De druk op het elektriciteitsnet neemt in steeds meer delen van Nederland toe. Nieuwe aansluitingen laten soms jaren op zich wachten en uitbreidingen van bestaande aansluitingen blijken regelmatig onmogelijk. Voor veel organisaties vormt dat een serieus probleem. Denk aan zorginstellingen die willen uitbreiden, scholen die verduurzamingsmaatregelen willen treffen of bedrijven die willen investeren in elektrificatie van hun processen. Toch zijn er vaak meer mogelijkheden dan op het eerste gezicht lijkt. Eén daarvan is het realiseren van een gezamenlijke aansluiting, ook wel bekend als cable pooling. De Energiewet biedt daarvoor inmiddels een expliciete wettelijke basis. In de praktijk zien wij dat deze constructie steeds vaker een oplossing kan bieden voor organisaties die tegen de grenzen van het elektriciteitsnet aanlopen. In dit blog leggen wij uit wat een gezamenlijke aansluiting is, wanneer deze interessant kan zijn en welke juridische, technische en organisatorische aandachtspunten daarbij komen kijken.
Wat is een gezamenlijke aansluiting?
Normaal gesproken heeft iedere organisatie een eigen aansluiting op het elektriciteitsnet. Bij een gezamenlijke aansluiting delen twee of meer partijen één aansluiting en het daarbij behorende transportvermogen.
Dat betekent niet dat partijen samen één elektriciteitsrekening krijgen of hun energieverbruik niet meer kunnen onderscheiden. Iedere deelnemer behoudt een eigen leverancier en een eigen energieadministratie. Via afzonderlijke meetpunten wordt het verbruik van iedere deelnemer afzonderlijk geregistreerd. De Energiewet biedt hiervoor de mogelijkheid van zogenoemde allocatiepunten.
Een gezamenlijke aansluiting maakt het mogelijk om beschikbare capaciteit efficiënter te benutten. Vaak wordt namelijk niet door alle deelnemers tegelijk een piekbelasting veroorzaakt. Door capaciteit te delen kan meer worden gerealiseerd met hetzelfde transportvermogen.
Waarom is dit juist nu relevant?
Netcongestie raakt inmiddels vrijwel iedere sector.
Voor maatschappelijke instellingen kan dit betekenen dat broodnodige nieuwbouw of uitbreiding van voorzieningen wordt vertraagd. Denk aan zorginstellingen die nieuwe behandelcentra of woonzorglocaties willen realiseren.
Voor ondernemingen kan gebrek aan netcapaciteit leiden tot uitstel van investeringen, beperkingen in productiecapaciteit of vertraging van verduurzamingsprojecten.
Een gezamenlijke aansluiting kan in dergelijke situaties een alternatief bieden wanneer individuele aansluitingen niet of pas na lange tijd beschikbaar zijn.
Wat zegt de Energiewet?
De Energiewet maakt het mogelijk dat meerdere afnemers gezamenlijk gebruikmaken van één aansluiting op het openbare net. Daarbij gelden wel voorwaarden.
Zo moeten de betrokken partijen gezamenlijk een aansluit- en transportovereenkomst met de netbeheerder sluiten. Daarnaast moeten zij de ingebruikname van de gezamenlijke aansluiting melden.
Van belang is ook dat de installaties van de deelnemende partijen voor de toepassing van de Energiewet als één installatie worden beschouwd. Dit klinkt technisch, maar heeft belangrijke gevolgen voor de inrichting van de samenwerking en de onderlinge verantwoordelijkheden.
Waar moet u vooraf over nadenken?
In de praktijk blijkt dat het succes van een gezamenlijke aansluiting vooral afhangt van de kwaliteit van de afspraken tussen partijen.
1. Verdeling van het transportvermogen
De kernvraag is eenvoudig: wie mag wanneer welk deel van de capaciteit gebruiken?
Zolang voldoende capaciteit beschikbaar is, levert dat meestal weinig discussies op. Maar wat gebeurt er als beide partijen tegelijkertijd een piekverbruik hebben?
Het verdient aanbeveling vooraf duidelijke afspraken te maken over:
- de verdeling van de beschikbare capaciteit;
- prioriteiten bij schaarste;
- procedures voor tijdelijke herverdeling;
- het afregelen van installaties indien een overschrijding dreigt.
In de praktijk wordt dit vaak vastgelegd in een zogenoemd regelprotocol.
2. Governance en besluitvorming
Een gezamenlijke aansluiting betekent vaak een langdurige samenwerking.
