Op 7 oktober jl. heeft de Eerste Kamer ingestemd met de Wet verbetering beschikbaarheid jeugdzorg. Deze wet moet ervoor zorgen dat gespecialiseerde jeugdzorg beter toegankelijk wordt voor de kinderen en gezinnen die dat het hardst nodig hebben. Eén van de belangrijkste wijzigingen voor jeugdhulpaanbieders en gecertificeerde instellingen (hierna: GI’s) is dat zij verplicht worden een toezichthoudend orgaan te hebben. Deze verplichting treedt op 1 januari 2026 in werking. Dat betekent dat jeugdhulpaanbieders en GI’s op 1 januari a.s. moeten voldoen aan de vereisten ten aanzien van de bestuursstructuur.

Verplichting tot een toezichthoudend orgaan

Jeugdhulpaanbieders moeten een onafhankelijke interne toezichthouder aanstellen op het moment dat zij

  1. met meer dan tien jeugdhulpverleners jeugdhulp met verblijf verlenen c.q. doen verlenen of;
  2. met meer dan vijfentwintig jeugdhulpverleners ambulante jeugdhulp verlenen c.q. doen verlenen.

Voor combinatie-instellingen, instellingen die zowel jeugdhulp als zorg verlenen, tellen het aantal zorgverleners mee voor de vraag of jeugdhulpaanbieders een interne toezichthouder moeten hebben of niet. Voor gecertificeerde instellingen geldt de verplichting om aan de eisen te voldoen altijd, ongeacht het type jeugdhulp dat zij uitvoeren en ongeacht het aantal jeugdhulpverleners.

 

De verplichting om een interne toezichthouder in te stellen geldt op dit moment al voor sommige jeugdhulpaanbieders op grond van de Wet toetreding zorgaanbieders (hierna: Wtza). De Wet verbetering beschikbaarheid jeugdzorg beoogt bij deze wettelijke regeling aan te sluiten.

Strenge onafhankelijkheidsvereisten

Echter, de eisen die worden gesteld ten aanzien van de onafhankelijkheid van de leden van de interne toezichthouder gaan verder dan de eisen in de Wtza. Op grond van artikel 7 van het Uitvoeringsbesluit Wtza mag een lid van de interne toezichthouder (of diens familielid) geen lid zijn van de dagelijkse of algemene leiding van een andere instelling die binnen het verzorgingsgebied van de instelling geheel of gedeeltelijk dezelfde werkzaamheden verricht, tenzij (kort gezegd) er sprake is van een dochtermaatschappij.

 

Echter, in artikel 4.4.1, eerste lid, onderdeel b, Jeugdwet wordt per 1 januari 2026 geregeld dat leden van de interne toezichthouder niet tevens lid mogen zijn van de dagelijkse of algemene leiding van een GI of jeugdhulpaanbieder. In de nota van toelichting bij het Besluit verbetering beschikbaarheid jeugdzorg, waarin de eisen ten aanzien van de onafhankelijkheid nader zijn uitgewerkt, wordt benadrukt dat het daarbij gaat om het lidmaatschap van de dagelijkse of algemene leiding van elke GI of jeugdhulpaanbieder.

 

De regel is dus niet beperkt tot jeugdhulpaanbieders die binnen het verzorgingsgebied van de instelling geheel of gedeeltelijke dezelfde werkzaamheden verrichten, zoals in de Wtza. Het kan dus voorkomen dat u al een toezichthoudend orgaan heeft, maar dat deze door de Wet verbetering beschikbaarheid jeugdzorg niet meer aan de vereisten voldoet. Denk bijvoorbeeld aan een lid van de interne toezichthouder die ook (interim) bestuurder is bij een jeugdhulpaanbieder of een GI: een combinatie die vanaf 1 januari 2026 niet langer is toegestaan.

 

Daarnaast gelden er aanvullende vereisten:

  • Een lid van de interne toezichthouder mag niet tevens burgemeester of wethouder zijn die verantwoordelijk is voor de jeugdhulp
  • Minimaal één toezichthouder moet ervaringsdeskundige zijn

Statutaire vastlegging verplicht

Alle vereisten voor de bestuursstructuur moeten (door rechtspersonen) statutair worden vastgelegd. Dit betekent dat jeugdhulpaanbieders en GI’s, die nog niet aan de nieuwe vereisten voldoen, hun statuten vóór 1 januari 2026 zullen moeten aanpassen.

 

Wilt u meer weten over deze nieuwe verplichtingen of heeft u hulp nodig bij het aanpassen van uw statuten? Neem dan gerust contact met ons op. We helpen u graag verder.