Uit een persbericht van 17 februari 2026 volgt dat de Raad van de Europese Unie heeft ingestemd met de vaststelling van een richtlijn tot wijziging van de Kaderrichtlijn Water (Richtlijn 2000/60/EG) en twee dochterrichtlijnen, te weten de Grondwaterrichtlijn (Richtlijn 2006/118/EG) en de Richtlijn milieukwaliteitsnormen (Richtlijn 2008/105/EG). De herziening van de KRW en genoemde dochterrichtlijnen komt hiermee steeds dichterbij. Naar verwachting stemt het Europees Parlement eind maart over de herziening. Zodra ook het Europees Parlement met de richtlijn heeft ingestemd, krijgen de lidstaten tot en met 21 december 2027 de tijd om de richtlijn in hun nationale wet- en regelgeving te implementeren.
Herziening noodzakelijk
De Europese Unie heeft zichzelf verplicht de lijsten met prioritaire stoffen van de KRW, de Grondwaterrichtlijn en de Richtlijn milieukwaliteitsnormen regelmatig te herzien. De richtlijnen zijn voor het laatst gewijzigd in respectievelijk 2014, 2014 en 2013 en zijn toe aan actualisering.
Die noodzaak tot herziening blijkt ook uit de ‘KRW fitness check’ die de Europese Commissie in 2019 uitvoerde. Naar aanleiding hiervan nam de Europese Commissie in 2022 een voorstel aan voor een herziene lijst van verontreinigende stoffen in grond- en oppervlaktewater. Doel van de herziening is dat de Europese waterwetgeving gelijke tred houdt met wetenschappelijke ontwikkelingen en rekening houdt met opkomende verontreinigende stoffen. De herziening is daarmee een belangrijke stap in het waarborgen van de waterkwaliteit binnen de EU.
Belangrijkste wijzigingen
Met de richtlijn worden de lijsten van prioritaire stoffen aangepast, worden bestaande regels herzien en wordt toezicht versterkt. De richtlijn heeft onder meer de volgende wijzigingen tot gevolg:
1. Een aantal nieuwe stoffen (onder meer pesticiden, geneesmiddelen en een selectie van in totaal 25 PFAS) met bijbehorende normen wordt toegevoegd aan de prioritaire stoffenlijsten.
2. Voor diverse reeds opgenomen stoffen worden de milieukwaliteitsnormen aangescherpt.
3. Bestaande monitorings- en rapportageverplichtingen worden gestroomlijnd en versterkt. Lidstaten moeten:
-
- elke drie jaar rapporteren over de ecologische kwaliteitselementen in oppervlaktewateren;
- elke twee jaar – of op vrijwillige basis jaarlijks – rapporteren over de chemische kwaliteitselementen in oppervlakte- en grondwaterlichamen;
- elke zes jaar rapporteren over de algehele toestand van waterlichamen. Deze zesjaarlijkse cyclus blijft aansluiten op de cycli van de KRW-stroomgebiedbeheerplannen.
4. Er komen nieuwe regels ter verbetering van grensoverstijgende samenwerking, waaronder een verplichting om stroomafwaarts gelegen stroomgebieden te waarschuwen na incidenten.
5. Effectgerichte monitoring krijgt een vaste plek in de beoordeling van waterkwaliteit; voor oestrogene stoffen in oppervlaktewater wordt deze monitoring gedurende twee jaar verplicht.
6. De Europese Commissie beoordeelt de haalbaarheid en ontwikkeling van een gemeenschappelijke monitoringsfaciliteit (die lidstaten vrijwillig kunnen gebruiken).
7. In de KRW wordt een definitie van het begrip ‘achtergang’ opgenomen die strookt met bestaande rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie, en
8. Aan artikel 4 KRW worden twee aanvullende uitzonderingen toegevoegd, waarbij tijdelijke achteruitgang en achteruitgang door verplaatsing niet als een inbreuk op de KRW worden beschouwd.
Naleving en termijnen
Voor nieuw geïntroduceerde stoffen krijgen lidstaten tot 2039 de tijd om aan de normen voor oppervlakte- en grondwaterlichamen te voldoen. Onder voorwaarden kan uitstel tot 2045 worden verleend. Voor stoffen met herziene en strengere normen geldt dat uiterlijk in 2033 een goede chemische toestand van oppervlaktewateren moet worden bereikt. Voor bestaande stoffen op de lijst waarbij de normen ongewijzigd blijven, blijft de deadline van 2027 gehandhaafd.
Vervolg en tot besluit
Na goedkeuring van het Europees Parlement moeten de lidstaten de richtlijn uiterlijk op 21 december 2027 omzetten in hun nationale wet- en regelgeving. Deze datum is gekozen om ervoor te zorgen dat in de stroomgebiedbeheerplannen voor 2028-2033, die eind 2027 gereed moeten zijn, rekening kan worden gehouden met de gevolgen van de herziening. De herziening zal, onder meer door de uitbreiding van de lijsten met prioritaire stoffen en de aanscherping van bestaande milieukwaliteitsnormen, doorwerken in vergunningverlening, toezicht en handhaving. Ook heeft de herziening gevolgen voor bestaande monitorings- en rapportageverplichtingen.
Voor de praktijk is het dan ook van groot belang om deze ontwikkelingen nauwgezet te volgen en daarop tijdig te anticiperen. Wij houden u op de hoogte van de ontwikkelingen.