Daarom moeten partijen afspraken maken over onderwerpen als:
- wie contact onderhoudt met de netbeheerder;
- wie als aanspreekpunt optreedt;
- hoe besluiten worden genomen;
- hoe investeringen worden goedgekeurd;
- hoe geschillen worden opgelost.
In één van onze trajecten is bijvoorbeeld afgesproken dat één partij als penvoerder optreedt richting de netbeheerder, zonder dat deze partij de andere deelnemer mag vertegenwoordigen of namens die deelnemer verplichtingen mag aangaan.
3. Eigendom van de infrastructuur
Een gezamenlijke aansluiting vraagt meestal om aanvullende kabels, transformatoren, schakelinstallaties en meetvoorzieningen.
Daarbij moet duidelijk zijn:
- welke onderdelen gezamenlijk eigendom zijn;
- welke onderdelen individueel eigendom blijven;
- wie verantwoordelijk is voor onderhoud en vervanging;
- welke zakelijke rechten nodig zijn.
Wij zien in de praktijk regelmatig dat hiervoor opstalrechten nodig zijn of de registratie van een netwerk, bijvoorbeeld wanneer kabels over het terrein van een andere deelnemer lopen.
4. Verdeling van kosten
De investering in een gezamenlijke aansluiting is vaak aanzienlijk. Daarnaast zijn er terugkerende kosten voor onderhoud, beheer, metingen en netbeheer.
Partijen doen er verstandig aan vooraf afspraken te maken over:
- investeringskosten;
- onderhoudskosten;
- vervangingskosten;
- aansluit- en transporttarieven;
- kosten van aanvullende voorzieningen.
In veel gevallen wordt gekozen voor een verdeling op basis van het daadwerkelijke elektriciteitsverbruik.
5. Transportverliezen
Een onderwerp waar aandacht moet worden besteed zijn de transportverliezen.
Elektriciteit die over kabels wordt getransporteerd gaat niet zonder verlies van A naar B. Bij een gezamenlijke aansluiting moet worden bepaald wie deze verliezen draagt.
In de praktijk zijn hiervoor verschillende regelingen denkbaar. Zo kunnen verliezen volledig voor rekening komen van de partij waarvoor zij ontstaan, of worden verdeeld op basis van het daadwerkelijke elektriciteitsverbruik van iedere deelnemer.
6. Wat gebeurt er bij storingen?
Een gezamenlijke aansluiting creëert een zekere onderlinge afhankelijkheid.
Daarom is het belangrijk om vast te leggen:
- hoe storingen worden gemeld;
- wie welke onderhoudsverplichtingen heeft;
- welke aansprakelijkheid geldt bij schade;
- hoe wordt gehandeld wanneer een partij zich niet houdt aan de capaciteitsafspraken.
Dergelijke afspraken voorkomen dat technische problemen uitgroeien tot juridische conflicten.
7. Voor welke organisaties is dit interessant?
Wij zien vooral kansen voor partijen die in elkaars nabijheid gevestigd zijn en waarvan de belastingprofielen (verbruik en/of invoeding) elkaar aanvullen, kunnen voordeel behalen uit een gezamenlijke aansluiting.
Conclusie
Netcongestie hoeft niet altijd een eindpunt te zijn voor uitbreidings- of verduurzamingsplannen. De Energiewet biedt ruimte om met andere organisaties een gezamenlijke aansluiting te realiseren en daarmee beschikbaar transportvermogen efficiënter te benutten.
Tegelijkertijd blijkt uit de praktijk dat een gezamenlijke aansluiting geen puur technische oplossing is. Zonder goede juridische en organisatorische afspraken kunnen nieuwe risico’s ontstaan. Denk aan discussies over capaciteit, kostenverdeling, transportverliezen, eigendom van installaties en aansprakelijkheid.
Een zorgvuldige voorbereiding en een goed uitgewerkte samenwerkingsovereenkomst zijn daarom essentieel.
Onze ervaring is dat een succesvolle cable-poolingconstructie ontstaat wanneer juridische, technische en operationele aspecten vanaf het begin integraal worden benaderd. Juist daar ligt vaak de sleutel om maatschappelijke projecten, verduurzamingsambities en bedrijfsontwikkelingen ondanks netcongestie toch mogelijk te maken.
Praktijktip: Laat vooraf niet alleen onderzoeken of een gezamenlijke aansluiting technisch haalbaar is, maar ook hoe de samenwerking eruitziet als de omstandigheden veranderen. Denk aan groei van één van de deelnemers, wijzigende wetgeving, congestiemanagement of beëindiging van de samenwerking. De meeste problemen ontstaan niet bij de start, maar jaren later wanneer de situatie anders blijkt dan oorspronkelijk voorzien.


