend?

Het omzetbegrip in de regeling gaat uit van netto-omzet: het gaat dus om de opbrengst uit levering van goederen en diensten uit het bedrijf van werkgever, onder aftrek van kortingen en over de omzet geheven belasting.

De eerste stap om de omzetdaling te bepalen is het delen van de totale omzet uit 2019 door vier. Dit getal wordt vervolgens vergeleken met de omzet van de maanden maart, april en mei 2020. Als een werkgever verwacht dat de omzetdaling later pas meetbaar wordt, mag de “meetperiode” van 2020 een of twee maanden later beginnen (dus over de periode 1 april tot 30 juni 2020 of over de periode 1 mei tot 31 juli 2020). De subsidie in de loonkosten blijft altijd betrekking houden op de loonkosten van maart, april en mei 2020.

Voor bedrijven met meerdere rechtspersonen wordt de omzetdaling van het gehele concern aangehouden.

 

Voorbeeld A De werkgever heeft een omzetverlies van 50%, waardoor hij over 50% van zijn loonsom een subsidie krijgt van 90%. In januari had hij een loonsom van € 1.000.000 . Dat leidt tot een verwachte vaststelling van de subsidie van (0,5 x € 1.000.000 x 3 x 1,3 x 0,9) = € 1.755.000 in totaal. Hiervan krijgt de werkgever een voorschot van 80%: € 1.404.000.

Flexwerkers

Voor alle werknemers waarvoor loonaangifte wordt gedaan en die verzekerd zijn voor de WW, ZW of WIA wordt het loon gecompenseerd. De regeling is dus juíst ook bedoeld voor werknemers waarvoor de werkgever geen loondoorbetalingsplicht heeft, zoals flexwerkers. Werkgevers worden door het Kabinet opgeroepen om verantwoordelijkheid te nemen voor hun flexwerkers en ook van hen het loon door te blijven betalen.

Eindafrekening

Het UWV zal een voorschot verstrekken ter hoogte van 80% van de verwachte subsidie. Binnen 24 weken na afloop van de periode waarover de subsidie is toegekend, moet de werkgever vaststelling van de subsidie aanvragen. Hiervoor is in beginsel een accountants-verklaring vereist. Er moet nog duidelijkheid komen onder welke grens van het subsidiebedrag een accountantsverklaring niet is vereist.

Het UWV zal vervolgens binnen 52 weken de eindafrekening opmaken, waardoor sprake kan zijn van een nabetaling of een terugvordering

Behoud werkgelegenheid: geen ontslag

Aan deelname aan de regeling zijn, zoals gezegd, twee belangrijke voorwaarden verbonden:

1. De inspanningsverplichting van werkgevers om de loonsom zoveel mogelijk gelijk te houden.

Concreet: van de werkgever wordt verwacht dat hij zich inspant de loonsom zoveel mogelijk gelijk te houden en werknemers dus door te betalen. Een daling van de loon-som zal dan ook gevolgen hebben voor de hoogte van de uiteindelijke subsidie waar de werkgever aanspraak op kan maken. Het voorschot dat in het kader van de NOW-regeling wordt verstrekt, is gebaseerd op de loonsom over het aangiftetijdvak januari 2020. Als de loonsom over de maanden maart, april en mei 2020 lager is, dan wordt de hoogte van de subsidie verminderd met 90% van het bedrag waarmee de loonsom is gedaald.

2. Gedurende de periode waarvoor de subsidie wordt ontvangen, wordt voor 1 of meerdere werknemers géén ontslagaanvraag bij het UWV ingediend vanwege bedrijfseconomische omstandigheden.

Concreet: van de werkgever wordt verwacht dat hij bij het UWV geen toestemming probeert te verkrijgen voor opzegging van de arbeidsovereenkomst wegens bedrijfseconomische redenen.

