281119

Een beknopte studie naar de mogelijkheid van Europese harmonisatie van vergoeding van affectieschade

Op 24 maart 2015 stortte een Airbus A320 van de Duitse vliegmaatschappij Germanwings neer in de Franse Alpen. Het vliegtuig was onderweg van het Spaanse Barcelona naar de Duitse stad Düsseldorf. Door deze vliegramp kwamen alle 144 passagiers en 6 bemanningsleden – afkomstig uit verschillende (Europese) landen – om het leven. Vast kwam te staan dat de co-piloot de gezagvoerder van de Airbus tijdens de vlucht had buitengesloten en het toestel moedwillig liet neerstorten tegen een bergwand. Dit menselijk drama raakt de kern van de problematiek die centraal staat in dit artikel. Ingeval iemand aansprakelijk is voor de dood of het ernstig gewond raken van een ander (hierna: het primaire slachtoffer), rijst de vraag of een derde (hierna: het secundaire slachtoffer) recht heeft op vergoeding van de schade wegens (enkel) het verdriet dat daardoor wordt veroorzaakt. Wordt eenmaal erkend dat ‘affectieschade’ voor vergoeding in aanmerking komt, dan dient de vervolgvraag zich aan naar de kring van gerechtigden en de hoogte van een dergelijke vergoeding. De voornoemde vragen – of smartengeld voor het verlies en/of ernstig gewond raken van een dierbare naaste überhaupt op zijn plaats is, en zo ja, op welke wijze – worden in de diverse Europese landen niet eensluidend beantwoord. De Germanwings-zaak maakt dit pijnlijk duidelijk: de secundaire slachtoffers zijn allemaal getroffen door één en dezelfde ramp met ook nog eens dezelfde gevolgen: een dierbare is hen te komen ontvallen. Desondanks kan hun rechtspositie, als het aankomt op de vergoeding van affectieschade, sterk uiteenlopen al naargelang het toepasselijke (nationale) recht. De vraag rijst of dit wenselijk is en of deze rechtsongelijkheid wellicht kan worden opgeheven. Daarom wordt in dit artikel de mogelijkheid van een gelijke oplossing binnen Europa onderzocht. Allereerst wordt daartoe de problematiek van affectieschade vanuit Europeesrechtelijk perspectief beschouwd (par. 2). Hierna worden de mogelijkheden tot Europese harmonisatie op het terrein van affectieschade binnen het raamwerk van het EU-recht verkend (par. 3). Afgerond wordt met een conclusie (par. 4).

Medium

Letselschade en Europa. Internationale invloeden op de Nederlandse letselschadepraktijk (red. F.T. Oldenhuis en H. Vorsselman), Den Haag: BJu 2016, p. 87- 102.

Sluiten
Generic selectors
Exact matches only
Search in title
Search in content
Search in posts
Search in pages