In het arrest van het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 14 juli 2020 (ECLI:NL:GHSHE:2020:2175) komt een aantal terugkerende thema’s in het verzekeringsrecht aan bod.

Het geschil

Op een gemengd agrarisch bedrijf staan stallen zonder dakgoot met dakbedekking van asbesthoudende golfplaten. De exploitant heeft verschillende verzekeringsovereenkomsten afgesloten, waaronder een milieuschadeverzekering en een bedrijfsaansprakelijkheidsverzekering.

 

Uit onderzoek blijkt dat de daken en andere asbesthoudende (plaat)materialen zich in matige tot slechte staat van onderhoud bevinden. Het maaiveld, de toplaag van de bodem en de laag daaronder blijken te zijn verontreinigd met asbesthoudend materiaal. Maatregelen zijn nodig om verdere verontreiniging van de bodem en verspreiding van asbestvezels in de omgeving te voorkomen.

 

In deze procedure wordt nakoming van de verzekeringsovereenkomsten gevorderd. De verzekeringnemer betoogt dat saneren noodzakelijk is en dat de schade door de verontreiniging valt onder de dekking van de milieuschadeverzekering. De schade betreft de saneringskosten. Om verdere verontreiniging te voorkomen, moeten de dakplaten worden verwijderd. Het verwijderen van de dakplaten brengt mee dat de oude dakplaten moeten worden vervangen door nieuwe dakplaten. Het verwijderen en vervangen van de dakplaten betreft bereddingskosten, aldus de verzekeringnemer. De schade die de verontreiniging aan derden toebrengt, valt volgens hem onder de dekking van de bedrijfsaansprakelijkheidsverzekering. De verzekeraar voert verweer.

 

Een aantal terugkerende thema’s in het verzekeringsrecht passeert de revue. Hieronder volgt een samenvatting van de belangrijkste overwegingen van het hof.

Onzeker voorval?

De verzekeraar voert aan dat jaarlijks een nieuwe verzekeringsovereenkomst werd afgesloten. Zij betoogt dat in 2015, toen de verzekeringsovereenkomst werden afgesloten, voorzienbaar was dat asbestdelen in de bodem terecht zouden komen. In dat kader wijst de verzekeraar erop dat dit is gebeurd als gevolg van slijtage van oude daken, onder invloed van normale weersomstandigheden. Dergelijke slijtage is naar de normale loop van de omstandigheden te verwachten, aldus de verzekeraar. Er zou daarom in bij het afsluiten van de verzekering in 2015 geen onzekerheid hebben bestaan dat de bodem rond de stallen met asbest was verontreinigd, zoals art. 7:925 BW eist.

 

Het hof overweegt dat niet bekend is wanneer de oorspronkelijke verzekeringsovereenkomst is afgesloten, maar dat dit kennelijk lang voor 2015 was. Uit de stellingen van partijen maakt het hof op dat de verzekeringsovereenkomst steeds voor een jaar gold. Het hof oordeelt dat voor de hand ligt dat, zoals gebruikelijk, de verzekeringsovereenkomst steeds is verlengd, omdat die niet is opgezegd. Er zijn geen feiten of omstandigheden naar voren gebracht die de conclusie rechtvaardigen dat partijen de bedoeling hebben gehad elk jaar een nieuwe verzekeringsovereenkomst te sluiten, aldus het hof. Vervolgens overweegt het hof dat het er niet om gaat of in 2015 onzekerheid (nog) bestond, maar of die onzekerheid bestond toen partijen voor het eerst een overeenkomst sloten met betrekking tot het verzekeren tegen milieuschade. Dat onzekerheid in dat stadium bestond, staat volgens het hof niet ter discussie.

De bodemverontreiniging is geen gevolg van normale, te verwachten slijtage

De verzekeraar voert verder aan dat de schade het gevolg is van slijtage van oude daken, onder invloed van normale weersomstandigheden. Een dergelijke slijtage is volgens de verzekeraar een gevolg van de aard van de zaak en dus naar de normale loop van de omstandigheden te verwachten. Dekking voor normale slijtage is uitgesloten, aldus de verzekeraar. Het hof volgt de verzekeraar hierin niet. Bij deze milieuschade gaat het, aldus het hof, niet om de schade aan de dakplaten door slijtage, maar om de schade door de verontreiniging van de bodem. De schade door de verontreiniging van de bodem door asbest is niet een gevolg van normaal te verwachten slijtage van de bodem.

