Een waterschap kan niet zonder meer overgaan tot het ontruimen van grond wanneer een particulier stelt door verjaring eigenaar daarvan te zijn geworden. In een recente uitspraak wordt stevige kritiek geuit door de voorzieningenrechter op de aangekondigde eigenmachtige ontruiming door het Waterschap. De voorzieningenrechter benadrukt dat het Waterschap in zo’n geval zelf de gang naar de rechter moet maken.

Waar gaat deze zaak over?

Waterschap De Dommel is eigenaar van een perceel, waarvan een strook van circa 200 m2 wordt gebruikt door een aangrenzende eigenaar (hierna: “Eiser”), die daar onder meer een terras heeft gerealiseerd. Eiser is van mening dat hij door verjaring eigenaar van de strook grond is geworden en heeft dit bij brief uitgebreid toegelicht aan het Waterschap. Het Waterschap heeft de eigendomsclaim betwist en heeft Eiser gesommeerd de strook grond binnen twee maanden te ontruimen en ontruimd te houden. Toen bleek dat daaraan geen gehoor was gegeven, kondigde het Waterschap aan de strook zelf te zullen laten ontruimen, op kosten van Eiser.

 

Eiser heeft zich daartegen verweerd en benadrukt dat het waterschap niet zonder executoriale titel tot ontruiming mag overgaan, omdat dit zou neerkomen op ontoelaatbare eigenrichting. Het Waterschap stelde daarentegen dat Eiser zelf een procedure moest starten als hij meende recht op de grond te hebben en hield vast aan het voornemen tot ontruiming.

 

Nadat partijen hierover zijn blijven corresponderen zonder oplossing, heeft Eiser uiteindelijk een kort geding aanhangig gemaakt. Hij vordert dat het Waterschap wordt verboden om zonder rechterlijke titel tot ontruiming over te gaan, op straffe van een dwangsom. Het Waterschap heeft in reconventie gevorderd dat Eiser juist wordt veroordeeld tot ontruiming, stellende dat het Waterschap eigenaar is (gebleven) van de strook grond.

Oordeel rechter

De voorzieningenrechter stelt vast dat het Waterschap in strijd heeft gehandeld met zowel fundamentele rechtsstatelijke uitgangspunten als met zijn eigen grondbeleid. Volgens de rechter had het Waterschap, indien het meende eigenaar te zijn van de strook grond en het verjaringsberoep van Eiser niet opging, zelf een gerechtelijke procedure moeten starten om ontruiming te vorderen. De rechter overweegt dat dit niet alleen een basisregel in een democratische rechtstaat is, maar tevens volgt ook uit het recent door het Waterschap vastgestelde grondbeleid.

 

In plaats daarvan heeft het waterschap aangekondigd eigenmachtig tot ontruiming over te gaan en eiser feitelijk gedwongen zelf een procedure te starten. De rechter uit stevige kritiek op deze handelwijze van het Waterschap. Het aankondigen van eigenrichting zonder juridische basis en het opleggen van een feitelijke procesplicht aan een burger wordt als onaanvaardbaar en intimiderend gekwalificeerd. Dit klemt te meer nu het waterschap op de hoogte was van het risico op verjaring en in zijn eigen beleid het belang van zorgvuldige, juridische stappen had erkend. Tegen deze achtergrond had van het waterschap juist extra zorgvuldigheid mogen worden verwacht.

 

Gelet op deze omstandigheden wijst de voorzieningenrechter de vordering van eiser toe: het waterschap wordt verboden om zonder executoriale titel tot ontruiming over te gaan, onder oplegging van een dwangsom. De rechter spreekt daarbij uit dat het vonnis voor het Waterschap als een “wake-up call” moet dienen en dat een andere, meer zorgvuldige grondhouding richting burgers noodzakelijk is. De rechter overweegt dat een overheid zo niet met burgers om hoort te gaan.

 

De reconventionele vordering van het Waterschap tot ontruiming wordt afgewezen; de beoordeling van het beroep op verjaring is voorbehouden aan een bodemprocedure.

Belang voor de praktijk

Deze uitspraak onderstreept dat een waterschap niet eigenmachtig tot ontruiming kan overgaan wanneer de eigendom van grond wordt betwist, bijvoorbeeld vanwege een beroep op verjaring. In dat geval ligt het op de weg van het waterschap om zelf een gerechtelijke procedure te starten en ontruiming te vorderen. Het uitoefenen van druk op een burger om zelf te procederen, is niet toegestaan.

 

Voor waterschappen is het daarom van belang om tijdig zicht te houden op feitelijk grondgebruik door derden en, bij geschillen, zorgvuldig het juiste juridische spoor te kiezen. Daarbij verdient het aanbeveling om actief en conform het eigen grondbeleid te handelen en een dossier op te bouwen.

Meer informatie?

Heeft u vragen over een bestaande situatie of wilt u meer weten over dit onderwerp? Neem dan vooral contact op; ik denk graag met u mee.