Het coronavirus heeft grote gevolgen voor de gezondheid van mensen en de samenleving. Ook zijn de economische gevolgen voor het bedrijfsleven groot, waarbij geldt dat er grote verschillen zijn in de diverse sectoren.

Daar waar een aantal sectoren niet of nauwelijks geraakt is, zijn andere sectoren hard geraakt of liggen vrijwel stil. De afgelopen periode liet zien dat naarmate het virus onder controle komt, de bedrijvigheid langzaam toeneemt. Op het moment van het schrijven van deze blog leeft het virus weer wat op nadat in de zomermaanden (in Europa) een sterke afname van het aantal besmettingen was te zien. Ondernemers maken zich zorgen omdat veel onzeker is. Onduidelijk is wat de toekomst zal brengen en hoe de crisis zich uiteindelijk gaat doorvertalen naar de Nederlandse economie en wat de (uiteindelijke) gevolgen voor het bedrijfsleven en uw eigen onderneming zullen zijn.

 

In diverse bijdragen hebben wij stilgestaan bij de maatregelen die het kabinet heeft genomen om de financiële problemen als gevolg van het coronavirus te beperken. Deze maatregelen zijn gericht op het beschermen van banen en inkomens en trachten de gevolgen voor zzp’ers, mkb-ondernemers en grote bedrijven op te vangen. De genomen maatregelen zorgen ervoor dat bedrijven hun personeel kunnen doorbetalen, bieden zelfstandigen een overbruggingsregeling en maken het via soepelere belastingregelingen, compensatie en extra kredietmogelijkheden mogelijk dat de liquiditeiten (beter) op peil gehouden kunnen worden. De maatregelen lijken (vooralsnog) effect te hebben. Tegen de verwachting in neemt het aantal faillissementen af. In juli 2020 werd met 204 uitgesproken faillissementen het laagste aantal maandelijkse faillissementen gemeten sinds april 2000.

 

Bij brief van 28 augustus 2020 heeft het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat een derde steunpakket gepresenteerd. Het derde steunpakket bestaat uit een drietal pijlers:

 

  1. Continueren van de steun: bestaande regelingen zoals de NOW (tijdelijke maatregelen overbrugging voor werkbehoud), Tozo (Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers) en TVL (Tegemoetkoming Vaste Lasten) worden verlengd.
  2. Stimuleren en investeren waar dat kan: publieke investeringen worden versneld en private investeringen worden gestimuleerd waardoor werkgelegenheid behouden blijft en gecreëerd wordt.
  3. ondersteunen waar aanpassing nodig is: er wordt meer dan € 1 miljard aan extra middelen beschikbaar gesteld aan sociale partners, gemeenten, uitvoeringsorganisaties en scholen om mensen van wie werk onder druk staat of die hun rekeningen niet meer kunnen betalen, perspectief te bieden. Het kabinet zet in op een goede begeleiding van werk(loosheid) naar werk, (om)scholing en ontwikkeling, het tegengaan van armoede en problematische schulden, het aanpakken van jeugdwerkloosheid en het beschermen van kwetsbare groepen op de arbeidsmarkt.

 

In deze bijdrage zullen wij hoofdzakelijk ingaan op de steunmaatregelen zoals beschreven in het derde pakket.

 

1. Ondersteuning werknemers, zelfstandigen en bedrijven

 

Tijdelijke maatregel overbrugging voor werkbehoud (NOW)

 

Het kabinet verlengt de NOW-regeling per 1 oktober 2020 met drie tijdvakken van drie maanden. De NOW biedt bedrijven ondersteuning om de crisis door te komen en biedt daarnaast de mogelijkheid om zich samen met de werknemers voor te bereiden op de nieuwe economische situatie, omdat niet alle werkgelegenheid behouden kan blijven.