Verontreiniging verergerd door toedoen van verzekeringnemer?

Volgens de verzekeraar zou niet zijn uitgesloten dat het asbest door toedoen van de verzekeringnemer dieper in de bodem is gebracht, waardoor de verontreiniging is verergerd of de toepasselijke normen heeft overschreden. Op basis van het uitgevoerde onderzoek bestaat het vermoeden dat de grond meer dan eens is omgespit.

 

Het hof oordeelt dat het enkele vermoeden dat de bodem meer dan eens is omgespit, niet toereikend is om aan te nemen dat de verontreiniging door toedoen van is ontstaan of verergerd.
De verzekeraar heeft haar stellingen daaromtrent onvoldoende concreet onderbouwd. Nader onderzoek op dit punt is niet uitgevoerd.

Aansprakelijkheidsverzekering: te laat beroep op uitsluiting voor asbest

In een brief uit 2015, die vooraf ging aan de procedure, is door de verzekeringnemer uitdrukkelijk de dekking onder de aansprakelijkheidsverzekering aan de orde gesteld. De verzekeraar heeft bij haar weigering om dekking te verlenen echter geen beroep gedaan op de uitsluiting in de polis voor aansprakelijkheid die verband houdt met asbest. Haar weigering op dit punt was uitsluitend en zonder voorbehoud gegrond op het argument dat een letselschadeclaim nog niet was ingediend en niet viel te verwachten.

 

Ook in de correspondentie die daarop is gevolgd, heeft de verzekeraar geen beroep gedaan op de uitsluiting in de polis. Het stond haar onder deze omstandigheden niet meer vrij in deze procedure die uitsluiting alsnog ten grondslag te leggen aan haar verweer, zo oordeelt het hof.

Is sprake van een emissie?

Een emissie in de zin van de polis is ‘het vrijkomen van gassen, vloeistoffen en/of fijnverdeelde vaste stoffen’. De verontreiniging van de bodem is het gevolg van het loslaten van asbestdeeltjes van de dakplaten. De verzekeraar erkent dat het hier gaat om het vrijkomen van fijnverdeelde vaste stoffen. Toch bepleit zij dat het begrip emissie wordt uitgelegd in de context van de rubriek milieu van de verzekering, waarin het volgens haar gaat om gevaren die zich eenmalig, veelal ineens en altijd onvoorzien, onverwacht, onverhoeds en plotseling voordoen. De verzekeraar wijst ook op de omschrijving van het begrip emissie in Van Dale Groot Woordenboek der Nederlandse taal als ‘uitstoot, uitworp van vloeibare of gasvormige stoffen en uitzending van partikeltjes’.

 

Het hof overweegt dat de verzekeraar zelf in de polisvoorwaarden heeft omschreven wat onder een emissie moet worden volstaan. Aan die omschrijving voldoet het vrijkomen van de asbestdeeltjes van de dakplaten. Dat desondanks nog een nadere uitleg nodig is die de dekking beperkt, heeft de verzekeraar kennelijk niet bij het sluiten van de verzekering aan de verzekeringnemer kenbaar gemaakt. Andere feiten of omstandigheden die maken dat de verzekeringnemer redelijkerwijs op een dergelijke beperkende uitleg bedacht heeft moeten zijn, zijn gesteld noch gebleken. Dat geldt volgens het hof temeer omdat emissie of uitstoot die tot een verontreiniging leidt, in het algemeen niet beperkt is tot plotselinge en onverwachte gebeurtenissen. Het hof verwerpt daarom deze beperkende uitleg.

De dominant cause is een van buiten komend onheil

De emissie moet volgende de polisvoorwaarden zijn veroorzaakt door een verzekerd gevaar. Het verzekerde gevaar in de zin van de milieuschadeverzekering is ‘ieder ander van buiten komend onheil’ en ‘het eigen gebrek van opstallen en roerende zaken dat veroorzaakt is door fouten in ontwerp, constructie, uitvoering of materiaalkeuze’.

