Bij veel ondernemingen begint de samenwerking met vertrouwen, ambitie en een gezamenlijk doel. Maar wat als de verhoudingen tussen aandeelhouders gaandeweg verslechteren? Wat als informatie niet meer wordt gedeeld, bestuurders en aandeelhouders elkaar blokkeren of één aandeelhouder feitelijk buitenspel wordt gezet?
Sinds 1 januari 2025 biedt de vernieuwde geschillenregeling hiervoor een effectief instrument. Met de inwerkingtreding van de Wet aanpassing geschillenregeling en verduidelijking ontvankelijkheidseisen enquêteprocedure (Wagevoe) heeft de wetgever de regeling ingrijpend gemoderniseerd. Inmiddels worden de eerste ervaringen uit de praktijk zichtbaar en blijkt dat de regeling daadwerkelijk vaker wordt gebruikt dan haar voorganger.
Voor aandeelhouders, accountants, corporate finance adviseurs en register valuators is het daarom belangrijk om te weten wanneer deze procedure een aantrekkelijk alternatief kan vormen voor langdurige en kostbare aandeelhoudersgeschillen.
Wat is de geschillenregeling?
De geschillenregeling bevat twee hoofdprocedures.
Uittreding: “ik eruit”
Een aandeelhouder kan uittreding verzoeken wanneer hij door gedragingen van één of meer medeaandeelhouders zodanig in zijn belangen is geschaad dat voortzetting van zijn aandeelhouderschap redelijkerwijs niet meer van hem kan worden gevergd. De Ondernemingskamer kan vervolgens bevelen dat de andere aandeelhouders of de vennootschap de aandelen overnemen.
Uitstoting: “hij eruit”
Omgekeerd kunnen aandeelhouders die gezamenlijk ten minste een derde van het geplaatste kapitaal houden, verzoeken om uitstoting van een aandeelhouder die het belang van de vennootschap zodanig schaadt dat diens aandeelhouderschap niet langer kan worden geduld.
Een belangrijke vernieuwing: niet langer alleen gedrag als aandeelhouder
Onder de oude regeling lag veel nadruk op gedragingen die een aandeelhouder verrichtte in zijn hoedanigheid van aandeelhouder. Dat leidde in de praktijk regelmatig tot discussies.
De Wagevoe heeft die beperking losgelaten. Ook gedragingen als bestuurder, feitelijk beleidsbepaler of via andere vennootschappen kunnen relevant zijn. De wettelijke focus ligt nu op de vraag of de belangen van de verzoekende aandeelhouder of van de vennootschap daadwerkelijk zijn geschaad. Dat maakt de regeling aanzienlijk praktischer.
Denk bijvoorbeeld aan situaties waarin:
- Een bestuurder structureel informatie achterhoudt;
- Zakelijke kansen buiten de onderneming worden gebracht;
- Concurrerende activiteiten worden ontplooid;
- Belangenverstrengeling ontstaat;
- Een minderheidsaandeelhouder feitelijk wordt buitengesloten.
Juist dergelijke situaties komen in de praktijk regelmatig voor.
De Ondernemingskamer als gespecialiseerde geschillenrechter
Een belangrijke wijziging is dat geschillenprocedures voortaan worden behandeld door de Ondernemingskamer van het Gerechtshof Amsterdam. De procedure is bovendien een verzoekschriftprocedure en dat biedt belangrijke voordelen.
De Ondernemingskamer beschikt over uitgebreide ervaring met aandeelhoudersgeschillen, governancevraagstukken en ondernemingsrechtelijke conflicten. Daarnaast zorgt één gespecialiseerde feitelijke instantie voor meer snelheid, meer voorspelbaarheid en meer juridische expertise.
De praktijk lijkt deze keuze te omarmen. Er is een duidelijke toename zichtbaar van het aantal nieuwe geschillenprocedures.
Van juridisch conflict naar integrale oplossing
Een belangrijke vernieuwing is de mogelijkheid om samenhangende vorderingen mee te nemen in dezelfde procedure.
In de praktijk ontstaat een aandeelhoudersconflict zelden geïsoleerd. Vaak spelen tegelijkertijd discussies over:
- aansprakelijkheidskwesties;
- managementvergoedingen;
- rekening-courantverhoudingen;
- aandeelhoudersleningen;
- concurrerende activiteiten; en
De wet biedt nu de mogelijkheid om dergelijke vorderingen gezamenlijk aan de Ondernemingskamer voor te leggen wanneer zij samenhangen met hetzelfde onderliggende conflict. Daar is vaak al snel sprake van.
