English companies in the Netherlands, post-Brexit

Een Engelse vennootschap kan ook na Brexit in beginsel gewoon zaken doen in Nederland. Maar voor vennootschappen van buiten de EU - zoals inmiddels ook Engelse vennootschappen - gelden in Nederland bepaalde bijzondere voorschriften.

Heeft u vragen? Wij adviseren u graag.

De Trade and Cooperation Agreement schrijft voor (art. 129) dat de EU lidstaten en het Verenigd Koninkrijk (VK) over en weer ondernemingen opgericht naar het recht van de andere partij niet minder gunstig zullen behandelen dan de eigen ondernemers en hun ondernemingen.

EU lidstaten en het VK mogen dus wel de eigen minimum voorschriften toepassen. Dat is een wijziging ten opzichte van de vrijheid van vestiging zoals die geldt onder het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) (art. 49). Onder het VWEU mag een lidstaat in beginsel geen eigen wettelijke voorwaarden stellen voor de vestiging van een vennootschap die in overeenstemming met de wettelijke regeling van een andere lidstaat is opgericht, ook niet indien de voorwaarden van de andere lidstaat gunstiger zijn dan de eigen regelgeving.

Wfbv: Nederlandse regels van toepassing op Vennootschap gevestigd buiten EU (en EER)

Nederlandse voorschriften omtrent jaarrekeningen en de taak en aansprakelijkheid van bestuurders gelden in beginsel alleen voor vennootschappen die naar Nederlands recht zijn opgericht. Voor vennootschappen uit een andere EU lidstaat gelden deze voorschriften niet, onder meer vanwege de vrijheid van vestiging binnen de Europese Unie (EU). Voor vennootschappen die zijn opgericht naar het recht van een staat buiten de EU (en die ook geen deel is van de Europese Economische Ruimte – EER) gelden de Nederlandse regels in beginsel ook niet, maar daarop bestaat een uitzondering.

 

Om te voorkomen dat een onderneming die vrijwel alleen in Nederland actief is de Nederlandse voorschriften omzeilt door een rechtsvorm te kiezen van een staat buiten de EU (en de EER), wordt een dergelijke onderneming c.q. vennootschap in bepaalde gevallen behandeld alsof het een Nederlandse vennootschap is. Dit is bepaald in de Wet op de formeel buitenlandse vennootschappen (Wfbv). Deze uitzondering kan na de terugtreding van het VK uit de EU gelden voor Engelse vennootschappen die actief zijn in Nederland.

 

De Wfbv geldt voor kapitaalvennootschappen die zijn opgericht volgens het recht van een staat buiten de EU (en de EER), die hun werkzaamheden geheel of nagenoeg geheel in Nederland verrichten en die geen werkelijke band meer hebben met de staat van oprichting (zgn. formeel buitenlandse vennootschappen). Een werkelijke band wordt aangenomen indien bij voorbeeld het hoofdkantoor in het land van oprichting ligt, de jaarstukken daar worden gepubliceerd, indien de bestuurders daar woonachtig zijn, en bestuurs- en aandeelhoudersvergaderingen daar worden gehouden.

Jaarrekening en aansprakelijkheid functionarissen

Een formeel buitenlandse vennootschap dient conform de Nederlandse wettelijke voorschriften een administratie te voeren en jaarlijks een jaarrekening en een jaarverslag op te maken en te publiceren. Indien niet wordt voldaan aan deze verplichtingen kan de bestuurder (en in voorkomend geval een commissaris) in faillissement aansprakelijk zijn voor het tekort in de boedel. De bestuurder kan eveneens volgens Nederlandse maatstaven aansprakelijk zijn voor uitkeringen aan aandeelhouders, inkoop van aandelen en vermindering van het geplaatste kapitaal met terugbetaling op aandelen. En voor onbehoorlijk bestuur in het algemeen. Deze aansprakelijkheid geldt eveneens voor personen die met de dagelijkse leiding van de onderneming zijn belast.

Opgave Handelsregister

Een formeel buitenlandse vennootschap dient opgave te doen bij het Nederlandse Handelsregister dat zij als zodanig kwalificeert. Daarbij dienen de oprichtingsakte en statuten bij het Handelsregister gedeponeerd te worden. De bestuurders zijn naast de vennootschap hoofdelijk aansprakelijk voor elke tijdens hun bestuur verrichte rechtshandeling waardoor de vennootschap wordt verbonden in het tijdvak voordat is voldaan aan de verplichting tot inschrijving. De niet naleving van deze verplichte inschrijving in het Handelsregister geldt ook als een economisch delict en kan bestraft worden met een boete die kan oplopen tot EUR 21.750. De opgave diende volgens de Verzamelwet Brexit te gebeuren uiterlijk 3 maanden na terugtreding van het VK uit de EU, dus uiterlijk op 30 april 2020, maar algemeen wordt ervan uitgegaan dat 31 maart 2021 de uiterste datum was.

Andere buitenlandse vennootschap Jaarlijkse opgaven

Een Engelse vennootschap met een onderneming in Nederland die niet geldt als formeel buitenlandse vennootschap in de zin van de Wfbv is niet onderworpen aan de hier voor besproken regels omtrent jaarrekening en aansprakelijkheid. Deze vennootschap dient wel jaarlijks de jaarrekening zoals die is opgemaakt en gedeponeerd in het VK te deponeren bij het handelsregister in Nederland. En een dergelijke Engelse vennootschap is in het algemeen verplicht om bepaalde gebruikelijke gegevens in het Nederlandse handelsregister te laten inschrijven.

Aanbeveling

De bestuurder van een in Nederland ingeschreven Limited dient na te gaan of de deze kwalificeert als formeel buitenlandse vennootschap. Indien dat het geval is dient de bestuurder onverwijld zorg te dragen voor inschrijving van dat gegeven in het Handelsregister. Het is voor deze bestuurder ook raadzaam om de dekking van de bestuurdersaansprakelijkheidsverzekering op deze situatie te laten controleren en aanpassen.

 

Meer informatie over de Brexit

Heeft u vragen over de impact van de Brexit op uw eigen onderneming? Wilt u juridisch advies over een specifieke kwestie? Onze specialisten helpen u graag verder.

Sluiten
Generic selectors
Exact matches only
Search in title
Search in content