
Geen verjaring bij gebruik van grond van Hoogheemraadschap grenzend aan sloot
Op 3 september 2025 oordeelde de rechtbank Den Haag (ECLI:NL:RBDHA:2025:22983) dat geen sprake was van eigendomsverkrijging door verjaring in een zaak.
Eigendomsverkrijging door verjaring houdt in dat iemand door langdurig bezit eigenaar kan worden van andermans grond. De wet maakt onderscheid tussen verkrijgende verjaring en bevrijdende verjaring. Bij beide vormen speelt het begrip bezit een centrale rol. Het moet gaan om feitelijke machtsuitoefening over de grond, die naar buiten toe kenbaar is als eigendom. Of daarvan sprake is, wordt beoordeeld aan de hand van concrete omstandigheden, zoals de aanwezigheid van hekwerken, ondoordringbare hagen, beplanting of bebouwing. Daarnaast zijn ook juridische omstandigheden van belang: zijn er bijvoorbeeld afspraken gemaakt over het gebruik van de grond of is sprake van een zakelijk recht zoals een erfdienstbaarheid? Voor grondeigenaren en met name voor gemeenten kan verjaring verstrekkende gevolgen hebben. Grond kan definitief verloren gaan, terwijl publieke belangen, ruimtelijke plannen of toekomstige ontwikkelingen in het geding zijn.
Wanneer sprake is van verjaring, dan leidt dat in eerste instantie tot het verlies van eigendom van de grond. De Hoge Raad heeft in 2017 in het welbekende Heusden-arrest bepaald dat de oorspronkelijke eigenaar onder omstandigheden schadevergoeding in geld of natura (teruglevering van de grond kan vorderen. Bij een succesvol beroep op verjaring, rijst dan ook de vraag of de oorspronkelijke eigenaar nog aanspraak heeft op teruglevering van de grond of een schadevergoeding in geld. In sommige gevallen kan ook publiekrechtelijke handhaving uitkomst bieden, bijvoorbeeld als het gebruik in strijd is met bestemmings- of omgevingsregels.
Een ondoordachte aanpak kan leiden tot langdurige en kostbare procedures. Juist daarom is een heldere strategie in een vroeg stadium van groot belang. Wij helpen u om de juridische positie zorgvuldig in kaart te brengen en te bepalen welke vervolgstappen het meest passend en effectief zijn.
De advocaten van Nysingh hebben ruime ervaring met vraagstukken over eigendomsverkrijging door verjaring . Wij adviseren en procederen al jarenlang voor met name overheden in zaken over illegaal grondgebruik en snippergroen. Daarbij ondersteunen wij niet alleen in individuele dossiers, maar ook bij de ontwikkeling en uitvoering van beleid. Door deze ervaring weten wij hoe verjaringskwesties praktisch en beheersbaar kunnen worden aangepakt. Waar nodig treden wij op in procedures bij de civiele rechter, met oog voor zowel juridische haalbaarheid als bestuurlijke en maatschappelijke belangen.
Voor gemeenten en andere publieke grondeigenaren is eigendomsverkrijging door verjaring vaak onderdeel van een bredere vastgoed en grondstrategie. Snippergroen, openbare ruimte en strategische percelen spelen een rol in toekomstige gebiedsontwikkeling, woningbouw en infrastructuur. Wij adviseren overheden bij het opstellen en toepassen van snippergroenbeleid, het beoordelen van verjaringsrisico’s en het maken van afgewogen keuzes tussen handhaving, verkoop of andere oplossingen. Daarbij houden wij rekening met de actuele jurisprudentie, privaatrechtelijke verhoudingen en de publieke verantwoordelijkheid van de overheid als grondeigenaar.
Wij adviseren en procederen onder meer over:
Bij verjaringsvraagstukken is juridische precisie essentieel, maar minstens zo belangrijk is inzicht in de bestuurlijke en maatschappelijke context. Wij combineren diepgaande kennis van het vermogensrecht met ervaring in het publieke domein. Daardoor krijgt u advies dat niet alleen juridisch klopt, maar ook uitvoerbaar is binnen de praktijk van het openbaar bestuur.
Heeft u vragen over verjaring van grond, snippergroen of illegaal grondgebruik?
Onze specialisten denken graag met u mee.
U vindt hier het privacy statement van Nysingh.

Op 3 september 2025 oordeelde de rechtbank Den Haag (ECLI:NL:RBDHA:2025:22983) dat geen sprake was van eigendomsverkrijging door verjaring in een zaak.

Het gerechtshof Den Haag oordeelde in het arrest van 12 november 2024 dat er geen sprake was van ononderbroken bezit gedurende twintig jaar en daarom geen sprake was van bevrijdende verjaring.

In de rechtspraak is de laatste jaren een tendens zichtbaar wanneer het gaat om de inbezitneming van publieke gronden.