 

De minimale omzetdaling in het eerste tijdvak dient 20 procent te bedragen en is daarmee gelijk aan de NOW 2. Van het vergoedingspercentage van 90 procent wordt in de eerste tranche 10 procent ingezet om ruimte te creëren voor scholing en van werk naar werk-trajecten, waardoor het vergoedingspercentage dat rechtstreeks naar bedrijven gaat 80 procent bedraagt. In het tweede tijdvak (januari 2021) bedraagt het vergoedingspercentage 70 procent en in het derde tijdvak (april 2021) 60 procent. De gedachte is dat een langzame afbouw van de steun een grote schok op de arbeidsmarkt voorkomt en werkgevers en werknemers in staat stelt om samen te bezien wat nodig is om de crisis door te komen. Vanaf de tweede tranche kan er alleen een beroep worden gedaan op de NOW door bedrijven die 30 procent of meer omzetverlies lijden.

 

Verder dienen bedrijven de mogelijkheid te hebben om hun bedrijfsvoering aan te passen. Naast de middelen voor de overgang naar werk biedt het kabinet werkgevers daarom in de NOW 3 vanaf het eerste tijdvak de ruimte een gedeelte van de loonsom te laten dalen zonder dat dit tot uiting komt in een verlaging van de subsidie bij de vaststelling. De werkgever kan in overleg met de werknemers(vertegenwoordiging) bepalen of en hoe hij de loonsom wil laten dalen. Dat kan bijvoorbeeld via natuurlijk verloop, ontslag of een vrijwillig loonoffer. De korting die in de NOW wordt toegepast op het moment dat er sprake is van bedrijfseconomisch ontslag, dient losgelaten te worden. Het maximaal te vergoeden loon per werknemer zal in de eerste twee tijdvakken gelijk zijn aan de NOW 1 en 2, zijnde maximaal twee maal het dagloon, hetgeen neerkomt op een bedrag van € 9.538,- per maand. In het derde tijdvak zal dit worden verlaagd naar maximaal een keer het dagloon, waarmee het meer in lijn komt te liggen met de reguliere sociale zekerheid. De inspanningsverplichting gericht op scholing en het verbod op het uitkeren van dividend en bonusuitkeringen blijven in de NOW-systematiek bestaan. Net als in de NOW 1 en 2 ontvangt een werkgever na de aanvraag een voorschot van 80 procent van het subsidiebedrag en bij de vaststelling de overige 20 procent. Zoals ook bij de NOW 1 en 2 vindt controle op het omzetverlies en op de loonsom achteraf bij de vaststelling plaats. Dit kan dus pas op dat moment tot de conclusie leiden dat een te hoog bedrag is uitgekeerd en terugbetaald dient te worden.

 

Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (Tozo)

 

Het kabinet verlengt de Tozo-regeling met negen maanden tot 1 juli 2021. Met de Tozo worden zelfstandig ondernemers ondersteund die vanwege de coronacrisis te maken hebben met derving van inkomsten en met liquiditeitsproblemen. Per 1 oktober 2020 wordt in de Tozo 3 een beperkte vermogenstoets in de vorm van een toets op beschikbare geldmiddelen ingevoerd. Deze toets komt in aanvulling op de toetsen die in Tozo 2 bestaan. De toets op beschikbare geldmiddelen wordt zodanig vormgegeven, dat zelfstandigen niet worden gedwongen onderdelen van de onderneming te liquideren. Dat zou namelijk ten koste gaan van de levensvatbaarheid van de onderneming en het weer kunnen herstarten van de zelfstandige activiteiten na de coronacrisis. De aanvullende toets houdt in dat ondernemers met meer dan € 46.520,- aan direct beschikbare geldmiddelen (zoals contant geld, bank- en spaarsaldo en aandelen, obligaties en opties e.d.) niet in aanmerking komen voor Tozo 3. Ander vermogen, waaronder dat uit eigen woning, afgeschermd pensioen, bedrijfspand, machines, zakelijke apparatuur en voorraden, worden buiten beschouwing gelaten. Voor het hanteren van de toets op beschikbare geldmiddelen zal bij de aanvraag gewerkt worden met een verklaring van de zelfstandige en zal de juistheid van deze verklaring achteraf steekproefsgewijs door gemeenten gecontroleerd worden. Net als in Tozo 1 en 2 zal de kostendelersnorm en de levensvatbaarheidstoets niet worden toegepast bij de bepaling van de bijstand voor levensonderhoud. Met betrekking tot de verstrekking van bedrijfskapitaal treden geen wijzigingen op ten opzichte van Tozo 2.