 

Het hof verwerpt de stelling dat de emissie is veroorzaakt door een eigen gebrek van opstallen of roerende zaken. Het toepassen van het asbest in de dakplaten was geen fout in de materiaalkeuze. De toepassing was een bewuste keuze vanwege de eigenschappen die aan asbest werden toegeschreven en zij was toegelaten volgens de toen geldende regels.
De aanwezigheid van asbest was dus destijds voor dergelijke dakplaten een normale eigenschap en geen minderwaardige eigenschap die dakplaten destijds niet behoorden te hebben. Het materiaal was ook geschikt voor het doel waarvoor het werd toegepast: het samenstellen van een wind- en waterdicht dak. Dat achteraf is gebleken dat aan het toepassen van asbest gezondheidsrisico’s kleven en dat asbestdeeltjes na een lange reeks van jaren door verweren kunnen loslaten, brengt niet mee dat het toepassen van asbest een fout was in de materiaalkeuze.
Er is wel sprake van een van buiten komend onheil. Het staat tussen partijen namelijk vast dat de weersomstandigheden hebben geleid tot het verweren van de dakplaten en daarmee tot de emissie van het asbest. De weersomstandigheden zijn ten opzichte van de bodem een van buiten komend onheil, zo overweegt het hof. Daarmee is niet gezegd dat de emissie alleen is veroorzaakt door de weersomstandigheden. Die weersomstandigheden zijn wel de dominante oorzaak, doordat die veroorzaken dat de dakplaten verweren en de asbestdeeltjes loslaten.

Bereddingskosten

De verzekeringnemer betoogt dat de kosten voor het vervangen van de daken kwalificeren als bereddingskosten, maar het hof oordeelt dat de kosten van het verwijderen en vervangen van de dakplaten geen bereddingskosten zijn. Dat geldt zowel voor de milieuschadeverzekering als de bedrijfsaansprakelijkheidsverzekering.

 

Het hof overweegt dat bereddingskosten zien op het voorkomen van het verwezenlijken van het verzekerde risico, in het belang van de verzekeraar, zodat de te vergoeden schade wordt voorkomen of beperkt. Het moet gaan om kosten voor maatregelen die in zoverre bijzonder zijn dat deze noodzakelijk zijn om onmiddellijk dreigende schade af te wenden. Deze bijzondere maatregelen moeten worden onderscheiden van normale voorzorgmaatregelen om het intreden van schade te voorkomen. De normale in het maatschappelijk verkeer betamende zorgvuldigheid brengt mee dat de verzekerde dergelijke maatregelen op eigen kosten neemt, zodra hij ontdekt dat een gevaarssituatie ontstaat. Slechts indien en voor zover de bijzondere maatregel samenvalt met de normale voorzorgsmaatregelen, kan plaats zijn voor het vergoeden van de kosten daarvan als bereddingskosten.

 

Volgens het hof weet de verzekeringnemer dat asbestdeeltjes van de daken van de stallen losraken en schade kunnen veroorzaken. Het is volgens het hof aan hem om maatregelen te nemen die ervoor zorgen dat de schade wordt voorkomen. Dit vloeit voort uit zijn verantwoordelijkheid en plicht als eigenaar en heeft niet te maken met beredden ten behoeve van de verzekeraar. In aanmerking genomen dat volgens partijen onderhoud door de geldende regels niet meer mogelijk is, is het vervangen van de daken de normale voorzorgsmaatregel die de verzekeringnemer in het maatschappelijk verkeer als eigenaar behoort te treffen. De gestelde omstandigheid dat hij de kosten daarvan niet kan dragen, levert geen grondslag op om de kosten in het kader van de verzekeringsovereenkomst af te wentelen op de verzekeraar.

 

Het hof merkt daarbij nog op dat alleen het verwijderen van de dakplaten nodig is om de verzekerde schade te voorkomen en niet het plaatsen van nieuwe daken. De verzekeringnemer dient niet het belang van de verzekeraar bij het voorkomen of verminderen van schade door zijn stallen weer functioneel te maken met het plaatsen van nieuwe daken.

Slotsom

De slotsom is dat de kosten voor bodemsanering zijn gedekt en dat de verzekeraar verplicht is schade te vergoeden die derden lijden als gevolg van de verontreiniging van de bodem van het perceel van de verzekeringnemer met asbest, en waarvoor de verzekeringnemer jegens die derden aansprakelijk is. De verzekeraar draait niet op voor de kosten die zijn gemoeid met de vervanging van dakplaten.