Brengt de zorgplicht van een waterschap mee dat het bij extreme regenval op korte termijn honderd noodpompen moet kunnen mobiliseren? De veertien agrariërs die door deze extreme regenval hun aardappeloogst hebben verloren, menen van wel. In deze uitspraak van 6 oktober 2026 gaat het gerechtshof Den Haag in op de grenzen van de zorgplicht van het waterschap (ECLI:NL:GHDHA:2026:2849).

Door extreme regenval in de Hoeksche Waard is de aardappeloogst van veertien agrariërs verloren gegaan, waardoor zij forse schade hebben geleden. De agrariërs stellen zich op het standpunt dat het Waterschap Hollandse Delta te weinig heeft gedaan om de gevolgen van extreme regenval voor hun aardappelvelden te voorkomen, dan wel beheersbaar te maken. In deze procedure stellen de agrariërs het waterschap aansprakelijk wegens schending van de zorgplicht.

Voordat het gerechtshof toekomt aan de inhoudelijke beoordeling van deze zaak, schetst het eerst het juridisch kader waar binnen de zorgplicht van het waterschap moet worden beoordeeld. De zorg voor het watersysteem bestaat uit het voorkomen en waar nodig beperken van overstromingen, wateroverlast en waterschaarste. Deze zorgplicht is verder uitgewerkt in de rechtspraak. De Hoge Raad heeft reeds in 1981 geoordeeld dat de zorgplicht van het waterschap ten aanzien van het beheer van het waterpeil afhangt van verschillende factoren. Deze factoren zijn onder andere het aantal, de aard en de lengte van de waterwegen waarvan het onderhoud ten laste van het waterschap komt en de (financiële) middelen die het waterschap heeft voor het nakomen van zijn verplichtingen, waarbij een zekere mate van beleidsvrijheid aan het waterschap toekomt.

 

Het voorgaande maakt dat op het waterschap geen resultaatsverplichting, maar een inspanningsverplichting rust. Dat betekent dat telkens moet worden getoetst of het waterschap, gelet op alle omstandigheden van het geval, de verschillende bij het beleid betrokken belangen en de beschikbare middelen heeft voldaan aan de zorg die van een goed waterbeheerder mag worden verlangd.

De kern van het verwijt van de agrariërs is niet zozeer dat het waterpeil in de watergangen door de zware regenval extreem hoog is geworden, maar met name dat het water door het uitblijven van voldoende structurele en incidentele maatregelen niet snel genoeg naar de buitenwateren is afgevoerd. Bij een betere afvoer, bijvoorbeeld door de inzet van meer noodpompen, zouden de gewassen volgens de agrariërs minder lang onder water hebben gestaan en zouden zij minder of geen schade hebben geleden.

 

Naar het oordeel van het gerechtshof staat vast dat het waterschap verschillende maatregelen heeft getroffen. Dat het waterschap niet alle maatregelen heeft genomen die volgens de agrariërs gewenst waren, betekent op zichzelf nog niet dat het waterschap zijn zorgplicht heeft geschonden.

 

Los van de vraag of het door de agrariërs gewenste aantal noodpompen de schade zou hebben voorkomen, stelt het gerechtshof dat de agrariërs de realiteit miskennen. Het gerechtshof acht het niet reëel om van het waterschap te verlangen dat het op korte termijn honderd noodpompen had kunnen mobiliseren of dat het op een inzet van die omvang bereid had moeten zijn. De zorgplicht van het waterschap reikt dus niet zo ver dat het moest zorgen voor de beschikbaarheid van een dergelijk aantal noodpompen. Het gerechtshof stelt bovendien vast dat het waterschap tijdens de zware regenval voldoende heeft gedaan om de reeds aanwezige noodpompen daadwerkelijk en voortvarend in te zetten.

 

Hoewel het valt te betreuren dat het overtollige water niet sneller kon worden afgevoerd, concludeert het gerechtshof dat het waterschap de zorgplicht niet heeft geschonden.

Wilt u meer weten over deze uitspraak of heeft u andere vragen over de zorgplicht van waterschappen? Neem gerust contact op met één van onze specialisten. Wij denken graag mee!