 

Per 1 januari 2021 start een volgende fase binnen de Tozo, waarbij het kabinet zelfstandig ondernemers (waar nodig) zal ondersteunen om zich voor te bereiden op een nieuwe toekomst, hetzij als zelfstandig ondernemer, hetzij als werknemer in loondienst. Gemeenten zullen samen met zelfstandig ondernemers inventariseren of en zo ja, welke ondersteuning van de zelfstandig ondernemer nodig is. Dat kan bijvoorbeeld gaan om coaching, advies, bij- of omscholing en heroriëntatie. De Participatiewet biedt gemeenten de mogelijkheid om dit maatwerk te bieden. Vanaf 1 juli 2021 is het reguliere Bbz van toepassing. Het Bbz biedt een vangnet waarop zelfstandig ondernemers zo nodig kunnen terugvallen en geldt voor ondernemers die hun bedrijf willen voortzetten als voor ondernemers die hun bedrijf willen beëindigen.

 

Tegemoetkoming Vaste Lasten mkb (TVL)

 

De TVL biedt bedrijven in sectoren die hard geraakt zijn door de overheidsmaatregelen ter bestrijding van het coronavirus een tegemoetkoming voor de vaste lasten. Het kabinet biedt deze bedrijven ook na 1 oktober ondersteuning, om ze in staat te stellen de noodzakelijke aanpassingen in hun bedrijfsvoering te doen. De TVL wordt daartoe met negen maanden verlengd waarbij het maximale subsidiebedrag wordt verhoogd naar € 90.000,- per drie maanden. Voor de tranche tot en met 31 december 2020 wordt de TVL verlengd onder de huidige voorwaarden, dat wil zeggen dat bedrijven met een omzetverlies van meer dan 30 procent in aanmerking komen. Vanaf 1 januari worden de voorwaarden voor de TVL aangescherpt door de omzetdervingsgrens te verhogen naar 40 procent. Voor de periode 1 april 2021 t/m 30 juni 2021 wordt de grens op 45 procent gesteld. De overige voorwaarden voor de TVL blijven ongewijzigd.

 

Aanvullende sectorale steun

 

Er zijn een aantal sectoren die onevenredig hard geraakt worden door de coronacrisis. Voor een aantal sectoren heeft het kabinet besloten om extra steun te bieden. Zo heeft het kabinet besloten tot aanvullende steun voor de culturele sector, de landelijke publieke omroep en dierentuinen. In de evenementenbranche wordt gesproken over nieuwe verzekeringsinstrumenten, waarmee activiteiten mogelijk weer hervat kunnen worden. Bij kabinetsbesluit van 20 mei 2020 is besloten om de Stichting Garantiefonds Reisgelden (SGR) een lening te verstrekken van € 150 miljoen, waarmee de SGR consumenten schadeloos kan blijven stellen bij een faillissement van aangesloten reisorganisaties, en het vouchersysteem in stand kan blijven. Naast SGR zijn er echter nog enkele andere kleine garantiefondsen / regelingen die zich inmiddels bij het Rijk gemeld hebben. Een drietal fondsen heeft inmiddels aangegeven van eenzelfde soort faciliteit gebruik te willen maken. Hierover vinden momenteel nog gesprekken plaats.

 

Liquiditeitssteun: borgstellingen

 

Maatregelen die bedrijven van liquiditeit kunnen voorzien blijven voor ondernemers beschikbaar. De verruiming van de Borgstelling MKB (BMKBB-C) voor bedrijven die door de gevolgen van het coronavirus worden geraakt en daardoor in liquiditeitsproblemen komen, heeft een looptijd tot 1 april 2021. De coronamodule in de regeling Garantie Ondernemingsfinanciering (GO-C) en de regeling Klein Krediet Corona (KKC) hebben een looptijd tot en met 31 december 2020. Resterende middelen uit de subsidie aan Qredits uit het eerste noodpakket worden ingezet voor aanvullend uitstel van de aflossingsverplichting met rentekorting van zes maanden voor ondernemers in het bestaande klantenbestand voor wie dit noodzakelijk is.

