In de maanden augustus en september zijn drie Koninklijke Besluiten gepubliceerd:

  • Besluit van 10 juli 2023, nr. 2023001632 tot aanwijzing van onroerende zaken ter onteigening in de gemeente Boxtel krachtens artikel 78 van de onteigeningswet (onteigeningsplan Verbindingsweg Ladonk – Kapelweg);
  • Besluit van 10 juli 2023, nr. 2023001633 tot aanwijzing van onroerende zaken ter onteigening in de gemeente Amsterdam krachtens artikel 78 van de onteigeningswet (onteigeningsplan Weespertrekvaart Oost);
  • Besluit van 31 augustus 2023, nr. 2023002015 tot aanwijzing van een onroerende zaak ter onteigening in de gemeente Amsterdam krachtens artikel 78 van de onteigeningswet (onteigeningsplan Papaverhoek 14-16 te Amsterdam);

Verbindingsweg Ladonk – Kapelweg

Het onteigeningsplan Verbindingsweg Ladonk – Kapelweg ziet op de aanleg van de gelijknamige verbindingsweg en is een van de deelprojecten van het Maatregelenpakket PHS Boxtel dat door de gemeente Boxtel gerealiseerd wordt in samenwerking met de provincie Noord-Brabant en het Rijk. Het maatregelenpakket omvat de uitvoering van (deel)projecten om de bereikbaarheid, leefbaarheid en veiligheid van Boxtel en dient ertoe de robuustheid van het spoorvervoer te verbeteren.

 

Planologie

Reclamant 1 voert meerdere argumenten aan die zien op de planologie van het onteigeningsplan. Daarbij merkt de Kroon zoals gebruikelijk op dat planologische aspecten van het werk in het kader van de administratieve onteigeningsprocedure niet zelfstandig worden beoordeeld. Tevens stelt reclamant 1 dat onvoldoende is onderzocht of er geen ander minder milieubelastend alternatief mogelijk is in plaats van de onteigeningsprocedure. Hierom meent reclamant 1 dat er sprake is van onzorgvuldigheid in de planvoorbereiding en besluitvorming.

 

De Kroon wijst erop dat een ruimtelijk plan moet zijn vastgesteld voor het starten van de administratieve onteigeningsprocedure. In dit geval is de grondslag voor onteigening het bestemmingsplan Verbindingsweg Ladonk – Kapelweg. Van onzorgvuldigheid in de planvoorbereiding en besluitvorming is geen sprake. De stelling dat er andere, minder milieubelastende alternatieven hadden moeten worden onderzocht, is volgens de Kroon planologisch van aard.

 

Zorgvuldigheidsbeginsel

Reclamant 2 meent dat het ontwerpbesluit in strijd is met het zorgvuldigheidsbeginsel en de verplichte belangenafweging. Volgens reclamant zal de verbindingsweg niet worden toegestaan wegens strijd met het recht. Ook zou de keuze voor de aanleg van de verbindingsweg niet zijn gebaseerd op een verantwoorde integrale belangenafweging. Verder voert reclamant aan dat in het ontwerpbesluit niet wordt ingegaan op zijn aangevoerde argumenten.

 

Ten aanzien van de argumenten omtrent de verbindingsweg merkt de Kroon op dat deze zien op planologische aspecten. Overigens merkt de Kroon op dat doorgaans in een ontwerpbesluit tot aanwijzing van onteigening niet uitdrukkelijk aandacht wordt besteed aan individuele belanghebbenden.

 

Weespertrekvaart Oost

De gemeente Amsterdam wil het gebied Weespertrekvaart Oost van een traditioneel werkgebied naar een gemengd woonwerkgebied met de nadruk op wonen transformeren. Het onteigeningsplan Weespertrekvaart Oost voorziet hierin.

 

Compensatiegrond

Reclamanten voeren aan dat de onteigening voor hen ingrijpend is, omdat het bedrijf gevestigd op de locatie al generaties lang in de stad actief is. Volgens reclamanten had verzoeker tijdig een vervangende bedrijfslocatie voor moeten stellen, zodat een bedrijfsverplaatsing eenvoudig zou zijn. Nu verzoeker dit heeft nagelaten, leidt dit tot onzekerheid en bedrijfsschade voor reclamanten.

