De Tijdelijke kaderregeling voor staatssteun als gevolg van de COVID-19 uitbraak biedt nu ruimere mogelijkheden overheidssteun.

Key takeaways

  • De Tijdelijke kaderregeling voor staatssteun als gevolg van de COVID-19 uitbraak is door de Europese Commissie uitgebreid met vijf nieuwe categorieën en gewijzigd en verduidelijkt op bepaalde punten.
  • De steuncategorie op grond waarvan € 800.000 steun mag worden verleend aan bedrijven mag nu ook in andere vormen dan de eerder vastgestelde vormen plaatsvinden.
  • De verruiming van de Tijdelijke kaderregeling heeft met name betrekking op steun voor onderzoek en ontwikkeling, voor test- en opschalingsinfrastructuren of voor de productie van producten gerelateerd aan COVID-19. Daarnaast ziet de verruiming ook op verlichting van lasten van werkgevers.
  • Naast de Tijdelijke kaderregeling zijn er voldoende andere mogelijkheden die een basis bieden voor goedkeuring van overheidssteun (Rijk, provincies, gemeenten).
  • De Commissie heeft inmiddels meer dan 25 noodsteun-maatregelen van overheden goedgekeurd en handelt zaken zeer snel af.

Afgelopen vrijdagmiddag heeft de Europese Commissie de Tijdelijke kaderregeling voor staatssteun als gevolg van de COVID-19 uitbraak, uitgebreid en gewijzigd. In onze eerdere updates ‘Tijdelijke kaderregeling voor staatssteun tijdens coronacrisis‘ en ‘COVID-19 en noodsteun: mogelijkheden staatssteun‘ zijn wij ingegaan op de steunmogelijkheden die de Tijdelijke kaderregeling en artikel 107 van het Verdrag bieden. Aan de kaderregeling is nu een aantal nieuwe steuncategorieën toegevoegd. Ook heeft de Commissie tegelijkertijd de Tijdelijke kaderregeling op bestaande onderdelen gewijzigd en verduidelijkt.

Verschillende mogelijkheden voor verlenen steun

Steun van overheden, ook van provincies en gemeenten, aan bedrijven is inmiddels van cruciaal belang voor het voortbestaan van zowel grote bedrijven als het MKB. Financiële problemen bij bedrijven nopen overheden dus tot het verlenen van steun. Ook ten tijde van deze crisis moet steunverlening in overeenstemming met de staatssteunregels plaatsvinden. Die regels zijn flexibel en bieden zeer veel mogelijkheden tot verregaande steun aan bedrijven.

In bepaalde gevallen zal steun voor verlening bij de Europese Commissie aangemeld moeten worden voor goedkeuring. Denk daarbij aan steun die niet voor alle ondernemingen geldt, maar gericht is op bepaalde bedrijven of sectoren. Zoals in onze eerder updates is vermeld is de Commissie welwillend in het spoedig afhandelen van aanmeldingen van staatssteun. De Commissie heeft inmiddels al meer dan 25 besluiten genomen waarin staatssteun in verband met COVID-19 is goedgekeurd. Deze besluiten zijn veelal binnen een week afgehandeld.

 

In de Tijdelijke kaderregeling geeft de Commissie aan onder welke voorwaarden bepaalde vormen van staatssteun die aangemeld moet worden, goedgekeurd zal zullen worden. Naast de Tijdelijke kaderregeling zijn er voldoende andere mogelijkheden die een basis bieden voor goedkeuring van steun. Zo kan een aanmelding ook afgehandeld worden op grond van bijvoorbeeld artikel 107, lid 2, van het Verdrag, dat de Commissie heeft gebruikt voor goedkeuring van de allereerste COVID-19 steunmaatregel of het algemene artikel 107, lid 3, sub c, van het Verdrag.

 

Hoewel steun aan een bedrijf ook in deze tijd van COVID-19 in de vorm van de-minimissteun gegeven kan worden (en dan niet vooraf bij de Commissie behoeft te worden voorgelegd), heeft het gebruik van de de-minimisregeling niet de voorkeur. De-minimissteun is steun die per onderneming maximaal € 200.000 (in de landbouwsector is dat € 20.000) per drie jaar mag bedragen ongeacht van welke overheid die de-minimissteun afkomstig is. Wanneer de de-minimisruimte van € 200.000 voor steun als gevolg van financiële problemen door COVID-19 wordt gebruikt, betekent dat dat er in de komende jaren voor een onderneming minder of geen ruimte is voor de-minimissteun voor andere doeleinden. Omdat er voor COVID-19 gerelateerde steun specifieke steunmogelijkheden zijn die – ook nog eens veel ruimer zijn dan de € 200.000 – op heel korte termijn goedgekeurd kunnen worden door de Commissie, is het aan te bevelen om steun te baseren op andere steungronden.