 

Liquiditeitssteun: belastingen

 

Het kabinet heeft gewerkt aan een plan om op een verantwoorde wijze het verleende uitstel van betaling af te bouwen. De periode om uitstel van betaling van belastingen aan te vragen of te verlengen, eindigt op 1 oktober 2020. Voor het kabinet staat voorop dat er voor het aflossen van de belastingschuld een ruimhartige aflossingsregeling komt. Allereerst gaan alle ondernemers nieuw opgekomen betalingsverplichtingen uiterlijk per 1 januari 2021 hervatten. Ondernemers die slechts drie maanden uitstel van betaling hebben gekregen, zullen nieuw opgekomen belastingverplichtingen al hervatten zodra de betreffende driemaandsperiode is verstreken. Daarnaast komt er voor de opgebouwde belastingschuld een betalingsregeling van 24 maanden vanaf 1 januari 2021.

 

In samenhang met het uitstelbeleid verlengt het kabinet de verlaagde invorderingsrente van 0,01 procent tot en met 31 december 2021. Invorderingsrente is de rente die verschuldigd is op openstaande belastingschulden. De verlenging zorgt er dus voor dat ondernemers de komende tijd vrijwel geen extra rentekosten hebben op de belastingschuld die ze aan het aflossen zijn. De belastingrente – belasting die in rekening wordt gebracht als een aanslag door toedoen van de ondernemer te laat kan worden vastgesteld of als in de aanslag wordt afgeweken van de aangifte – wordt per 1 oktober 2020 weer verhoogd tot het oorspronkelijke niveau van 4 procent.

 

2. Maatregelen gericht op investeringen

 

Het derde herstel- en steunpakket is breder van opzet dan de eerdere twee steunpakketten en richt zich ook op investeringen. Daarmee kiest het kabinet er nadrukkelijk voor het herstel van de economie te bespoedigen. Investeringen zorgen ervoor dat de werkgelegenheid behouden blijft c.q. gecreëerd wordt. Het pakket van maatregelen gericht op investeringen zijn:

 

  • het versnellen van publieke investeringen;
  • het uitlokken en aanjagen van private investeringen;
  • het versterken van de solvabiliteitspositie van Nederlandse bedrijven;
  • het stimuleren van innovatie.

 

Het kabinet heeft besloten om de komende jaren investeringen van ca. € 2 miljard naar voren te halen. Ongeveer € 1,5 miljard daarvan is op het terrein van bouw en leefomgeving. Voorbeelden hiervan zijn onderhoud het sport- en (water)wegen en maatregelen om de veiligheid van de infrastructuur te verbeteren. Het kabinet werkt – zoals aangekondigd in de Miljoenennota 2020 – aan de oprichting van een investeringsfonds. Op Prinsjesdag zal het kabinet nadere informatie verstrekken op welke wijze zij maatregelen wil nemen om private investeringen uit te lokken en na te jagen. Het kabinet vindt investeringen door en groei van start-ups en scale-ups belangrijk en stelt daarvoor aanvullende middelen beschikbaar.

 

3. Aanvullend sociaal pakket

 

Een belangrijk onderdeel van de kabinetsaanpak is het ondersteunen van kwetsbare groepen die het risico lopen om op te grote afstand van de arbeidsmarkt te komen te staan. Hiervoor reserveert het kabinet over de jaren 2020-2022 ongeveer € 1,4 miljard. Het pakket is gericht op het begeleiden van werk(loosheid) naar werk, de aanpak van jeugdwerkloosheid, omscholing en ontwikkeling en het tegengaan van armoede en problematische schulden.

 

Conclusie

De toekomst is en blijft onzeker. Wij kunnen ons goed voorstellen dat u zich zorgen maakt over de toekomst van uw onderneming en dat u in dat kader de nodige vragen heeft. Wij helpen u graag om te bezien op welke wijze de negatieve gevolgen voorkomen c.q. beperkt kunnen worden. Neemt u gerust contact met ons op voor een vrijblijvend gesprek.

Verwante artikelen

Overzicht maatregelen en voorzieningen ter beperking van financiële problemen als gevolgd van het coronavirus

Noodpakket banen en economie 2.0