De Ondernemingskamer behoudt daarbij wel de bevoegdheid om bepaalde vorderingen af te splitsen wanneer deze zich niet lenen voor behandeling in één feitelijke instantie. Het is dus geen automatisme, maar de mogelijkheden zijn aanzienlijk ruimer dan voorheen om tot een integrale oplossing van het conflict te komen.
De combinatie met een enquêteprocedure
Minstens zo interessant is de mogelijkheid om een geschillenprocedure te combineren met een enquêteprocedure.
Dat kan aantrekkelijk zijn wanneer niet alleen een exit wordt nagestreefd, maar ook onduidelijkheid bestaat over de gang van zaken binnen de onderneming. Indien gegronde redenen bestaan om te twijfelen aan een juist beleid of een juiste gang van zaken, kan een enquêteverzoek uitkomst bieden. De combinatie van beide procedures kan bijzonder effectief zijn.
De enquêteprocedure biedt immers mogelijkheden om onderzoek te laten verrichten naar het beleid van de onderneming, terwijl de geschillenregeling kan leiden tot een definitieve ontvlechting van de aandeelhoudersrelatie.
Snel ingrijpen met voorzieningen
Een aandeelhoudersconflict kan de onderneming ernstig beschadigen. Juist daarom biedt de vernieuwde regeling mogelijkheden om tijdens de procedure door middel van het treffen van voorzieningen in te grijpen.
Binnen de geschillenregeling kunnen voorlopige voorzieningen worden gevraagd. Wordt daarnaast een enquêteprocedure gestart, dan beschikt de Ondernemingskamer tevens over de mogelijkheid om onmiddellijke voorzieningen te treffen. Dit zijn twee verschillende wettelijke instrumenten, ieder met een eigen regime.
In de praktijk kan gedacht worden aan maatregelen zoals:
- Schorsing van bestuurders;
- Benoeming van tijdelijke bestuurders;
- Beperking van stemrechten;
- Tijdelijke overdracht van aandelen ten titel van beheer;
- Andere maatregelen die noodzakelijk zijn om de impasse te doorbreken.
Daardoor kunnen in het belang van de onderneming en aandeelhouders snel voorzieningen worden getroffen.
De waardering: meer dan alleen DCF
Wanneer de Ondernemingskamer oordeelt dat sprake is van een gerechtvaardigde uittreding of uitstoting, volgt de waarderingsfase.
De Ondernemingskamer heeft hiervoor een afzonderlijke leidraad voor deskundigen vastgesteld. Daarin geldt de discounted cashflow-methode (DCF) als uitgangspunt voor de waardering. Belangrijk is echter dat DCF geen dwingend voorschrift vormt.
De deskundige kan gemotiveerd kiezen voor een andere methode wanneer die beter aansluit bij de economische realiteit van de onderneming. De leidraad biedt daarvoor nadrukkelijk ruimte.
Dat is met name relevant voor:
- Vastgoedvennootschappen;
- Familiebedrijven;
- Houdstermaatschappijen;
- Ondernemingen met substantiële activa;
- Ondernemingen waarin de waarde niet uitsluitend wordt bepaald door toekomstige kasstromen.
Juist op dit punt kunnen accountants, corporate finance adviseurs en register valuators een belangrijke rol spelen bij het onderbouwen van een passende waarderingsmethode.
Conclusie
De Wagevoe heeft de geschillenregeling getransformeerd van een relatief beperkt juridisch instrument tot een krachtig middel om aandeelhoudersconflicten daadwerkelijk op te lossen. De combinatie van gespecialiseerde behandeling door de Ondernemingskamer, de mogelijkheid om samenhangende vorderingen mee te nemen, de koppeling met het enquêterecht en de verruimde mogelijkheden voor voorzieningen maakt de regeling aanzienlijk effectiever dan haar voorganger.
Voor ondernemers betekent dit dat een aandeelhouderschap niet langer hoeft uit te monden in een uitzichtloze patstelling. Voor adviseurs biedt de regeling nieuwe mogelijkheden om cliënten te begeleiden bij waarderingsvraagstukken, conflictbeheersing en ontvlechtingstrajecten.
Uiteindelijk draait het bij aandeelhoudersconflicten vaak niet meer om de vraag of partijen uit elkaar gaan, maar onder welke voorwaarden. Juist daar kan de vernieuwde geschillenregeling een beslissende rol spelen.