Steuncategorieën oorspronkelijke Tijdelijke kaderregeling

De steunvormen die onder de oorspronkelijke versie van de Tijdelijke kaderregeling vallen zijn de volgende. Zie voor een toelichting hierop onze eerdere update ‘Tijdelijke kaderregeling voor staatssteun tijdens coronacrisis‘.

  1. Steun in de vorm van subsidies, terugbetaalbare voorschotten of belastingvoordelen, met een maximum van € 800.000
  2. Steun in de vorm van garanties voor leningen
  3. Steun in de vorm van gesubsidieerde rentes voor leningen
  4. Steun in de vorm van garanties en leningen via banken of andere financiële instellingen
  5. Kortlopende exportkredietverzekeringen

Vooral de eerste drie mogelijkheden geven Nederlandse overheden aanzienlijke ruimte voor steun. Een subsidie van € 800.000 kan sommige bedrijven veel lucht geven. De garantiemogelijkheid biedt ook aanzienlijke ruimte voor bedrijven, omdat de Tijdelijke kaderregeling lage premies toestaat, in sommige gevallen mag die 0,25% zijn. Leningen van de overheid kunnen ook tegen lage rentes worden verstrekt, denk aan 0,1% in bepaalde situaties.

Naast toevoeging van vijf nieuwe steuncategorieën, is de Tijdelijke kaderregeling ook op een aantal andere punten gewijzigd en verduidelijk. Een belangrijke wijziging is dat de steun van € 800.000 uit categorie 1 ook in andere vormen mag plaatsvinden zoals betalingsregelingen, garanties, leningen en eigen vermogen. Hetzelfde geldt voor de lagere steun voor de landbouwsector en visserij- en aquacultuursector.

Kortom, op basis van de Tijdelijke kaderregeling kunnen overheden op ruimhartige basis steun verlenen aan bedrijven in nood.

Verruiming steunmogelijkheden Tijdelijke kaderregeling

De verruiming van de Tijdelijke kaderregeling heeft met name betrekking op steun om onderzoek en ontwikkeling die relevant is om de COVID-19 bestrijding te versnellen, steun voor test- en opschalingsinfrastructuren die aan de ontwikkeling van voor COVID-19 relevante producten bijdragen, en steun voor de productie van producten die noodzakelijk zijn om op de uitbraak te kunnen reageren. Concreet gaat het om de volgende extra vijf categorieën steunmaatregelen die, bovenop de al bestaande vijf, op grond van de Tijdelijke kaderregeling goedgekeurd kunnen worden:

6. Investeringssteun voor onderzoek en ontwikkeling relevant voor COVID-19

  • Het gaat om R&D-projecten die zich specifiek richten op COVID-19 en andere virussen en omvat onderzoek naar vaccins, geneesmiddelen en behandelingen, medische hulpmiddelen en ziekenhuis- en medische apparatuur, desinfecteermiddelen en beschermende kleding en beschermingsmiddelen, en onderzoek naar relevante procesinnovaties voor een efficiënte productie van de nodige producten.
  • De steun mag de vorm hebben van subsidies, terugbetaalbare voorschotten of belastingvoordelen en moet uiterlijk op 31 december 2020 worden toegekend.
  • Voor fundamenteel onderzoek mag 100% van de in aanmerking kosten worden gesteund. Voor industrieel onderzoek en experimentele ontwikkeling is dat maximaal 80%. Dat mag worden verhoogd met 15% als meer dan één lidstaat het onderzoeksproject steunt of als het onderzoeksproject wordt uitgevoerd in een grensoverschrijdende samenwerking. Cumulatie van steun voor dezelfde in aanmerking komende kosten is mogelijk als deze maxima niet worden overschreden.
  • Als het gaat om welke kosten in aanmerking komen wordt onderscheid gemaakt tussen projecten die a) vanaf 1 februari 2020 zijn gestart of een COVID-19 specifiek Excellentiekeur hebben gekregen en b) projecten die voor 1 februari 2020 zijn gestart. Voor de projecten onder a) mogen alle kosten worden meegerekend voor genoemde 100% of 80%. Voor de projecten onder b) is dat beperkter: er moet aangetoond worden dat de steun noodzakelijk is om het project te versnellen of de reikwijdte ervan uit te breiden en alleen de extra kosten in verband daarmee zijn in aanmerking komende kosten.
  • Het gesteunde bedrijf moet zich ertoe verbinden niet-exclusieve licenties te verlenen aan derden in de EER.
  • Er mag geen steun worden toegekend aan bedrijven die op 31 december 2019 al in moeilijkheden verkeerden.