 

De Kroon gaat hier niet in mee. Uitgangspunt is dat een onteigende partij schadeloos moet worden gesteld in geld. Verzoeker heeft pogingen gedaan om grond aan te bieden ter compensatie. Daarbij zijn meerdere locaties voorgesteld die nog gerealiseerd moeten worden. Reclamanten willen echter pas een deal sluiten als er een concrete kavel kan worden aangeboden. De Kroon benadrukt de inspanningen van verzoeker om tot minnelijke overeenstemming te komen. Daarmee is van onzorgvuldig handelen geen sprake.

 

Zelfrealisatie

Reclamanten menen dat zelfrealisatie mogelijk is door met eindgebruikers een koop-aanneemovereenkomst af te sluiten. Hierbij kan het recht van erfpacht van reclamanten worden afgenomen.

 

Het beroep op zelfrealisatie slaagt niet. Reclamanten zijn erfpachters en niet de eigenaren van de te onteigenen onroerende zaken. Een erfpachter wordt volgens de bestendige lijn in koninklijke besluiten niet in staat geacht de bestemmingen zelf te kunnen realiseren, als hij of zij geen eigenaar is. Voor zelfrealisatie is immers toestemming nodig van de eigenaar van de onroerende zaken (zie onder andere KB 3-9-2010, Stc. 23-09-2010, nr. 14893). De eigenaar is de gemeente Amsterdam. Van een dergelijke toestemming is de Kroon niet gebleken. Bovendien ontbreekt een concreet plan.

 

Papaverhoek 14-16 te Amsterdam

Dit verzoek tot onteigening ziet op de realisatie van de zevende partiële herziening van het bestemmingsplan Buiksloterham. Op het perceel Papaverhoek 14-16 staat nu een eenlaags gebouw in gebruik als moskee en cultureel maatschappelijk centrum. De herziening voorziet in de transformatie en ontwikkeling van bedrijventerrein/ industriegebied naar onder meer een gebied met sociale huurwoningen, maatschappelijke en commerciële voorzieningen.

 

De Afghaanse Islamitische Culturele Vereniging heeft als erfpachter van het perceel een zienswijze ingediend. Reclamante meent dat de noodzaak tot onteigening ontbreekt, omdat het perceel wordt gebruikt conform het bestemmingsplan. Reclamante meent dat ze de overige bestemming zelf kan realiseren.

 

Hoewel het gebruik van de kavel door reclamante past in het geldend bestemmingsplan, overweegt de Kroon dat het gebruik niet overeenkomt met de door verzoeker voorgestane wijze van planuitvoering. Na verwerving wil verzoeker namelijk de grond overdragen aan een woningstichting die daar sociale woningen zal realiseren.

 

Zelfrealisatie

Daarnaast doet reclamante een beroep op zelfrealisatie. Ook dit beroep slaagt niet, omdat reclamante erfpachter is en geen toestemming van de eigenaar bekend is. Bovendien zijn niet alle ter onteigening aangewezen gronden, waarop de woningbouw is voorzien, in erfpacht bij reclamante. Reclamante bezit dus onvoldoende grond om het plan zelf te kunnen realiseren.

 

Beroep EVRM

Vermeldenswaardig is dat reclamante zich beroept op het EVRM omdat verzoeker haar belangen en rechten ten onrechte niet zou hebben betrokken bij de besluitvorming. De onteigening zou onder meer in de weg staan van de godsdienstvrijheid. Zolang verzoeker reclamante geen perspectief biedt dat haar vereniging behouden blijft, schendt zij haar zorgplicht jegens reclamante.

 

De Kroon gaat hier niet in mee. Het EVRM tast niet het recht van de Staat aan om die wetten toe passen, die hij noodzakelijk acht om het gebruik van eigendom te reguleren in overeenstemming met het algemeen belang. De onteigening geschiedt in het algemeen belang en reclamante krijgt daarvoor een schadeloosstelling. Ten aanzien van de godsdienstvrijheid oordeelt de Kroon dat het enkele feit dat het gebouw van reclamante waar nu godsdienst wordt beleden wordt onteigend, niet maakt dat zij niet meer vrij is om haar godsdienst te belijden.

 

Meer weten?

Deze bijdrage is geschreven door Macy Groenendaal en Babette van Driel. Voor meer informatie over de inzet van het onteigeningsinstrument, de onteigeningsprocedure, minnelijk overleg of andere vragen over grondverwerving kunt u contact opnemen met Babette van Driel, onteigeningsadvocaat of een andere specialist van ons Team Grondzaken.