Een zaak beperkt zich niet altijd tot één rechtsgebied. Wij dus ook niet.

Van aanstelling naar arbeidsovereenkomstVan aanstelling naar arbeidsovereenkomst

De WNRA zorgt ervoor dat per 1 januari 2020 de (eenzijdige) aanstelling van rechtswege wijzigt in een (tweezijdige) arbeidsovereenkomst tussen de ambtenaar en diens overheidswerkgever. Aan deze overgang van aanstelling naar arbeidsovereenkomst hoeven de overheidswerkgever en de ambtenaar dus helemaal niets te doen. Een arbeidsovereenkomst kent specifieke eigenschappen die nieuw zijn voor de ambtenaar en diens werkgever.

Vormvrij

Zo komt een ambtelijke aanstelling in principe alleen tot stand door een schriftelijk aanstellingsbesluit, terwijl de arbeidsovereenkomst vormvrij is. Dat wil zeggen dat een arbeidsovereenkomst niet schriftelijk hoeft te worden aangegaan. Als een schriftelijke overeenkomst ontbreekt of als partijen een schriftelijke overeenkomst zijn aangegaan die zij zelf niet als arbeidsovereenkomst hebben gekwalificeerd (maar bijvoorbeeld als overeenkomst opdracht), dan kan de rechter aan de hand van de feiten beoordelen of (toch) aan de definitie van de arbeidsovereenkomst is voldaan.
In het civiele arbeidsrecht kan het omgekeerde zich overigens ook voordoen: als partijen een overeenkomst hebben gesloten die zij als arbeidsovereenkomst aanmerken, kan de rechter oordelen dat niet aan de daarvoor geldende vereisten is voldaan.
In gevallen waarin geen (duidelijke) schriftelijke afspraken zijn gemaakt, komt het civiele arbeidsrecht de ‘arbeider’ te hulp. Volgens het Burgerlijk Wetboek wordt een arbeidsrelatie vermoed een arbeidsovereenkomst te zijn als de arbeider tegen beloning gedurende drie opeenvolgende maanden wekelijks of ten minste 20 uur per maand heeft gewerkt. En de arbeidsovereenkomst wordt vermoed een omvang te hebben van het gemiddelde aantal uren dat de werknemer in de drie voorafgaande maanden heeft gewerkt. Als de feiten een beroep op deze rechtsvermoedens rechtvaardigen, is het aan de werkgever om deze vermoedens te weerleggen.

Schriftelijk vastleggen

Een ander nieuw aspect voor de ambtenaar en zijn werkgever is, dat bepaalde afspraken alleen geldig zijn als zij schriftelijk tussen werkgever en werknemer zijn overeengekomen. Daarbij kan met name worden gedacht aan het proeftijdbeding, eenzijdig wijzigingsbeding en boetebeding. Maar dit geldt ook voor afspraken waarmee van zogenaamd semi-dwingend recht wordt afgeweken, zoals de lengte van de opzegtermijn of het vaststellen van vakanties. Een voor overheden vermoedelijk minder relevant beding waarvoor een schriftelijkheidsvereiste geldt, is het non-concurrentiebeding.

Arbeidsovereenkomst voorleggen

Als gezegd wijzigt per 1 januari 2020 van rechtswege de aanstelling naar arbeidsovereenkomst. Toch doet de overheidswerkgever er verstandig aan zelf in actie te komen en aan het zittende personeel een schriftelijke arbeidsovereenkomst voor te leggen die door het personeel kan worden ondertekend. Dit biedt de werkgever de kans de bedingen waarvoor een schriftelijkheidseis geldt, met de werknemer overeen te komen.

Incorporatiebeding

Een andere reden om ondanks de arbeidsovereenkomst van rechtswege toch schriftelijk een arbeidsovereenkomst aan te gaan, is om daarmee een zogenaamd incorporatiebeding kan worden overeengekomen. Dat is een beding waarmee de sectorale CAO op de arbeidsovereenkomst van toepassing wordt verklaard. Dit is soms noodzakelijk, omdat een CAO alleen rechtstreeks van toepassing is indien zowel werkgever als werknemer lid zijn van de werkgevers- respectievelijk werknemersverenigingen die de CAO tot stand hebben gebracht. Een werknemer die geen lid is van een CAO-sluitende vakbond, is niet rechtstreeks aan de CAO gebonden. Die werknemer wordt ook wel de ‘ongebonden werknemer’ genoemd. De ongebonden werknemer is niet verplicht om de toepasselijkheid van de CAO te accepteren. Om te bewerkstelligen dat de werkgever de CAO ook in die arbeidsrelatie kan toepassen, is het van belang om de CAO in de arbeidsovereenkomst te ‘incorporeren’.

Als de ambtenaar de schriftelijke arbeidsovereenkomst niet ondertekent?

Indien de overheidswerkgever besluit om in verband met de WNRA aan zijn ambtenaren een arbeidsovereenkomst ter ondertekening voor te leggen en de ambtenaar ondertekent deze niet, dan ontstaat desondanks van rechtswege een arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht. De inhoud van die arbeidsovereenkomst wordt dan uitsluitend bepaald door de vóór de normalisering geldende arbeidsvoorwaarden, in ieder geval voor wat betreft duur van het dienstverband, bezoldiging, werktijden, rooster, verlof, faciliteiten voor de uitoefening van de functie en studiefaciliteiten. Uiteraard geldt (in ieder geval voor de ‘gebonden’ werknemers) daarnaast de nieuwe sectorale CAO.

Terug naar WNRA in vogelvlucht