7. Investeringssteun voor test- en opschalingsinfrastructuur

  • De steun is gericht op investeringen voor de bouw of aanpassing van test- en opschalingsinfrastructuur die nodig is voor het ontwikkelen, testen en opschalen tot en met de eerste industriële toepassing vóór de massaproductie van voor COVID-19 relevante producten. Het gaat dan bijvoorbeeld om geneesmiddelen, vaccins, werkzame farmaceutische bestanddelen en grondstoffen, medische apparatuur, beschermingsmiddelen en instrumenten voor dataverzameling en -verwerking.
  • De steun mag de vorm hebben van subsidies, terugbetaalbare voorschotten of belastingvoordelen en moet uiterlijk op 31 december 2020 worden toegekend.
  • Voor de diensten die met de infrastructuur worden aangeboden moet een marktprijs in rekening worden gebracht. Ook moet de infrastructuur aan derden ter beschikking worden gesteld.
  • De steun mag maximaal 75% van de in aanmerking komende kosten bedragen en mag worden verhoogd met 15% als de investering binnen twee maanden na de toekenning is voltooid of als meer dan één lidstaat het project steunt. Als het gaat om welke kosten in aanmerking komen wordt ook hier een onderscheid gemaakt tussen de situaties a) en b) genoemd bij 6 hiervoor. Cumulatie van steun voor dezelfde in aanmerking komende is niet toegestaan.
  • Het investeringsproject moet worden voltooid binnen zes maanden na toekenning van de steun. Als het langer duurt, heeft dat gevolgen voor de hoogte van de steun.
  • In aanvulling op bovenstaande mogen overheden ook garanties ter dekking van verliezen van de betreffende bedrijven geven.
  • Er mag geen steun worden toegekend aan bedrijven die op 31 december 2019 al in moeilijkheden verkeerden.

8. Investeringssteun voor de productie van COVID-19 relevante producten

  • De steun is gericht op de productie van de producten genoemd onder 7 hiervoor. De bedrijven die in aanmerking komen zijn dus bedrijven die die producten produceren.
  • Verder gelden soortgelijke voorwaarden als genoemd onder 7, zij het dat de steunintensiteit 80% is in plaats van 75%.

9. Steun in de vorm van betalingsuitstel voor belastingen en/of opschorting van betaling van sociale premies van werkgever

  • Het moet gaan om een tijdelijk betalingsuitstel voor belastingen of sociale premies dat geldt voor ondernemingen (met inbegrip van zelfstandigen) die bijzonder worden getroffen door de uitbraak van COVID-19, bijvoorbeeld in specifieke sectoren, regio’s of voor ondernemingen van een bepaalde omvang.
  • De steun moet worden toegekend vóór 31 december 2020 en de einddatum voor het uitstel mag niet later dan 31 december 2022 zijn.

10. Steun in de vorm van loonsubsidies voor werknemers om ontslagen tijdens de COVID-19-uitbraak te vermijden

  • De steun moet een regeling betreffen die bedoeld is voor ondernemingen in specifieke sectoren, regio’s of van een bepaalde omvang die door de COVID-19-uitbraak bijzonder worden getroffen. De loonsubsidie mag in principe maximaal 80% van het brutomaandloon bedragen. Voor cumulatie gelden specifieke voorwaarden.
  • De loonsubsidie wordt toegekend voor een periode van maximaal twaalf maanden ten behoeve van werknemers die anders zouden worden ontslagen als gevolg van de opschorting of inkrimping van bedrijfsactiviteiten door de uitbraak van COVID-19. De werknemers moeten dan gedurende die periode wel ononderbroken wel in dienst blijven.