De NZa is in een recente uitspraak van het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb) opnieuw in het ongelijk gesteld in een procedure over maximumtarieven voor de ggz en forensische zorg. De NZa had na een eerdere procedure de tarieven voor 2022 t/m 2024 weliswaar verhoogd, maar bepaald dat die tarieven niet met terugwerkende kracht in werking zouden treden. Daarmee stonden de zorgaanbieders alsnog met lege handen voor die jaren. Het CBb oordeelt dat de NZa geen beperking had mogen opleggen door de tarieven niet met terugwerkende kracht in te voeren.
Achtergrond
Aan deze uitspraak ging een eerste procedure vooraf waarin het CBb oordeelde dat de maximumtarieven voor de ggz en forensische zorg voor 2022 en 2023 niet kostendekkend waren. De NZa had ten onrechte geen rekening gehouden met de toename van de indirecte tijd sinds 2017, het jaar waarop de nieuwe bekostigingssystematiek was gebaseerd.
De NZa heeft vervolgens nieuwe besluiten genomen waarin de maximumtarieven voor 2022 en 2023 maar ook voor 2024 werden verhoogd. Opvallend was de datum van inwerkingtreding. Deze bleef staan op 5 december 2024. De tarieven golden dus niet voor de jaren waarop deze betrekking hadden.
Ook stond in de tariefbeschikkingen expliciet vermeld dat de beschikkingen geen rechtsgevolgen hebben voor declaraties die voor de datum van inwerkingtreding van de tariefbeschikking al zijn betaald en/of op overeenkomsten gesloten voor de datum van inwerkingtreding van deze tariefbeschikking tussen ziektekostenverzekeraars en zorgaanbieders. De NZa heeft dit naar eigen zeggen gedaan omdat inwerkingtreding met terugwerkende kracht tot een administratieve chaos zou leiden via de automatische doorwerking in de IT-systemen van zorgaanbieders en zorgverzekeraars.
De zorgaanbieders zijn ook tegen deze besluiten in beroep gegaan bij het CBb vanwege deze beperking. Door die beperking kunnen de zorgaanbieders namelijk geen (na)betaling krijgen van zorgverzekeraars. Om de afspraken met zorgverzekeraars over die jaren aan te passen is minimaal vereist dat de maximumtarieven met terugwerkende kracht werken.
De NZa zag dit anders en meende dat het zorgaanbieders en zorgverzekeraars nog steeds vrij stond om nieuwe afspraken te maken binnen de tariefruimte van de nieuwe beschikkingen.
Het CBb: wel terugwerkende kracht
Het CBb volgt de zorgaanbieders en stelt vast dat de NZa de opdracht van het CBb in de eerste uitspraak niet heeft opgevolgd. De opdracht was om nieuwe maximumtarieven in de plaats te stellen van de eerdere, te lage tarieven, wat inhoudt dat deze nieuwe tarieven wel vanaf 1 januari van het jaar waarop de tarieven betrekking hebben in werking moesten treden en dus terugwerkende kracht hebben. Het CBb voorziet zelf in de zaak door de genoemde beperking te schrappen waarmee de nieuwe tarieven alsnog met terugwerkende kracht per 1 januari van ieder jaar in werking treden.
Een aantal zorgaanbieders had in dezelfde procedure ook schadevergoeding van de NZa gevorderd. De vordering heeft betrekking op de schade die de zorgaanbieders hebben geleden door de te lage tarieven die leidend waren voor de afspraken met de zorgverzekeraars. Op die vordering heeft het CBb in deze uitspraak niet beslist. De zorgaanbieders zijn in de gelegenheid gesteld de schade te onderbouwen.
Betekenis voor de praktijk
De uitspraak is een mooie aanvulling op de reeks tariefzaken waarin het CBb in het voordeel van zorgaanbieders oordeelt. Het is echter teleurstellend dat zorgaanbieders door de besluitvorming van de NZa weer een lange en kostbare procedure moesten doorlopen om hun gelijk te krijgen. De motivering van de NZa voor de beperking laat bovendien zien dat de praktische en administratieve bezwaren van een bijstelling van declaraties kennelijk volgens de NZa zwaarder wegen dan de vergoeding van een reële prijs voor de zorg die wordt geleverd. Dat doet geen recht aan de erkenning van het CBb dat de tarieven sinds 2022 te laag waren.Het is
Ook neemt de NZa wat ons betreft te weinig verantwoordelijkheid met de opmerking dat het partijen vrij stond nieuwe afspraken te maken ondanks het feit dat de tariefbeschikkingen niet met terugwerkende kracht in werking traden. Het is een illusie dat de zorgverzekeraars onverplicht hogere tarieven afspreken zolang de tariefbeschikking niet met terugwerkende kracht in werking is getreden. De NZa kon daar niet aan voorbij gaan.
Blijft staan dat de zorgaanbieders ook met de nieuwe uitspraak afhankelijk zijn van de zorgverzekeraars voor een bijstelling van de afspraken. De NZa heeft geen wettelijke ruimte om zorgverzekeraars te verplichten de tarieven te verhogen. Daar is het systeem nog niet op toegerust. Of de zorgverzekeraars dus bereid zijn tot een aanpassing van de afspraken zullen we moeten afwachten.
Heeft u vragen over zorginkoop, neemt u dan vooral contact op met één van onze specialisten.


