De herziening van het pachtrecht krijgt verder vorm. Na de internetconsultatie eind 2025 heeft de staatssecretaris in een brief van 18 september 2026 toegelicht welke onderdelen van het conceptwetsvoorstel worden aangepast en welke uitgangspunten overeind blijven. In dit artikel bespreken wij de belangrijkste aandachtspunten.

De consultatieversie van de nieuwe pachtregelgeving verscheen eind 2025. Vervolgens zijn 131 zienswijzen ingediend. Die reacties gaven aanleiding tot verschillende aanpassingen en nadere overwegingen. Het wetsvoorstel is daarmee nog volop in ontwikkeling. Volgens de huidige planning wordt het aangepaste wetsvoorstel in het eerste kwartaal van 2027 voor advies voorgelegd aan de Afdeling advisering van de Raad van State. Rond de zomer van 2027 moet het voorstel vervolgens bij de Tweede Kamer worden ingediend. Voor de lagere regelgeving geldt een afzonderlijk tijdpad. Zo wordt nog gewerkt aan wijzigingen van het Pachtprijzenbesluit 2007, het Uitvoeringsbesluit pacht en de Uitvoeringsregeling pacht. Daarbij gaat het onder meer om de pachtprijssystematiek, duurzaamheidsafspraken en een negatieflijst voor teeltpacht.

Zie onze eerdere blog Concept wetsvoorstel herziening pachtregelgeving in consultatie over de verschillende voorgestelde pachtvormen. Een belangrijk uitgangspunt van de herziening blijft de introductie van standaardpacht als hoofdvorm van het nieuwe pachtstelsel. Volgens de staatssecretaris blijft vooralsnog sprake van een minimale looptijd van 24 jaar, een vrije aanvangsprijs en jaarlijkse indexatie. Met deze langlopende pachtvorm wil de wetgever bedrijfszekerheid en duurzaam grondgebruik bevorderen. Daarnaast blijft continuatiepacht als afzonderlijke langlopende pachtvorm onderdeel van de nieuwe pachtwetgeving, vanwege de behoefte hieraan bij specifieke (familie)bedrijven. Het belangrijkste verschil met standaardpacht is dat continuatiepacht na het einde van de looptijd in beginsel automatisch wordt verlengd. De staatssecretaris onderzoekt nog wel of het voorkeursrecht van de pachter bij deze pachtvorm zal komen te vervallen.

 

Een van de lastige onderdelen blijft de positie van bestaande reguliere pachtovereenkomsten. In de consultatieversie was geen einddatum opgenomen voor het overgangsrecht. Naar aanleiding van de consultatie onderzoekt de staatssecretaris nu of dit overgangsrecht kan worden aangescherpt, zodat pachtgrond uiteindelijk sneller onder het nieuwe stelsel komt te vallen. Een definitieve keuze is hierover nog niet gemaakt. Ook natuurpacht blijft onderdeel van de plannen. De staatssecretaris wil deze pachtvorm behouden, maar zoekt naar meer flexibiliteit voor natuurbeheer. Daarom wordt onderzocht of in een natuurpachtovereenkomst vooraf een opzegbeding voor de verpachter kan worden opgenomen. Beëindiging zou dan mogelijk zijn op specifieke, objectief bepaalbare gronden. Daarbij moeten onder meer een redelijke opzegtermijn, een passende schadeloosstelling voor de pachter en voldoende rechtsbescherming worden gewaarborgd.

Opvallend is ook de positie van openbare lichamen. In de consultatieversie zouden de huidige artikelen 7:385-387 BW over verpachting door openbare lichamen verdwijnen. Verschillende publieke organisaties hebben echter gewezen op het belang van een bijzondere regeling wanneer overheidsgrond op termijn nodig is voor doeleinden van openbaar nut. De staatssecretaris is daarom voornemens alsnog een vergelijkbare, gemoderniseerde regeling in het wetsvoorstel op te nemen. Verder blijft vooralsnog het voorstel staan om de pachtregelgeving van overeenkomstige toepassing te verklaren op erfpacht van landbouwgrond met een looptijd van 35 jaar of korter. De staatssecretaris vindt daarbij het voorkomen van ontwijking van de pachtbescherming zwaarwegend. Een andere ontwikkeling is de mogelijke uitzonderingspositie voor de glastuinbouw. Naar aanleiding van de internetconsultatie onderzoekt de staatssecretaris of deze sector buiten de pachtregelgeving moet worden gehouden. De staatssecretaris staat daar positief tegenover, maar er is nog geen definitieve beslissing genomen.

De herziening roept meer juridische vragen op dan wij in deze blog kunnen behandelen. Binnenkort verschijnt daarom in het Tijdschrift voor Agrarisch Recht (TvAR) een uitgebreid artikel met daarin de zienswijze van de Vereniging van Agrarisch Recht Advocaten (VvARA) op het consultatievoorstel. Het artikel gaat onder meer in op de voorstellen en consequenties voor zwarte en grijze pacht, natuurpacht, pacht versus erfpacht, de bedrijfsmatigheidstoets, beëindiging bij bestemmingswijziging en het overgangsrecht.

Het nieuwe pachtstelsel krijgt steeds meer vorm, maar onder meer het overgangsrecht en de natuurpacht zijn nog niet definitief uitgewerkt. De aangekondigde wijzigingen zijn nog geen geldend recht. Voor pachters en verpachters is het daarom belangrijk het verdere wetgevingstraject in de gaten te houden. Heeft u vragen over wat de plannen voor uw situatie kunnen betekenen? Neem dan contact met ons op.

Op 3 december a.s. vindt weer onze jaarlijkse online cursus Actualiteiten Pachtrecht plaats waarin ook de aanstaande wetswijziging aan de orde komt.