Indien tóch ontslag wordt aangevraagd (ongeacht de uitkomst van deze aanvraag), wordt bij de vaststelling van de subsidie een correctie doorgevoerd. De lonen van januari van de werknemers voor wie bedrijfseconomisch ontslag is aangevraagd, worden vermeerderd met 50% en vermenigvuldigd met 3 (nu over een periode van 3 maanden subsidie wordt verstrekt) en de reguliere opslag voor werkgeverslasten van 30% en de factor 0,9 voor subsidieverlening. Dit bedrag wordt in mindering gebracht op de subsidie.

 

Voorbeeld B Deze werkgever is identiek aan de werkgever uit voorbeeld A. De werkgever vraagt in april 2020 voor een aantal werknemers ontslag wegens bedrijfseconomische redenen aan. Deze voor ontslag voorgedragen werknemers verdienden in januari 2020 gezamenlijk € 200.000. Dit bedrag wordt vermenigvuldigd met 1,5, en vervolgens met 3 (nu voor een periode van 3 maanden subsidie wordt verstrekt) en dan de gebruikelijke factoren 1,3 en 0,9. De subsidie wordt verlaagd met het volgende bedrag:

 (€ 200.000 x 1,5 x 3 x 1,3 x 0,9) = € 1.053.000
Dit wordt in mindering gebracht op het definitieve subsidiebedrag:
Het oorspronkelijk berekende subsidiebedrag was:
(0,5 x € 1.000.000 x 3 x 1,3 x 0,9) = € 1.755.000
De subsidie wordt dan definitief vastgesteld op (€ 1.755.000 – € 1.053.000) = € 702.000.

Bij een ontslagaanvraag wegens bedrijfseconomische redenen, geldt het reguliere toetsingskader. Dat betekent dat de werkgever aannemelijk moet maken dat het ontslag noodzakelijk is als gevolg van het wegens bedrijfseconomische omstandigheden treffen van maatregelen voor een doelmatige bedrijfsvoering en dat er geen voor de hand liggende andere oplossingen zijn. Een werkgever zal aannemelijk moeten maken dat de NOW-subsidie dus geen voor de hand liggende andere oplossing is.

Samenloop met Werktijdverkorting

Werkgevers die vóór 17 maart 2020 een verzoek hebben gedaan voor werktijdverkorting waarop nog niet is beslist, zullen worden gevraagd om aanvullende informatie aan te leveren. Op die manier kan de eerdere aanvraag volgens de criteria uit de NOW-regeling beoordeeld kan worden.

Werkgevers, die al gebruik maken van de WTV-regeling kunnen hun WTV-aanvraag niet verlengen, maar wel een nieuwe aanvraag doen voor de NOW-regeling. Een dubbele financiering wordt als volgt voorkomen: als samenloop optreedt tussen de NOW-subsidie en de betaling van WW-gelden in het kader van de WTV-regeling, wordt deze laatste betaling voor de subsidievaststelling in mindering gebracht op de loonsom over maart tot en met mei.

Wanneer kunt u de aanvraag indienen?

Op dit moment is het nog niet mogelijk subsidie aan te vragen bij het UWV. Het UWV streeft ernaar dat bedrijven vanaf maandag 6 april a.s. via de website een aanvraag kunnen indienen. De aanvraagperiode loopt tot en met 31 mei 2020.

Voor het UWV geldt een beslistermijn van uiterlijk 13 weken na ontvangst van de volledige aanvraag. De verwachting is dat bedrijven die aan de voorwaarden voldoen, binnen twee tot vier weken het eerste deel van het voorschot ontvangen. Het uitkeren van het voorschot zal gebeuren in drie termijnen. De subsidie geldt voor een periode van 3 maanden. Vóór 1 juni 2020 zal besloten worden over de mogelijkheid de regeling met 3 maanden te verlengen.

Vragen?

Wij horen het graag als u vragen heeft over de Noodmaatregel overbrugging voor behoud van werkgelegenheid. Wij helpen u graag verder. U kunt contact met ons opnemen via het e-mailadres: corona@nysingh.nl.