Een zaak beperkt zich niet altijd tot één rechtsgebied. Wij dus ook niet.

Raad van arbitrage voor de bouw over korting bij te late deeloplevering

2011

Medium

Nysingh Nieuwsbrief Vastgoed | oktober 2011

RvA 28 december 2010, nr. 30.979

Bij het sluiten van een aannemingsovereenkomst spreken de opdrachtgever en de aannemer een bepaalde bouwtijd af voor het uitvoeren van het werk. Die bouwtijd kunnen zij bijvoorbeeld in werkbare werkdagen weergeven of door een uiterlijke datum van oplevering op te nemen. Wanneer op deze aannemingsovereenkomst de veelgebruikte Uniforme Administratieve Voorwaarden voor de uitvoering van werken 1989 (UAV 1989) toepasselijk zijn, geldt er een speciale opleveringsprocedure. Deze procedure is omschreven in de paragrafen 9 en 10 van de UAV 1989. Deze regeling gaat evenwel uit van een oplevering van het gehele werk. Vooroplevering, voorlopige oplevering, technische oplevering, eerste en tweede oplevering, etc. kent de systematiek van de UAV 1989 niet. Het overschrijden van de opleveringsdatum geeft de opdrachtgever het recht een korting op de aanneemsom op te leggen. De kortingsregeling van paragraaf 42 UAV 1989 is uitsluitend gerelateerd aan de oplevering van het gehele werk.

Op 28 december 2010 heeft de Raad van Arbitrage voor de Bouw (RvA) uitspraak gedaan in een geschil tussen aannemer en opdrachtgever in verband met de bouw van een treinstation (nr. 30.979). De aannemer beriep zich onder andere op termijnverlenging en vorderde stagnatieschade. De opdrachtgever vorderde toekenning van een korting en beriep zich op verrekening. Volgens het bestek diende de oplevering van het werk plaats te vinden uiterlijk op 17 november 2006. De treinhalte zou op 10 december 2006 voor de reizigers beschikbaar komen en vanaf die datum in de dienstregeling worden opgenomen. Gedurende de uitvoering van het werk had de opdrachtgever ermee ingestemd dat het voor reizigers bestemde deel van het treinstation op 17 november 2006 gereed zou zijn voor ingebruikneming en dat het restant in februari 2007 gereed zou zijn. Opdrachtgever en aannemer hadden echter het bestek onveranderd gelaten. De aannemer heeft het niet gered het restant tijdig gereed te hebben voor oplevering. Dit deel heeft de RvA beschouwd als goedgekeurd in juni 2007.

Arbiters moesten oordelen over het standpunt van de opdrachtgever dat een deelkorting aan de aannemer zou kunnen worden opgelegd wegens een deelvertraging in de oplevering vanaf 17 november 2006 tot februari 2007. De RvA oordeelt: “Nu het bestek geen deelopleveringen kent (…), concluderen arbiters dat met de aan aanneemster toegestane oplevering per 2 februari 2007 bedoeld is een gehele oplevering van het werk te laten plaatshebben op die datum. Het moge zo zijn dat partijen hebben afgesproken om reeds vóór die datum zodanige onderdelen van het werk voltooid te hebben dat op 10 december 2006 een ingebruikneming van het werk vóór de voltooiing en oplevering ervan mogelijk zou worden, maar aan die mijlpalen hebben partijen geen verdere gevolgen verbonden, met name niet het in laten gaan van een deel van de korting.”

Kortom: als opdrachtgever mag men er niet ‘zomaar’ van uitgaan dat een korting kan worden toegepast voor de tijd na het verstrijken van de oorspronkelijk afgesproken opleveringsdatum, indien de opdrachtgever na het sluiten van de overeenkomst toch kiest voor (of instemt met) meerdere/verschillende mijlpalen. De opdrachtgever wordt aangeraden uitdrukkelijk schriftelijk aanvullend af te spreken de kortingsregeling te relateren aan het niet halen van deze (nieuwe) mijlpalen. De UAV 1989, en daarmee de RvA, gaan namelijk uit van een oplevering van het gehele werk. Wanneer het bestek al meerdere/verschillende mijlpalen vermeldt, dan zal volgens paragraaf 1 lid 3 UAV 1989 daarop het bepaalde in paragrafen 8, 9 en 42 UAV 1989 van overeenkomstige toepassing zijn. De kortingsregeling geldt dan meteen voor deze mijlpalen. De opdrachtgever hoeft in dat geval geen aparte kortingsbedragen te noemen bij de mijlpalen, zoals bij geïntegreerde contractvormen.

Publicaties